"Het hergebruik van flessen en blikjes is een goed idee, maar het zal de wereld niet aanzetten tot een ingrijpende omwenteling, die vergelijkbaar is met de agrarische of de industriële revolutie." Dat schreven Donella H. Meadows, Dennis Meadows en Jörgen Randers in 1991, twee decennia na de publicatie van hun Grenzen aan de groei, een rapport aan de Club van Rome. "Al twintig jaar schrijven wij over duurzaamheid, praten wij over duurzaamheid en streven wij naar duurzaamheid. Wanneer wij met officiële instanties te maken hebben en wanneer we luisteren naar politieke leiders, voelen we ons vaak machteloos. Wanneer wij te maken hebben met individuele personen, buiten instellingen om, voelen we ons doorgaans aangemoedigd."
...

"Het hergebruik van flessen en blikjes is een goed idee, maar het zal de wereld niet aanzetten tot een ingrijpende omwenteling, die vergelijkbaar is met de agrarische of de industriële revolutie." Dat schreven Donella H. Meadows, Dennis Meadows en Jörgen Randers in 1991, twee decennia na de publicatie van hun Grenzen aan de groei, een rapport aan de Club van Rome. "Al twintig jaar schrijven wij over duurzaamheid, praten wij over duurzaamheid en streven wij naar duurzaamheid. Wanneer wij met officiële instanties te maken hebben en wanneer we luisteren naar politieke leiders, voelen we ons vaak machteloos. Wanneer wij te maken hebben met individuele personen, buiten instellingen om, voelen we ons doorgaans aangemoedigd." De auteurs van een van de meest ophefmakende rapporten over de aantasting van het leefmilieu, ontmoetten naar eigen zeggen overal ter wereld talloze mensen die geven om de aarde, om andere mensen en om het welzijn van hun kinderen en kleinkinderen. "Zij hebben oog voor het menselijk lijden en de reeds merkbare aantasting van het milieu en zij vragen zich af of het huidige beleid dat groei bevordert, hieraan iets kan verbeteren. Zij zijn bereid zich in te spannen voor een duurzame samenleving, als zij maar het idee zouden hebben dat hun inspanningen echt zin hebben. Zij vragen zich af: wat kan ik doen? Wat kunnen regeringen doen? Wat kunnen ondernemingen doen? Wat kunnen scholen, kerken, media doen? Wat kunnen burgers, producenten, consumenten, ouders doen?" Het zijn geen dwaze vragen, vinden de wetenschappers. "Wij denken dat het met volledige inzet experimenteren aan de hand van deze vragen belangrijker is dan welk antwoord ook - ook al zijn er antwoorden in overvloed. Zo zijn er bijvoorbeeld de 'vijftig simpele dingen die u kunt doen om de planeet te redden'. Koop een zuinige auto, lever flessen en blikjes in voor hergebruik, stem verstandig bij verkiezingen... als u tenminste behoort tot die mensen op de wereld die auto's, blikjes of verkiezingen kennen. Er zijn ook een paar minder eenvoudige dingen die je kunt doen: werk mee aan je eigen bewuste levensstijl, neem hooguit twee kinderen, help met liefde en begrip één gezin zodat het zich uit de armoede omhoog kan werken, verdien de kost op de 'juiste' manier, zorg goed voor één stukje land; doe wat je kunt om geen systemen te steunen die mensen onderdrukken of de aarde misbruiken. Dat helpt allemaal. Het is allemaal nodig. En het is natuurlijk niet genoeg. We hebben het namelijk over een echte revolutie." Duurzame ontwikkeling is vandaag een begrip. Officieel vormt het concept al jaren de kern van onder meer het beleid van de Vlaamse overheid. Bijdetijdse beleidsmensen hebben het dan ook te pas en te onpas over duurzame ontwikkeling. Indommelende aula's kennen de uitdrukking uit de officiële toespraken ter afronding van een of ander colloquium over economie en ecologie. Bij de gedachte aan duurzame ontwikkeling hebben weinigen in de zaal, en de politici allerminst, ingrijpende veranderingen voor ogen - na afloop van de studiedag wachten de schuimwijn en de hapjes in de hall. Maar in de ogen van de wetenschappers van de Club van Rome gaat het dus om meer dan een modieuze slogan. De overgang naar een duurzame samenleving vergelijken zij met de agrarische en de industriële revolutie.NOMADEN WORDEN BOERENOngeveer achtduizend jaar geleden woonden er tien miljoen mensen op deze wereld. Tot dan hadden ze rondgetrokken en geleefd van de jacht en de pluk. De bevolking was langzaam gegroeid en was op het punt gekomen dat de natuurlijke hulpbronnen te schaars werden. Een deel van de nomaden zwermde uit, weg van de geboortegrond in Afrika en het Midden-Oosten. Een ander deel domesticeerde dieren en begon planten te verbouwen. Ze vestigden zich op één plaats. Alleen al het feit dat deze boeren zich niet meer permanent verplaatsten, veranderde het aanzien van de wereld. Voor het eerst in het bestaan van de mens was grondbezit van tel. Mensen die niet rondtrekken, kunnen ook meer materiële dingen verzamelen. De een werd al rijker dan de ander. Er ontstonden begrippen als rijkdom, erfenis, handel, geld en macht. Niet iedereen moest zich met de voedselproductie bezighouden. Er kwamen steden, priesters, schrijvers, soldaten en koningen. De komst van de landbouw had ingrijpende gevolgen. Maar veel antropologen vonden het boerenbestaan geen betere manier van leven. "Landbouw is ontstaan uit de noodzaak om de steeds toenemende bevolking van voedsel te voorzien", luidt hun stelling. Landbouwers produceerden meer voedsel dan jagers en verzamelaars konden bemachtigen. Maar het voedsel was minder afwisselend en had een lagere voedingswaarde. Bovendien zorgden de landbouwers voor de eerste chronische milieuvervuiling. Anders dan de nomaden trokken ze niet weg van het afval dat ze produceerden. "Landbouw was een geslaagd antwoord op de schaarste in de natuur. Ze maakte een aanhoudende langzame bevolkingsgroei mogelijk, die in de loop van de eeuwen enorm opliep, van 10 miljoen tot 800 miljoen in 1750. Tegen die tijd waren net door de grotere omvang van de bevolking nieuwe tekorten ontstaan, vooral aan land en energie. Een nieuwe revolutie was nodig."DE NATUUR IS ER VOOR DE MENSHet gebruik van steenkolen in plaats van hout zette mee de industriële revolutie in Engeland in gang. De stoommachine verving het land als belangrijkste productiemiddel en het feodale stelsel maakte plaats voor het kapitalisme. De technologie zou iedereen een beter leven bezorgen. De steden groeiden snel, er kwamen nieuwe wegen en spoorwegen. Het werk in de fabrieken was zwaarder en nog mensonterender dan op het land. De woonsituatie van de arbeiders, onder de fabrieksschouwen, was erbarmelijk. De wetenschappers van de Club van Rome citeren instemmend de historicus Donald Worster. Die schreef over het industrieel kapitalisme: "Mensen moeten voortdurend denken in termen van geld verdienen. Ze moeten alles om zich heen - de grond, haar natuurlijke hulpbronnen, hun eigen arbeid - zien als potentiële handelswaar die misschien winst oplevert. Zij moeten het recht opeisen om die handelswaar te produceren, te kopen en te verkopen zonder enige controle of inmenging van buitenaf. Naarmate de behoeften groter werden, naarmate de markt zich uitbreidde, werd de band tussen natuur en mens gereduceerd tot het gebruik van de natuur enkel en alleen als een hulpmiddel." Het kapitalisme is succesvol: de productiviteit is enorm en de welvaart in sommige delen van de wereld immens. Maar net de basis van het kapitalisme, de idee dat de natuur slechts een hulpmiddel is voor de mens, bedreigt volgens de Club van Rome ook de toekomst van het mensdom. Het systeem leverde alles over aan de markt: de hoogste bergtop en de diepste oceaan zijn pas echt interessant als ze economisch kunnen worden geëxploiteerd. "Net als het succes op kleinere schaal van jagen en verzamelen en van de landbouw, heeft het succes van de industriële revolutie uiteindelijk weer geleid tot nieuwe schaarste, niet aleen aan wild, niet alleen aan land, niet alleen aan brandstoffen en metalen, maar aan opnamevermogen door het milieu. Daardoor werd een nieuwe revolutie noodzakelijk."EEN MACHIAVELLISTISCHE TRUCDat uitgerekend een industrieel als Aurelio Peccei (1908-1984) de oprichter was van de Club van Rome, was velen een doorn in het oog. Peccei bekleedde leidinggevende functies bij het concern van autoconstructeur Fiat en maakte deel uit van de hoofddirectie van het Olivetti-concern (1963-1973). Op zestigjarige leeftijd nodigde de zakenman dertig wetenschappers en politici uit om zich in Rome te beraden over de wereldproblematiek. Peccei zou het thema niet meer lossen. Kort voor zijn dood publiceerde hij nog een boek waarin hij de mensheid opriep om dringend samen te werken. Alleen zo kon de mens zijn planeet voor een catastrofale ontwikkeling behoeden. "Peccei was een telg uit een traditierijke Italiaanse familie met sterke humanistische wortels die tot de Renaissance teruggingen. Dat milieu vond het heel gebruikelijk om vragen te stellen over de grote disputen van de wereld en dus over cultuur, wetenschap en vooruitgang." Aan het woord is Wouter Van Dieren, de Nederlander die destijds als journalist een belangrijke bijdrage leverde tot de verspreiding van het rapport van de Club van Rome en die Peccei goed gekend heeft. Van Dieren gebruikte met enkele collega-journalisten uit de pers - onder wie W.L. Brugsma van de Haagse Post - een machiavellistische truc om het rapport in de Nederlandse media te krijgen, lang voor het uitkwam. Hij en zijn kompanen bestempelden het rapport als hoogst geheim. Het gevolg was dat de pers er niet over zweeg en de Nederlandse Tweede Kamer al in september 1971, na de jaarlijkse troonrede op de derde dinsdag, vond dat het met de wereld de verkeerde kant opging en dat de wederopbouw haar beste tijd had gehad. Politiek Nederland omarmde de stellingen van de Club van Rome een half jaar voor de publicatie van het rapport. Een gemengde commissie van wetenschappers en ondernemers onder leiding van Gerrit Wagner van Shell zou de komende maanden de standpunten van de Club onderschrijven. De aanhang van de Nederlandse milieubeweging groeide in geen tijd van enkele tienduizenden leden tot meer dan één miljoen. TYPISCH MARXISTISCHE KLETSPRAATOnder meer Alexander King behoorde tot de befaamde Romeinse club rond Peccei. De Britse chemicus was eind van de jaren zestig directeur Wetenschappelijke Zaken en Onderwijs bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs. De OESO heeft een liberaal imago. King zou, na het overlijden van Peccei, voorzitter worden van de Club van Rome. Dat een topzakenman als Peccei en een topambtenaar als King tot de belangrijke leden van de Club van Rome behoorden, moest tot kritiek leiden. Die kwam, zoals te verwachten viel, ook uit de linkse hoek. De Club heette een instrument van het grootkapitaal te zijn en vooral te mikken op een versnelde globalisering van de economie. Daarvan zouden de grote concerns beter worden. Onzin, vindt Wouter Van Dieren. "Dat was van die typisch marxistische kletspraat van de jaren zestig. De critici konden het gewoon niet verkroppen dat het initiatief voor de Club van Rome uitging van het establishment, dat doorgaans niet aan de revolutie timmert. Stel u voor: een directeur van de OESO en een lid van de raad van bestuur van Fiat die zeggen dat het helemaal anders moet met deze wereld! Bovendien bracht de Club ook de voorzitter van de Russische en van de Amerikaanse academie voor wetenschappen samen." "Het was in die periode hoogst uitzonderlijk dat er over de grenzen van de machtsblokken heen kon worden gepraat. Dat klopte dus ook al niet met het clichébeeld dat ter linkerzijde leefde over de slechte monopoliekapitalisten en de goede marxisten. Het imago dat dit soort marxisten van zichzelf had, viel bijgevolg aan gruzelementen. Zij vormden niet langer de enige kritische oppositie en hun reactie was dan ook perfect voorspelbaar." "De critici blaften als de hondjes van Pavlov: zo'n club, daar moest wel wat achter zitten. Maar daar zat helemaal niets achter. De grootindustrie had er toch geen belang bij om halt en stop te staan roepen? Want dat was nu net het besluit van de Club van Rome. Met het rapport kwam er inderdaad een einde aan de euforie van de naoorlogse wederopbouw: de bomen zouden niet tot in de hemel blijven groeien." EEN STAP TERUG, KALMER AANDe Amerikaanse wetenschapper Jay Wright Forrester was een pionier in de computerwereld. Vanaf 1950 maakte hij simulaties van wereldwijde maatschappelijke evoluties op de nog jonge computer. Er waren al wereldmodellen ontwikkeld, maar die besloegen altijd deelgebieden als bevolking, landbouw of economie. Forrester werkte in het Massachusetts Institute of Technology (MIT) het eerste model uit dat de belangrijkste processen in samenhang bekeek. Zijn computermodel verschafte nieuwe inzichten in de systemen van economie en ecologie, en hun wisselwerking. Zijn leerling Donella H. Meadows - mede-auteur van het eerste rapport van de Club van Rome - verfijnde de systeemdynamiek van Forrester nog. In hun Wereld3-model kwamen beide wetenschappers tot het besluit dat zonder politieke ommezwaai, de grenzen van de groei snel bereikt zouden worden. Economie is ecologie, was een van de uitgangspunten. Als de bevolking en de economie onbelemmerd blijven voortgroeien, stoot onze planeet binnen erg korte termijn op zijn eigen beperkingen. In dat scenario worden er te veel grondstoffen aan de aarde onttrokken en wordt de natuur bijkomend onder het afval en andere vervuiling bedolven. Het natuurlijke systeem zou er onvermijdelijk en op dramatische wijze door uit balans geraken. Zeker tegen 2100 zou de mensheid tegen de fysieke grenzen van het systeem botsen. Wanneer juist, kon niemand voorspellen. Maar bij een ongewijzigd beleid was de Club van Rome pessimistisch gestemd. Zeker binnen de honderd jaar zou de wereldbevolking drastisch teruglopen, samen met het industriële productievermogen. Het was geen vreselijk vrolijk bericht. Maar de auteurs bestreden de kritiek dat hun boodschap apocalyptische trekjes vertoonde. "Dit is geen onheilsvoorspelling", zo verweerden ze zich. "We wilden alleen waarschuwen. In feite brachten we een boodschap van hoop, want als de mensheid kiest voor het leven, ziet de toekomst er wel rooskleurig uit." Maar dan moeten er dus ingrijpende keuzes worden gemaakt en veel tijd mag daarbij niet verloren gaan. Immers: de groei gaat snel en de grenzen zullen bijgevolg snel worden bereikt. De ervaring leert ook dat het veel tijd vraagt voor de maatschappij - de politiek - reageert. In een nieuw rapport in 1991 stelt de club dat de grenzen aan de groei niet enkele decennia voor ons liggen, zowat midden in de volgende eeuw. Inzake natuurlijke hulpbronnen en de aanmaak van vervuilende stoffen hebben we de grenzen al bereikt. De problemen blijven ongewijzigd: de bevolkingsgroei, het gebruik van energie en grondstoffen en de verdeling van de rijkdom in de wereld. Het verwondert de wetenschappers, en toch ook weer niet. Over de periode tussen 1972 en 1991 schrijft Meadows: "We hebben zelf de bossen gezien die met de grond gelijk waren gemaakt, de geulen in de akkers en de rivieren die bruin waren van het slib. We waren op de hoogte van de chemische processen in de ozonlaag en het broeikaseffect. De media hadden verslag gedaan van de wereldvisserij, de daling van het grondwaterpeil en het uitsterven van de soorten." Maar het team wist pas hoe slecht het met de wereld gesteld was, toen ze het twintig jaar oude rapport echt aan het bijwerken was. "De wereld van de mens heeft haar grenzen overschreden. Om maar enigszins leefbaar te zijn, moet de toekomst er een zijn van een stap terug, kalmer aan, herstel. Armoede is niet te verhelpen door ongebreidelde materiële groei, het probleem zal moeten worden aangepakt in een krimpende materiële economie. Net als iedereen wilden we deze conclusies liever niet onder ogen zien."ER DREIGT SNEL EEN RAMPBegin jaren negentig klinkt de analyse nog altijd als twintig jaar tevoren: er komen te veel mensen bij en het gebruik van grondstoffen groeit te snel. Is er dan niets ten goede veranderd? Toch wel, zegt Wouter Van Dieren. "Het rapport van de Club van Rome is door iedereen aanvaard. Bij verantwoordelijke mensen is het bewustzijn gegroeid dat de aarde niet eeuwig kan worden geëxploiteerd. Er zijn ook veel gunstige maatregelen genomen. De westerse industrie boekte successen in de energiebesparing en de bestrijding van emissies. In de Rotterdamse Europoort zijn de emissies met negentig procent gedaald en de energieprestaties van de auto's zijn met een factor vier verbeterd. Maar die winst wordt tenietgedaan doordat er tien keer meer wagens rijden. De groei van consumptie, productie en bevolking blijft dus het cruciale probleem." Anders dan anderen gelooft de Club van Rome niet dat nieuwe technologie of het marktmechanisme alle problemen van de blauwe planeet kunnen oplossen. Vanuit haar achtergrond gelooft de Club vanzelfsprekend in de deugdzame werking van de vrije markt - mits de nodige correcties worden uitgevoerd. De markt en de technologie kunnen een wezenlijke bijdrage leveren. Maar het zal niet volstaan. De kern van het betoog is dat de druk om meer grondstoffen te gebruiken en de bevolking te doen groeien, moet worden weggenomen. Dat is niet eenvoudig. Want precies die vermaledijde groei wordt door zowat iedereen de hemel in geprezen - ook door wie zegt het volmondig eens te zijn met de analyses van de Club van Rome. Rijk en arm stellen alle hoop op meer groei. "In de rijke landen gelooft men dat economische groei nodig is voor werkgelegenheid, sociale mobiliteit en technische vooruitgang. In het arme deel van de wereld lijkt economische groei de enige uitweg te zijn om uit de armoede te komen. En een arm gezin ziet het hebben van veel kinderen niet alleen als een bron van vreugde, maar ook als iets dat economische zekerheid kan geven." Deze druk moet dus worden verminderd. Anders dreigt snel een ramp. "Zonder een belangrijke terugdringing van de grondstof- en energiestromen zullen de voedselopbrengst per hoofd van de bevolking, het energiegebruik en de industriële productie op een niet bij te sturen wijze dalen", klinkt het somber.DE REVOLUTIE IS AL LANG BEGONNENAlle hoop schuilt in de duurzame samenleving. De duurzame maatschappij moet minder mikken op kwantiteit. Kwaliteit van het bestaan, toereikendheid van de middelen en redelijkheid zijn daarentegen kernwoorden in een samenleving die haar doelstellingen op korte en lange termijn formuleert. Daar zal volgens de rapporten veel wijsheid aan te pas komen. Wijsheid om de materiële consumptie en de gewenste gezinsgrootte te beperken. Dan kan de aarde zelfs acht miljard mensen de welvaart geven van West-Europa vandaag en tegelijk kan de planeet eindeloos in stand worden gehouden. Die idee alleen toont aan dat zo'n evolutie niet stagnerend, saai of star kan zijn. Een recept voor de duurzame revolutie bestaat er niet, maar ze zal zoals de agrarische en de industriële revolutie tegelijk voor- en nadelen hebben. "De duurzaamheidsrevolutie zal niet verlopen volgens een keurig lijstje van beslissingen van regeringen of modellenbouwers. Als ze zich al voltrekt, zal dat organisch en geleidelijk gebeuren. Die revolutie zal ontspruiten aan de visie, de inzichten en de experimenten en de daden van miljarden mensen." Misschien is de revolutie al lang begonnen.Donella H. Meadows, Dennis L. Meadows, Jörgen Randers. De Grenzen voorbij. Een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld. Spectrum-Aula. Utrecht, 1992. Volgende week: Israël en het Midden-Oosten.Peter Renard