De gebeurtenis is een zegen voor het imago van de Belgische dynastie, al strekt ze niet verder dan het koekendoosaspect daarvan. Dat imago blijkt voor de koninklijke familie een steeds prangender zorg. Het leidde het Hof tot een reeks primeurs. Zelden reageerde het openlijk op mediaberichten over de dynastie, nu wel. Het liet zelfs een geding aanspannen tegen een boek dat koning Albert in opspraak bracht en ontkende vorige week de berichten in Knack over het koninklijke fortuin _ want het doet het volkse imago geen goed als zou blijken dat de koning...

De gebeurtenis is een zegen voor het imago van de Belgische dynastie, al strekt ze niet verder dan het koekendoosaspect daarvan. Dat imago blijkt voor de koninklijke familie een steeds prangender zorg. Het leidde het Hof tot een reeks primeurs. Zelden reageerde het openlijk op mediaberichten over de dynastie, nu wel. Het liet zelfs een geding aanspannen tegen een boek dat koning Albert in opspraak bracht en ontkende vorige week de berichten in Knack over het koninklijke fortuin _ want het doet het volkse imago geen goed als zou blijken dat de koning een miljardair is. Het bericht kwam des te meer ongelegen aangezien de Senaat nog maar net had beslist dat nu ook prins Laurent, 's konings jongste zoon, langs de staatskas mag passeren. Een jaargeld van 11 miljoen frank. Zij het niet van harte. Bij de eindstemming gunden niet alleen de VU en extreem-rechts het hem niet, ook de christen-democraten _ die een halve eeuw geleden nog alles veil hadden om Laurents grootoom Leopold III van de politieke dood te redden _ wilden er niet van horen.Het bericht in Knack was een voorpublicatie uit het pas verschenen boek Koning en Onderkoning van de journalisten Gui Polspoel en Pol Van den Driessche. Het boek dient zich aan als een onderzoek naar de macht van de koninklijke kabinetschef Jacques van Ypersele de Strihou. Toch beschrijft het vooral het discrete persoonlijke initiatief van de koningen Boudewijn en Albert, dat meestal particuliere belangen wil dienen, zowel ideële als materiële. Nochtans bezit het staatshoofd officieel weinig of geen macht. Als het paleis dan toch zijn invloed kan laten gelden in bepaalde dossiers, komt dat vooral doordat de politieke klasse de guts niet kan opbrengen om nee te zeggen. Niet dat het boek zo onthullend uitvalt. Het bewijst al evenmin of Van Ypersele de architect _ of, zo men wil, de kwade genius _ achter dat eigengereide, soms zelfs buitenwettelijke optreden van de koning is. En dat doet ook niet ter zake. Want alles eindigt bij de politieke verantwoordelijkheid en de democratische transparantie. Dat is een zorg voor de regering.Welke meerderheid die ook schraagt, de bereidheid om daarover een publiek debat te voeren, blijft zeer gering. Om de monarchie te redden, door haar te vrijwaren van de aanhoudende stroom van kleine en minder kleine incidenten, bestaat stilaan alle reden om de koninklijke functie in de grondwet te herschrijven. Vooral moeten de schemerzones worden weggewerkt die het oneigenlijke gebruik van de koninklijke invloed mogelijk maken. Het terugbrengen van die functie tot een strikt ceremonieel en protocollair koningschap ligt dan ook voor de hand.Want de baas van het land is niet de koning, zoals het volksgeloof nog vaak denkt. De grondwet stelt het met zoveel woorden: de enige bron van alle macht is 'de natie', het volk zelf. Zo hoort dat in een democratie.Marc Reynebeau