Beleggen is de rode draad in het leven van Jan Longeval. Hij doet er consultancy over, schrijft erover, doceert erover en praat erover. Daarmee geeft hij persoonlijk gestalte aan zijn profielomschrijving van een actieve belegger die zelf zijn aandelenportefeuille samenstelt: 'Je moet opstaan en gaan slapen met de beurs. Als je droomt, moet je dromen van de beurs. Een actieve belegger kan niet anders dan voortdurend denken aan de beurs. Als je moeite moet doen om naar de koersen te kijken, dan heb je het niet.' Waarmee hij zeker niet wil gezegd hebben dat de beurs op alle vlakken een no-go zone is voor particuliere beleggers.
...

Beleggen is de rode draad in het leven van Jan Longeval. Hij doet er consultancy over, schrijft erover, doceert erover en praat erover. Daarmee geeft hij persoonlijk gestalte aan zijn profielomschrijving van een actieve belegger die zelf zijn aandelenportefeuille samenstelt: 'Je moet opstaan en gaan slapen met de beurs. Als je droomt, moet je dromen van de beurs. Een actieve belegger kan niet anders dan voortdurend denken aan de beurs. Als je moeite moet doen om naar de koersen te kijken, dan heb je het niet.' Waarmee hij zeker niet wil gezegd hebben dat de beurs op alle vlakken een no-go zone is voor particuliere beleggers. De beurs staat bekend om haar bokkensprongen. Wat het idee voedt dat het meer weg heeft van een casino waar waaghalzen de tijd van hun leven beleven, dan een plek waar een goede huisvader (m/v/o) een betere toekomst zoekt voor zijn spaarcenten. JAN LONGEVAL: Het is een dubbel verhaal. De beurs heeft drie fundamentele bestaansredenen: ze verschaft ondernemingen kapitaal om te kunnen groeien; ze geeft investeerders de kans een goed rendement op het door hen verschafte kapitaal te halen; ze voorziet in liquiditeit waardoor je dit kapitaal kan verhandelen. Tot zo ver alles prima. Vandaag zie je echter meer dan vroeger dat de beurs gebruikt wordt voor oneigenlijke doeleinden. Denk aan high-frequency trading, waarbij krachtige computers in fracties van seconden gigantische orders uitvoeren. Meer dan de helft van alle transacties op de beurs vandaag hebben geen enkele economische basis. Het enige doel is het uitbuiten van een technologisch voordeel in de orderuitvoering ten nadele van de kleine belegger. Dat is een vorm van misbruik, hiervoor was de beurs nooit bedoeld. Voeg daarbij de vele types van beleggers die zich op de beursvloer begeven - gesofisticeerde en de minder gesofisticeerde, de speculanten en de langetermijnbeleggers - en je krijgt het beeld van een casino. Of dat beeld daadwerkelijk klopt, hangt af van je perspectief. Meer bepaald van je tijdshorizon. Op korte termijn gedraagt de beurs zich vaak als een half casino, met koersschommelingen die alle kanten uitschieten. Die overdreven volatiliteit weerspiegelt niet de realiteit: de schommelingen zijn vaak veel groter dan wat de onderliggende veranderingen in de fundamentele drijvers van de beurs zouden rechtvaardigen. Dat de beurs doorschiet naar boven of beneden, heeft meestal te maken met massapsychologie. De beurs is een organisch iets waar mensen samenkomen, in competitie treden, hun opinies uiten via hun transacties. Het gebeurt dat mensen collectief in emotionele overdrive gaan en samen een zeepbel creëren. Of, aan het andere eind van het spectrum, beleggers schieten en masse in paniek waardoor de koersen kelderen. Op korte termijn durft de beurs zich dus inderdaad irrationeel en speculatief te gedragen. Op heel lange termijn - ik spreek over decennia, want aandelen zijn generatiebeleggingen - worden de effecten van die psychologie en overdreven schommelingen echter uitgegomd. Dan zie je dat de beurs perfect doet wat je van haar mag verwachten en is ze een weergave van de evolutie van de bedrijfswinsten, die zelf perfect parallel loopt met de groei van de economie. Wat zijn de drijvers van de beurskoers als je belegt in aandelen, met andere woorden als je ondernemingen kapitaal verschaft om te groeien en je mee deelt in de winst? Ondernemingen betalen een deel van de winst uit als dividend. Daarnaast reserveren ze een deel van de winst om hun toekomstige groei te financieren. Door te investeren in groei, stijgt op termijn de beurswaarde. Om de cirkel rond te maken: als de beurs haar werk doet, dan moet de return voor de aandeelhouder op lange termijn gelijk zijn aan het gemiddelde dividendrendement plus de groei van de winsten. En dat klopt als een bus. Als je naar Amerika kijkt, dat de langste beurshistoriek heeft, dan zie je dat de beurs de voorbije 100 jaar een rendement heeft gehaald van om en bij de 9 procent, wat overeenkomt met de som van de nominale groei van de bedrijfswinsten van 5 procent per jaar, evenveel als de nominale groei van de economie, en het gemiddeld dividendrendement van 4 procent over die periode. Wat te bewijzen was: uiteindelijk is de fundamentele waarde op lange termijn de zwaartekracht van de aandelenmarkt waaraan de beurskoersen niet kunnen weerstaan. Honderd jaar is wel heel lange termijn. Wat betekent dat voor een doorsneebelegger die in aandelen steeds vaker een alternatief hoopt te zien voor zijn spaarrekening? Zelfs een tak21-spaarverzekering brengt, na kosten en taksen, nauwelijks iets op en drijft mensen naar tak23-beleggingsverzekeringen. JAN LONGEVAL: Wat je altijd streng in het oog moet houden als je belegt, zijn de kosten. Er is een heel scala aan producten met verschillende tarieven, dus ik kan niet veralgemenen, maar in een tak23-verzekeringsfonds durven de kosten wel eens worden opgestapeld. Als je tegen 2 of zelfs 3 procent kosten aankijkt, zou ik zeggen: begin er niet aan, je belegt het nog beter op een spaarboekje. Ik reken even voor met een portefeuille met medium risicoprofiel, de helft aandelen en de helft obligaties. De verwachte return op lange termijn van de aandelenmarkt in een wereldportefeuille is momenteel ongeveer 6 procent. Aandelen maken de helft uit van je portefeuille, rest: 3 procent. Als je goed diversifieert, zullen je obligaties uitkomen op een verwacht rendement van 1 procent, 0,5 procent dus op je totale portefeuille. Dat betekent dat je in totaal een gemiddeld verwacht rendement hebt van 3,5 procent. Bruto, want daar moeten nog eens roerende voorheffing en kosten van af. Bij een product met kosten en taksen van 2,5 à 3 procent blijft er dus 0,5 procent à 1 procent rendement over. En dan moet je de volatiliteit er nog bij nemen. Dan ben je toch beter af met een spaarrekening. Je moet dus altijd de kosten afzetten tegenover het verwachte rendement. Dat is voor de meeste beleggers een moeilijke zaak omdat ze geen flauw benul hebben hoe ze een verwacht rendement moeten inschatten. Het lijkt ook steeds moeilijker te worden voor de gemiddelde belegger. Zijn er alternatieven? JAN LONGEVAL: Heel wat mensen kiezen vandaag voor directe beleggingen in vastgoed. Daar is niets mis mee, alleen moet je je bewust zijn van alle voor- en nadelen. Voordeel voor velen is ongetwijfeld dat je weet waarin je belegt, het is tastbaar. Nadeel: het is geen gediversifieerde investering. Als je te kampen hebt met leegstand, heb je geen huurinkomsten. Bovendien is vastgoed weinig liquide, het duurt soms maanden om het verkocht te krijgen. En tot slot heb je alle praktische beslommeringen zoals het opvolgen van de huur, het pand in goede staat houden, enzovoort. Voor de particuliere belegger is een alternatief voor een directe belegging in vastgoed: beleggen in beursgenoteerd vastgoed via de zogenaamde GVV's (de gereglementeerde vastgoedvennootschappen) waarvan er een aantal genoteerd zijn op de Belgische beurs. Beleggen in een GVV zorgt voor een grotere diversificatie en liquiditeit en verlost je van de rompslomp. GVV's zijn volatieler dan directe beleggingen in vastgoed, maar de GVV's die zelf beleggen in residentieel vastgoed zijn veel minder volatiel dan de aandelenmarkt in zijn geheel. Een gouden regel is dat als je geen verstand hebt van beleggen op de beurs, je beter niet zelf als actieve belegger optreedt. Heb je te weinig tijd, te weinig inzicht of te weinig passie, dan is het verstandiger om te kiezen voor fondsen. Je kan opteren voor actief beheerde fondsen met een goede staat van dienst, op voorwaarde dat de kosten redelijk zijn, of voor trackers (ETF's). Trackers zijn per definitie een gespreide portefeuille, maar in tegenstelling tot klassieke fondsen worden ze niet actief beheerd door een fondsenbeheerder. Trackers zijn een kopie van een beursindex, bijvoorbeeld de S&P 500, met de bedoeling hetzelfde rendement te halen als die index. Als de beurs met 10 procent stijgt, dan heb je 10 procent rendement minus enkele marginale kosten. Warren Buffett stelt dat de meeste particuliere beleggers het best af zijn met een passief fonds, met een tracker. Met een tracker laat je de beurs voor jou werken en daar is niets verkeerd mee. En de gepassioneerde belegger? JAN LONGEVAL: Die wil de beurs verslaan. Die heeft de passie en de overgave nodig om daar dag in dag uit mee bezig te zijn. Ik ken een aantal van die beleggers, onder wie niet enkel professionele maar ook particuliere beleggers, die hun portefeuille op een indrukwekkende manier beheren. Als je half werk doet op basis van sporadische tips, dan geef je beter niet thuis. De beurs is heel moeilijk te verslaan. Het is een gigantisch internationaal schaakspel dat simultaan wordt gespeeld. Je stapt in de arena gewapend met je eigen inzichten en staat tegenover de geconsolideerde inzichten van een leger van miljoenen beleggers. Wat je hoopt en waar je op rekent, is dat je eigen inzichten die van die grote groep mensen met wie je in competitie bent overklassen. Dat is geen vrijblijvende hobby. Enkel een volledige overgave aan de beurs kan je dat spel doen winnen. In je jongste boek HEAVY METAL wijs je op het belang van goud. JAN LONGEVAL: Goud is de brandverzekering waarvan je hoopt dat je ze nooit nodig zal hebben en moet nooit meer dan 10 procent van je portefeuille uitmaken. Qua opbrengst mag je ervan verwachten dat het op lange termijn zijn reële waarde behoudt, maar ook niet meer dan dat. Het is dan wel een reëel actief, maar het produceert geen cashflows zoals een investering in verhuurd vastgoed dat wel doet. Je moet het edelmetaal dus zijn juiste plaats geven. Goud komt van pas als het helemaal fout gaat. In mijn boek wijs ik op de gigantische schuldenopbouw die je vandaag ziet gebeuren. Als we zo voortdoen, stort het kaartenhuis vroeg of laat in elkaar. Bij rampspoed biedt goud een uitstekende bescherming. Over goud gesproken, de gouden regel die ik heb meegekregen van mijn financiële peetvader is dat er in een goede beleggingsportefeuille niets op kan tegen extreme diversificatie. Ik denk constant na om de diversificatie te verbeteren. Waarom? Omdat de toekomst grotendeels onvoorspelbaar is. Diversificatie is het enige redelijke antwoord op een wereld die fundamenteel onzeker is. Daar hoort een beetje goud bij. Nog een andere sportdiscipline is de obligatiemarkt. JAN LONGEVAL: Dat is inderdaad een heel ander verhaal. De obligatiemarkt is de facto genationaliseerd door de centrale banken. Overheden maken schulden die de centrale banken direct opkopen. Hier is de overheid aan het werk en niet de 'onzichtbare hand' van de vrije markt, in tegenstelling tot de aandelenmarkt. Het niveau van de obligatierente is artificieel. De centrale banken en de overheden leggen de rente vast zoals hen goeddunkt. Als belegger moet je extra goed uitkijken. Het is al geen goed idee om je geld uit te lenen aan overheden of bedrijven die zich diep in de schulden stoppen, maar wil je daarbovenop ook nog eens een negatieve rente ondergaan? Je hoeft geen expert te zijn om te beseffen dat een negatieve rente absurd is. Obligaties kunnen schommelingen in een portefeuille dempen, maar naar verwachte opbrengsten is het ronduit een slechte belegging. Een obligatiefonds met 1 procent rente en 1 procent kosten, levert niks, nada op. Je bent beter af met een spaarrekening.