Dat weten we dan ook weer. Dirk Vijnck telde 5000 euro neer en werd Kamerlid voor LDD. Leo Goovaerts liet een persoonlijke lening aan zijn toenmalige partijvoorzitter Guy Verhofstadt omzetten in een gift aan zijn partij, en kreeg prompt de belofte dat hij senator zou worden. Dat het in dat laatste geval misliep tussen de twee contractanten en de onverkwikkelijke zaak voor de Brusselse rechtbank strandde, daar gaat het nu even niet om. Wel om de koehandel, met een parlementaire zetel als inzet.
...

Dat weten we dan ook weer. Dirk Vijnck telde 5000 euro neer en werd Kamerlid voor LDD. Leo Goovaerts liet een persoonlijke lening aan zijn toenmalige partijvoorzitter Guy Verhofstadt omzetten in een gift aan zijn partij, en kreeg prompt de belofte dat hij senator zou worden. Dat het in dat laatste geval misliep tussen de twee contractanten en de onverkwikkelijke zaak voor de Brusselse rechtbank strandde, daar gaat het nu even niet om. Wel om de koehandel, met een parlementaire zetel als inzet. Want die koehandel, die verderop in het blad door Leo Goovaerts met een onthutsende vrijmoedigheid wordt verteld, zegt veel over het parlement, een instelling waar het democratische systeem op rust en die, zo te lezen, vandaag wordt gecontroleerd door het politieke rot. En het zijn niet de rechts-populistische partijen die de vermolming van de hoogste politieke instelling hebben aangestoken. De opkomst van populistisch rechts is er een gevolg van. Jean-Marie Dedecker kwam heus niet uit de lucht vallen. Dedecker werd door Guy Verhofstadt persoonlijk naar zijn partij gehaald en in het parlement geloodst. Het nu aan Dedecker toegeschreven rechtse populisme werd destijds zonder enige schroom door Open VLD aangewend om het migrantenstemrecht af te houden en het lavabogehalte van de politieke tegenstanders in de verf te zetten. Ooit brachten partijen in hun programma's hun visies op de organisatie van de samenleving naar voren. Waarna ze kandidaten op hun bekwaamheid selecteerden en uitstuurden voor de kiezers. Die tijd ligt ver achter ons. Vandaag zijn partijen facties, vergelijkbaar met de Blauwen en de Groenen uit de Anekdota van de Byzantijn Procopius. Een programma hebben ze eigenlijk niet meer, maar ze koesteren wel hun beleggingsportefeuilles. Voor de verkiezingen van 7 juni, zo leert De Tijd, 'investeren' alle politieke partijen samen zo'n 31 miljoen euro (1,25 miljard frank) overheidsgeld. Met één tiende van dat haast obscene bedrag zou het Antwerpse OCMW, door de economische crisis geconfronteerd met een overrompelende stijging van de hulpaanvragen, al flink geholpen zijn. De voorbije weken plengden zelfbenoemde staatslieden krokodillentranen over de populistische ontsporingen en over de vaststelling dat deze campagne nergens over gaat. Dat laatste zou wel eens een gevolg kunnen zijn van de vaagheid van de meeste partijprogramma's. De partijen met regeerambities wachten zich wel de kiezer de waarheid te vertellen door een programma voor te leggen waarin die de onafwendbare rekening krijgt voor de economische crisis. Volgend jaar immers eindigt de Vlaamse begroting onvermijdelijk in het rood. De economische inkrimping zorgt voor een vermindering van de financiële toestroom uit de federale kas. Daarnaast moet de Vlaamse Gemeenschap ook een pak geld opzijzetten om mee de federale tekorten te delgen. Want bij ongewijzigd beleid staat federaal premier Herman Van Rompuy voor een besparing, ruim 16 miljard euro, die die van het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene overstijgt - maar dan een operatie in marstempo. In alle discretie ijverden de drie Vlaamse traditionele partijen, CD&V, Open VLD en SP.A, voor een voortzetting van de huidige driepartijencoalitie. Wat dan na 7 juni de toetreding van de SP.A tot de federale regering zou vergemakkelijken. Omdat een versteviging van de federale regering noodzakelijk is. Federale topambtenaren laten er intussen geen twijfel over bestaan. De federale regering raakt alleen uit het financiële moeras indien ze de inkomsten, dus de belastingen, verhoogt en tegelijk fors gaat snoeien in de sociale zekerheid. De gevolgen van de afbouw van de sociale zekerheid zijn niet te overzien. Omdat die sociale zekerheid al langer geen rem meer zet op de toenemende verarming. In 2007 bleek geen van de Vlaamse regeringspartijen te beschikken over een uitgewerkt plan voor een staatshervorming. De gevolgen kennen we. Vandaag heeft geen van die partijen nog maar de aanzet van een plan voor de hervorming van het sociale stelsel - als ze er al belangstelling voor tonen. Goed een maand geleden verscheen Onze Sociale Zekerheid: anders en beter van de Leuvense hoogleraar Danny Pieters. Wellicht het belangrijkste politieke boek van het afgelopen decennium en een blauwdruk, zo beweren specialisten als de Leuvense oud-rector Roger Dillemans, voor die noodzakelijke hervorming. Het boek kreeg nauwelijks aandacht in de media - ook niet in de kranten die nu lamenteren over het toenemende populisme. In de Wetstraat is het boek van Pieters al helemaal geen onderwerp van gesprek, laat staan dat iemand het heeft gelezen. De politieke oligarchen hebben duidelijk andere zorgen dan hun kiezers. door Rik Van Cauwelaert