De Brakke Grond is een miskleun, vanaf de eerste dag van de opening. Twintig jaar geleden al heb ik het wanbeleid en het nepotisme aangeklaagd, ik ben in herhaling gevallen, nooit is er wat aan gedaan. Maar wat blijkt nu: voor de zoveelste maal heb ik gelijk ('Stil water, Brakke Grond', Knack nr. 6). Ooit trad ik er een week lang op en ben ik royaal betaald. In de hoop dat ik mijn mond hield.
...

De Brakke Grond is een miskleun, vanaf de eerste dag van de opening. Twintig jaar geleden al heb ik het wanbeleid en het nepotisme aangeklaagd, ik ben in herhaling gevallen, nooit is er wat aan gedaan. Maar wat blijkt nu: voor de zoveelste maal heb ik gelijk ('Stil water, Brakke Grond', Knack nr. 6). Ooit trad ik er een week lang op en ben ik royaal betaald. In de hoop dat ik mijn mond hield. Het was ten tijde van de Vlaamse zonnekoning Walter Lerouge, die meer kaas had gegeten van de tafel en het bed dan van kunst en literatuur. Na het maken van het contract dacht de staf dat het werk erop zat. De tweede avond zaten er twee mensen in de zaal, Joyce Roodnat, toenmalig toneelrecensent van NRC Handelsblad, en haar man, de cineast Erik van Zuylen. Na de voorstelling feliciteerden ze mij met mijn voorstelling (Wie is bang van Guido Lauwaert) en vonden het jammer dat ze de enige toeschouwers waren. 'O, ik vond het best te doen,' antwoordde ik, 'gisterenavond zat er niemand in de zaal.' 'Helemaal treurig, een voorstelling die niet doorgaat. En vooral de eerste.' Waarop ik tot hun verwondering zei dat ik wel gespeeld had. 'Voor een lege zaal?' 'Ja, want ik ken de Vlaamse ambtenaren. Als je niet optreedt, gaan ze zeuren en slot van het verhaal is dat je niet betaald wordt. Dat wil ik vermijden.' Ik ben keurig betaald, al ben ik nadien niet meer welkom geweest in de Brakke Grond. Vele acteurs, auteurs en beeldend kunstenaars kunnen soortgelijke verhalen ophoesten. Toch pleit ik voor het voortbestaan van een Vlaams cultureel centrum in hartje Amsterdam en gun ik Leen Laconte het voordeel van de twijfel. Sommige politici pleiten voor de sluiting en dat is de gemakkelijkste oplossing. Maar is de gemakkelijkste oplossing niet de lafste en tevens de domste? De overheid moet mevrouw Laconte een budget geven en zich verder niet bemoeien met haar beleid. Wat de raad van bestuur moet doen is jaarlijks de boeken nakijken. Een teken van vertrouwen zou verder nog zijn dat de minister elke medewerker waar Laconte niet naar behoren mee kan samenwerken, naar Brussel terugroept, zonder de reden te vragen van de wrijving. Zo niet schort er wat aan het vertrouwen in haar en de eerlijke intenties van de minister en zijn secondanten. Tot slot moet Leen Laconte het Hollandse juk van zich af kunnen schudden. Volgens een oude overeenkomst mag Vlaanderen maar honderd dagen per jaar gebruikmaken van de eigen zalen. Wat er tijdens die periode geprogrammeerd wordt, moet daarenboven een fiat krijgen van de Nederlandse artistieke vennoot. Voor de rest van het jaar heeft de vennoot vrij en gratis gebruik van zalen, infrastructuur én administratie. De Brakke Grond zal maar een bruisend Vlaams cultureel centrum worden, wanneer het een kunstfabriek wordt, in nauwe samenwerking met de Vooruit, de Singel, het Kaaitheater en de andere grote en kleine kunstencentra. Elke andere optie is tot mislukken gedoemd. Guido Lauwaert, Gent. Guido Lauwaert, Gent