Niets wat meer onrust uitstraalt dan een natuurlandschap. Dat mag vreemd lijken, maar wie goed kijkt, merkt voortdurende vernietiging en dreiging op. Ook de poëziezomer vraagt dit jaar om een aandachtige blik. Niet alleen de beeldende kunst dringt subtiel binnen in het observatievermogen van wie een dag lang de locaties bezoekt, maar ook de poëzie presenteert zichzelf op een lichamelijke manier. Dit jaar heeft organisator Gwy Mandelinck er namelijk voor gekozen om de gedichten niet alleen op een gedrukte of auditieve manier het pad van de wandelaar te laten kruisen, maar ook om op verschillende plaatsen het handschrift van de dichters te tonen.
...

Niets wat meer onrust uitstraalt dan een natuurlandschap. Dat mag vreemd lijken, maar wie goed kijkt, merkt voortdurende vernietiging en dreiging op. Ook de poëziezomer vraagt dit jaar om een aandachtige blik. Niet alleen de beeldende kunst dringt subtiel binnen in het observatievermogen van wie een dag lang de locaties bezoekt, maar ook de poëzie presenteert zichzelf op een lichamelijke manier. Dit jaar heeft organisator Gwy Mandelinck er namelijk voor gekozen om de gedichten niet alleen op een gedrukte of auditieve manier het pad van de wandelaar te laten kruisen, maar ook om op verschillende plaatsen het handschrift van de dichters te tonen. Een ogenschijnlijk eenvoudig idee, maar het geeft de poëziezomer een nog grotere intensiteit dan de vorige jaren. Want zo kom je de dichters letterlijk tegen terwijl je hen leest. Hun aarzelende, steile, vloeiende, hoekige of al wat onzekere handschrift zegt veel over de inhoud van hun werk. In de parochiezaal wordt dat effect nog versterkt door de video-opname waarin je Leonard Nolens' hand over zijn gedichten ziet gaan, terwijl hij ze leest. Precies daarom - en door de keuze van de foto's van sneeuwlandschappen van Balthasar Burkhard, van een boom overwoekerd door mos van Eric Potevin of door momentopnames van gezichten van Suzanne Lafont - wordt het vroegere Postgebouw op de kleine markt van Watou een echt poëziehuis. 'Witter dan leesbaar', zoals Gerrit Kouwenaar het schrijft in zijn nu al klassieke gedicht waarin hij zijn vrouw herdenkt, zo lijkt het huis waarin de poëzie alle kansen krijgt. Toch leveren de versregels onrust op. Bij Remco Campert lezen we bijvoorbeeld: 'Eindelijk hadden we licht in de kamer/ in dat licht keken we elkaar aan/ en zagen ons onherstelbare gezicht'. Al even onrustwekkend is de Camera Obscura die Dirk Braeckman in het Douviehuis gecreëerd heeft. Alleen al deze kamer maakt de tocht naar Watou de moeite waard. Want de ogenschijnlijk onbekommerde, zomerse buitenwereld van het dorp wordt in de bijna donkere kamer op zijn kop gezet. Een auto lijkt de kamer ondersteboven te zullen binnenrijden. Je waarneming wordt op de helling gezet. Hier kijk je, zoals het op een versregel van Eva Gerlach gebaseerde thema van de zomer luidt, echt 'opzij van het kijken'. Van de werkelijkheid moet ieder voor zich in deze poëziezomer zijn eigen werkelijkheid maken. Gwy Mandelinck en Jan Hoet, geassisteerd door Michel Dewilde, stellen via heel recente gedichten en beeldend werk, zelfs de identiteit in vraag. Dat maakt deze poëziezomer zo onontkoombaar. Niet verwonderlijk dat de oorlog, als breekpunt in de samenleving, in het Douviehuis, sterk aanwezig is. Via het werk van William Kentridge - een moerasachtig landschap bijvoorbeeld, waarin de mens een figurant is - en van Berni Searle - een strak voor zich uit kijkende man met telkens een andere afdruk op het gezicht, die littekens van martelingen bijna perverteren - dringt de Zuid-Afrikaanse realiteit binnen. Maar de grootste oorlog wordt vaak op het persoonlijke niveau uitgevochten. Daarom confronteerde Mandelinck de perfecte, griezelige kopie van een afgerukte arm met een gedicht van Marjoleine de Vos, waarin ze betreurt dat ze nooit nog een kind zal krijgen: 'Was hij er wel, de warme geborene, nu voorgoed verloren uit je armen?'Effectbejag wordt geweerd in Watou. Videokunst durft daar wel eens last van te hebben, maar de video waarin de Servische Milica Tomic de wens uitspreekt om van nationaliteit en dus van identiteit te veranderen, laat zien dat video een medium is dat de pregnantie van een fotografisch of schilderkunstig beeld kan hebben, op voorwaarde dat er een beknopte, dramatische spanning in zit. Naarmate ze meer identiteiten vermeldt, begint ze op steeds meer plekken te bloeden. Een actueel beeld dat tegelijk sterk ingebed zit in de traditie van de schilderkunst. En van de zwevende paarden van Berlinde de Bruyckere op de Douviehoeve gaat een even grote, dwingende kracht uit die je middenin de geschiedenis plaatst. Tijdens deze poëziezomer word je niet alleen visueel in de geschiedenis ondergedompeld, maar ook auditief. Het kunstwerk van Angelo Vermeulen in het Grensland is een proefstation waar algen gekweekt worden. Je kunt ze horen groeien. Zelden is de poëziezomer van Watou in zulke hoorbare verstilling ondergedompeld geweest. Is dat niet de plek bij uitstek voor de poëzie?