Twee keer per jaar een dosis vitamine A en enkele waterpompen : het werk van het Bel- gisch Comité voor Unicef in Vietnam lijkt gering, maar heeft aanzienlijke gevolgen.
...

Twee keer per jaar een dosis vitamine A en enkele waterpompen : het werk van het Bel- gisch Comité voor Unicef in Vietnam lijkt gering, maar heeft aanzienlijke gevolgen.De lucht hangt laag en grijs over de vlakte van Haiphong. Zwanger van miezerige regendruppeltjes die de wegen en paden in de dorpen rond de stad in glibberige modderpoelen herscheppen. Het is maart, dat is normaal. Overal is water ; rivieren en kanalen trekken donkere strepen door het landschap daar ergens moet de Golf van Tonkin beginnen, maar waar precies is niet duidelijk. Haiphong is een stad, maar het is ook een provincie. Zo'n provincie is verdeeld in districten en elk district is dan weer samengesteld uit een aantal dorpen. Vinh Bao is zo'n district, aan het uiteinde van de provincie met een krachtige jeep toch al gauw twee en een half uur rijden van het centrum. Dat heeft niet zozeer te maken met de afstand die moet worden overbrugd, dan wel met de omstandigheden : smalle, kapotte wegen, overvol met fietsers, motorfietsen en krakkemikkige vrachtwagens. En dat slijk dus, en het water. Eén keer moet een rivierarm worden overgestoken met een veerpont. Uitstappen en wachten tot de bak moeizaam naar deze oever is geduwd. Een man met een buffel aan een touw wacht tussen motorfietsen met twee varkens op de duozitting die met touwen strak zijn geïmmobiliseerd. Alleen aan hun gekrijs merk je dat de beesten nog leven. Wellicht hebben ze vooraf ook een tik gehad om ze enigszins te verdoven : hier wordt niet te zachtzinnig met dieren omgesprongen. Tussen die mensen wacht ook Salvatore Adamo om naar de overkant te worden gebracht. Anoniem, maar nee. Een meisje wipt van haar fiets en spreekt hem aan. ?Thank you very much,? antwoordt hij met zijn meest innemende glimlach. ?Tombe la neige? kent iedereen, overal. Adamo is sinds enkele jaren goodwillambassadeur voor het Belgisch Comité voor Unicef. Het is zijn tweede bezoek aan Vietnam ; drie jaar geleden was hij er voor het eerst om enkele waterpompen te openen en de start te geven voor een vitamine A-campagne, die met bijdragen van het Belgisch Comité werd betaald. Nu is hij terug in het kader van een nieuwe sensibiliseringsactie voor dat land : het Unicef-werk mag niet stilvallen, want elk jaar krijgt Vietnam er de zorg voor twee miljoen kinderen bij. De grootscheepse campagne van de overheid om de gezinnen tot maximum twee kinderen te beperken, wil immers niet te best lukken : de bevolking blijft met 2,7 procent per jaar groeien vooral op het platteland is gezinsplanning niet de eerste bekommernis. ELK ZIJN TUINTJEHet is de 25ste van de maand, de dag dat jonge moeders met hun baby's in de gezondheidscentra van de dorpen worden verwacht om te worden gevaccineerd. Twee keer per jaar krijgen ze dan ook een pilletje vitamine A toegediend een stof die ze onvoldoende uit hun dagelijkse menu betrekken. Het Belgisch Comité voor Unicef steunt die campagne nu al drie jaar, met in totaal 45 miljoen frank. De verdeling verloopt vlekkeloos omdat voor het toedienen van het pilletje geen apart circuit moest worden opgezet : ze is gewoon ingeschakeld in de bestaande vaccinatiemachine van Unicef. Kinderen die een gebrek aan vitamine A hebben, ontwikkelen gemakkelijk een oogkwaal, die tot volledige blindheid kan leiden. Terwijl ze ook, afgezien daarvan, vatbaarder zijn voor allerlei infecties. De Belgische actie in Vietnam heeft succes gehad ; het vitamine A-tekort in het land zit nu bijna op het door Unicef aanvaarde gemiddelde. Drie jaar geleden lag het nog drie keer zo hoog. Dat kan je ook zien : onder de trossen kinderen die de Belgische delegatie in Vinh Bao verwelkomen, zijn er nog nauwelijks bij wie de kwaal kan worden vastgesteld. Het punt is : een campagne zoals deze mag, kan niet na enige tijd worden stopgezet. Ze moet worden volgehouden, tot de Vietnamezen zelf voldoende gevarieerd voedsel tot zich nemen zodanig dat ze voldoende vitaminen uit hun dagelijkse menu oppikken. Een beetje zoals alle jonge Belgen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog levertraan te drinken kregen, om het tekort aan vitaminen in hun dagelijkse voedsel aan te vullen. Daarom werkt Unicef ter plaatse niet alleen aan de vaccinaties en het uitrusten van gezondheidscentra de organisatie probeert de boeren er ook van te overtuigen om eigen moestuintjes aan te leggen, pluimvee te houden, vijvertjes aan te leggen om hun eigen vis te kweken. ?De bedoeling van Unicef is om kinderen en jonge moeders in leven te houden, en de omstandigheden waarin ze leven te verbeteren,? zegt Dr. Paul Casman van het Belgisch Comité voor Unicef. ?Dat is niet spectaculair, dat komt niet altijd op televisie. Humanitaire noodhulp in crisisgebieden is noodzakelijk, wat Unicef doet is dat ook het is misschien zelfs belangrijker omdat het in de eerste plaats gericht is op de primaire levenskansen van jonge mensen. Dat wil zeggen vaccineren, verstrekken van proper water, voeding en vorming.? Unicef werkt al lang in Vietnam. De organisatie was er na het einde van de oorlog als de kippen bij om het land zijn diensten aan te bieden bij de wederopbouw. Dat is best aardig gelukt. Vietnam heeft een hoge vaccinatiegraad, de kindersterfte is fors teruggelopen en de scholingsgraad van de bevolking is nog altijd hoog. Rima Salah is ambassadeur van Unicef in Hanoi, en ze kan vergelijken. De Palestijnse werkte namelijk eerder voor de organisatie in het West-Afrikaanse Burkina Faso en in het Midden-Aziatische Pakistan. ?De resultaten in Vietnam zijn onmiskenbaar beter,? zegt ze. ?Dat heeft vanzelfsprekend te maken met de regering, die het programma alle steun verleent, maar ook met de discipline van de mensen zelf. Bovendien vertakken de massabewegingen van het regime, de vrouwenbeweging en de jeugdorganisatie, zich tot in de kleinste gemeenschappen. Langs die weg proberen we de jonge moeders te bereiken en de jongeren om ze voor het Unicef-programma gevoelig te maken. Langs die weg kunnen we informatie verspreiden, die anders wellicht nooit in de dorpen zou doordringen. Vietnam haalt al acht jaar achter elkaar de door ons vooropgestelde doelstellingen.? ?Dat is een van de redenen waarom het Belgisch Comité Vietnam heeft uitgekozen om projecten te steunen,? weet Paul Casman. ?Omdat het hoop geeft. Na, bijvoorbeeld, Mozambique en Rwanda wilden we de mensen in België laten zien dat het soort werk dat wij doen, ook snel beterschap kan brengen. De resultaten van het vitamine A-project, dat met Belgisch geld is betaald, kan je niet alleen uit de officiële statistieken aflezen, je kan ze ook gewoon zien.? KETTINGEN EN IJZEREN STAVENVierhonderd kilometer meer naar het noorden staat de vice-voorzitter van het lokale Volkscomité van het dorp Huy Thuong stram recht om de bezoekers welkom te heten. Over zijn schouder kijkt een witplaasteren borstbeeld van Ho Chi Minh vaderlijk toe. Huy Thuong ligt in de provincie Son La, in het bergachtige land dat het grensgebied met Laos vormt. Het historische slagveld van Dien Bien Phu, waar de Vietminh in 1954 een einde maakte aan de Franse koloniale ambities in dit deel van de wereld, ligt niet meer dan een vallei verder. Alleen : de rit van enkele tientallen kilometer op en neer zou ruim een dag in beslag nemen. De rijstterrassen blinken in de zon tussen de bergruggen. Aan de randen, al half op de hellingen, staan de paalwoningen die zo typisch zijn voor de Thai-minderheid die overal in het noorden van Vietnam voorkomt. Son La en de dorpen die zich langs de vingers van de rivieren hebben neergevleid liggen ver van het centrum, bevinden zich ver van de hefbomen van de macht. De Amerikanen veronderstelden tot voor kort niet zomaar dat er misschien nog vermiste Vietnamsoldaten in de gevangenis van het stadje Son La werden vastgehouden : een akelig gebouw dat indertijd door de Fransen werd gebouwd om er Vietnamese nationalisten in op te sluiten. Een echte bagne met kettingen en ijzeren staven, waar Franse koloniale besturen blijkbaar het patent op hadden. De Amerikaanse veronderstelling is overigens van alle grond ontbloot : het cellencomplex werd tijdens een luchtraid met de grond gelijk gemaakt ; het fraaie hoofdgebouw in koloniale stijl doet nu dienst als museum waarin de Vietnamese vrijheidsstrijd wordt verheerlijkt. De verwelkoming door de vice-voorzitter is klassiek, er wordt thee geschonken en gezegd dat het jammer is dat de bezoekers niet meer tijd hebben om de maaltijd te gebruiken en te blijven overnachten. Een invitatie waarvoor, zoals het hoort, beleefd wordt bedankt. Waarna het gezelschap zich verplaatst naar een poel, waaruit enkele honderden gezinnen water putten voor dagelijks gebruik. Water is er overal in Vietnam voldoende. Alleen raakt het, voor het bij de mens komt, zodanig vervuild dat diarreeïsche ziekten nog altijd een hoge tol eisen. Het wordt namelijk niet alleen voor consumptie gebruikt : het dient ook om de rijstterrassen te bevloeien, de buffels scharrelen er in rond en ook de mensen kijken niet echt goed uit waar ze hun gevoeg doen. Het probleem is : de nog min of meer zuivere bronnen bevinden zich vaak kilometers ver op de heuvelruggen rond de dorpen en aan die klim waagt niemand zich. Het water moet dus via pijpleidingen van boven naar beneden worden gebracht, waar dan aan gemeenschappelijke pompen proper water kan worden geput. EEN SIMPELE POMPEr zijn in Huy Thuong nog geen pompen geïnstalleerd, maar het dorp komt voor een project in aanmerking de discussie over de manier waarop er ter plaatse het beste te werk kan worden gegaan, is in volle gang. Unicef steunt het pompenproject in het hele land. Het is de bedoeling dat tachtig procent van de bevolking tegen het jaar 2000 de beschikking heeft over proper water. Ter vergelijking : in 1990 was dat nog maar goed twintig procent. Overigens krijgen de mensen dat water niet helemaal voor niets : voor het onderhoud van hun installatie dragen ze elk jaar een percentje van hun rijstproductie af aan wie voor dat onderhoud instaat. In de provincie Son La doet ook het Belgisch Comité voor Unicef zijn duit in het zakje. ?We zijn hier een beetje toevallig terecht gekomen,? vertelt Paul Casman. ?Ik werd enkele jaren geleden door Jaycees Hasselt gevraagd om voor de organisatie een spreekbeurt te houden over de waterproblemen in de derde wereld. Iedereen denkt dan in de eerste plaats aan Afrika, maar omdat ik toen pas Son La had bezocht, sprak ik over wat ik daar had gezien. De mensen in Hasselt beslisten daarna om de opbrengst van een actie die ze in voorbereiding hadden, voor Son La te bestemmen en zodoende. U mag het belang daarvan niet onderschatten, zo'n simpele pomp verandert het leven van een dorpsgemeenschap grondig. Het verstrekken van drinkbaar water is niet zomaar een van de basiszorgen van Unicef : het geeft minder kans aan ziekten die vooral kinderen en jonge moeders treffen.? Ondertussen zorgt de voorzichtige liberalisering van het land nu al voor nieuwe problemen. Unicef vreest met name dat de inspanningen die Hanoi zich getroost om investeringen aan te trekken ten koste zouden kunnen gaan van aandacht voor de zachte sectoren : gezondheidszorg en onderwijs. Er wordt sinds kort van de mensen voor die diensten een kleine bijdrage gevraagd, die ze vaak niet kunnen betalen. Dat maakt dat hoe langer hoe meer kinderen uit het onderwijs vallen. De rurale vlucht neemt zorgwekkende vormen aan. In steden zoals Hanoi, Haiphong, Ho Chi Minh-stad en Danang worden hoe langer hoe meer straatkinderen opgemerkt, die een gemakkelijk slachtoffer zijn voor drugsdealers en pedofielen. De overheid onderkent het probleem en belooft dat er aan zal worden gewerkt. Ambassadeur Rima Salah van Unicef : ?Wij houden altijd en overal een pleidooi voor het kind, daar hebben we internationaal een mandaat voor. Omdat we hier al zolang zijn, kennen we het land goed. We zouden daarom graag alle acties coördineren die in Vietnam worden gevoerd. De regering zegt dat ze zal optreden, maar het blijft moeilijk. We pleiten er, bijvoorbeeld, al jaren voor dat kinderen van etnische minderheden onderwijs in twee talen zouden krijgen nu haken vooral die groepen voortijdig af. Om de straatkinderen op te vangen, zouden we graag een soort van informele scholen opzetten, als het moet op straat, waar die kinderen zijn, waar we ze kunnen bereiken en op momenten dat we ze kunnen bereiken. Dan geven we ze tegelijk ook een houvast, opvang, begeleiding. Maar omdat zo'n programma noodgedwongen zonder veel structuur zou verlopen, is het moeilijk om de regering van het nut ervan te overtuigen.? OPIUM VOOR DE GASTENDe laatste zonnestralen werpen een onwezenlijk geel licht over Son La. De straten zijn langzaam leeggelopen, de jengelende radio van het busstationnetje zwijgt. Achter de heuvels, weg van het lintje van asfalt en brokken steen dat de weg vormt, liggen wellicht de papavervelden van de Hmong, een volk dat eeuwen geleden uit China kwam en zich ook hier vestigde. Een gebruik wil, zo wordt verteld, dat ze hun gasten opium aanbieden om ze te verwelkomen. De gouden driehoek is niet ver weg, en ze moeten de centen voor hun bromfietsen toch ook ergens vandaan halen. Op een hoek probeert een boerin nog enkele mango's en wat vers gebakken brood te verkopen. In een, jawel, computerwinkeltje speelt een enkeling patience. Uit de onvermijdelijke karaoke-bar klinkt een flard muziek. Nee, toch ? Tombe la neige... Hubert van Humbeeck Water van Unicef : een begrip in Vietnam.Aanschuiven in het gezondheidscentrum : elk jaar moeten twee miljoen kinderen worden ingeënt.