Het Toneelhuis was het troetelkind van voormalig cultuurschepen Eric Antonis (CD&V). Samen met HETPALEIS en Antwerpen Open (de stedelijke vzw die groeide uit Antwerpen 93 en die de Zomer van Antwerpen organiseert) was het stadsgezelschap de speerpunt van het vernieuwde Antwerpse cultuurbeleid. Ondanks de woelige jaren onder Luk Perceval en het warrige overgangsjaar met Josse De Pauw, leek de toekomst ook na het vertrek van Antonis verzekerd. De komst van Guy Cassiers als artistiek leider moest garant staan voor een sterke kwaliteitsgroei en een internationale uitstraling.
...

Het Toneelhuis was het troetelkind van voormalig cultuurschepen Eric Antonis (CD&V). Samen met HETPALEIS en Antwerpen Open (de stedelijke vzw die groeide uit Antwerpen 93 en die de Zomer van Antwerpen organiseert) was het stadsgezelschap de speerpunt van het vernieuwde Antwerpse cultuurbeleid. Ondanks de woelige jaren onder Luk Perceval en het warrige overgangsjaar met Josse De Pauw, leek de toekomst ook na het vertrek van Antonis verzekerd. De komst van Guy Cassiers als artistiek leider moest garant staan voor een sterke kwaliteitsgroei en een internationale uitstraling. Guy Cassiers speelde in op de verzuchting van minister van Cultuur Bert Anciaux (meer samenwerking) en werkte een model uit dat een reeks autonome makers samenbrengt in één ensemble. Er kwam een Vlaamse subsidieverhoging van 2,4 naar 3 miljoen euro. Twee seizoenen later pronkt Toneelhuis met goede publiekscijfers (145.000 toeschouwers met 450 voorstellingen per jaar) en met een pak jubelende recensies. De relatie met de Vlaamse overheid mag dan al opperbest zijn, met Antwerpen botert het minder goed. Cassiers moest aanvaarden dat bij zijn aantreden de stedelijke subsidie verminderde van 3,25 naar 2,75 miljoen euro. (Dat bedrag steeg daarna weer en zal in 2009 opnieuw 3,2 miljoen euro bedragen.) Later hoopten Cassiers en zijn zakelijk leider Luc Van den bosch op een stijging tot 3,4 miljoen euro zoals Philip Heylen (CD&V), de opvolger van Antonis, destijds had beloofd. In de meerjarenbegroting 2008-2013 lazen ze tot hun verbazing dat de stedelijke subsidie vanaf 2010 opnieuw zal dalen tot 2,8 miljoen euro. Hun reactie was er een uit de oude doos: de pers alarmeren, bevriende kunstenaars op de barricaden hijsen om de schepen onder druk te zetten. 'Schepen Heylens dubbele besparing (!) bewijst dat hij de artistieke ernst en het unieke model van Toneelhuis niet naar waarde weet te schatten, en evenmin de waarde van Toneelhuis voor Antwerpen, Vlaanderen en ver daarbuiten', luidde de strijdlustige slotzin van de persmededeling. Het antwoord van Heylen was onderkoeld. Het Toneelhuis sloot 2007 af met een tekort van 685.000 euro. Dat tekort is niet te wijten aan de subsidieverlaging van 2006, want daarvoor moest 10 procent van het niet-artistieke personeel afvloeien. Het Toneelhuis heeft op te grote voet geleefd. De reis naar Avignon ( Mefisto Forever van Tom Lanoye en Guy Cassiers) kostte handenvol geld en de artistieke kosten van de vijf autonome makers waren veel hoger dan gepland. 'Ik wil een tekort van bijna 700.000 euro niet wegrelativeren', zei Heylen die niet opgezet was met de interviews van Cassiers in de pers. Het Toneelhuis had er beter aan gedaan om de dialoog open te houden met Heylen. De aankondiging om de subsidie in 2010 te verlagen met 400.000 euro is niet meer dan een waarschuwing, een schot voor de boeg. De onderhandelingen over de nieuwe beheersovereenkomst 2010-2013 zijn nog niet eens begonnen en het ziet ernaar uit dat de soep lang niet zo heet zal worden gegeten. Heylen wilde met deze meerjarenbegroting het Toneelhuis eens goed laten schrikken. Cassiers en Van den bosch panikeerden en dreigen nu hun collega's in de Antwerpse cultuursector tegen zich in het harnas te jagen. Tot slot een opmerkelijk citaat van Eric Antonis uit de Antwerpen-special die Knack vorige week publiceerde. 'Ik heb opgevangen dat HETPALEIS, het theaterhuis voor jongeren, middelen zou moeten inleveren. Als dat klopt, ga ik persoonlijk protesteren,' zei hij. Antonis repte met geen woord van het Toneelhuis. door Karl van den Broeck