Het deugdelijk bestuur van ondernemingen in dienst van de aandeelhouders - de corporate governance - is nog niet goed en wel ingeburgerd, of daar dient zich al een nieuwe uitdaging aan: ethisch ondernemen, met een sociale en ecologische inslag. Grote ondernemingen verleggen hun aandacht van de stockholders, de aandeelhouders, naar de stakeholders of iedereen die van dicht of van ver bij het bedrijf betrokken is. Werkgevers confereren erover, academici schrijven er studies over. Aan de Leuvense universiteit bestaat sedert ruim tien jaar een Centrum Economie en Ethiek. Het is opgericht door ondernemers uit de christelijke hoek. Luk Bouckaert, filosoof en econoom, is er een van de bezielende krachten van.
...

Het deugdelijk bestuur van ondernemingen in dienst van de aandeelhouders - de corporate governance - is nog niet goed en wel ingeburgerd, of daar dient zich al een nieuwe uitdaging aan: ethisch ondernemen, met een sociale en ecologische inslag. Grote ondernemingen verleggen hun aandacht van de stockholders, de aandeelhouders, naar de stakeholders of iedereen die van dicht of van ver bij het bedrijf betrokken is. Werkgevers confereren erover, academici schrijven er studies over. Aan de Leuvense universiteit bestaat sedert ruim tien jaar een Centrum Economie en Ethiek. Het is opgericht door ondernemers uit de christelijke hoek. Luk Bouckaert, filosoof en econoom, is er een van de bezielende krachten van. Luk Bouckaert: Ethisch ondernemen 'leeft' bij ondernemers. Zij praten nu over duurzaam ondernemen, over de triple bottom line, die economische, sociale en ecologische doelstellingen bundelt. België loopt nog wat achter omdat wij niet veel grote bedrijven hebben. Het is in de Verenigde Staten begonnen. Engeland is er mee bezig, de Skandinavische landen, Nederland ook. Amerika en Engeland staan niet als zeer progressief te boek.Bouckaert: Wij hebben een sterke sociaal-politieke reglementering van het economisch leven, met een uitgebreide wetgeving en sociaal overleg; de verzorgingsstaat. Zij hebben de traditie te werken vanuit de ondernemingen zelf. Veel bedrijven hebben er ethische codes, mission statements, opdrachtverklaringen. Die hebben vaak niet veel om het lijf.Bouckaert: Dat is zo. Maar het is slechts een begin. Nu gaat het meer om de sociaal-ethische audit. Bedrijven rapporteren in welke mate zij hun economische, sociale en ecologische doelstellingen halen. Waren ze vroeger niet ethisch?Bouckaert: Niet bewust. De heersende logica was dat de aandeelhouders eigendomsrechten hebben en een recht op de winst als vergoeding voor hun kapitaal. De onderneming moest binnen dit winstconcept werken. Zo streefden bedrijven winst na ten koste van het milieu. In ethische ondernemingen verdwijnt de winstdoelstelling natuurlijk niet, maar ze wordt gekoppeld aan sociale en ecologische doelstellingen. Het gaat dan niet louter meer om prijzen- en kostenconcurrentie, maar ook om kwaliteitsconcurrentie. Hoe kun je ethisch ondernemen?Bouckaert: In de eerste plaats met die opdrachtverklaringen en ethische codes. Nu wint de theorie van het stakeholdersship veld, alle betrokkenen in de onderneming zijn even belangrijk: de aandeelhouders, de werknemers, de klanten, de leveranciers... Dat staat tegenover het stockholdersconcept, dat het belang van de onderneming uitsluitend bij de aandeelhouders legt. Tenslotte is ethisch ondernemen een vaardigheid of een kunst om nieuwe waarden en nieuwe levensstijlen te ontwikkelen. Zijn er bekende voorlopers?Bouckaert: De Body Shop van Anita Roddick is een van de pioniers. De oliegroep Shell is een interessant geval. Sedert de botsing met Greenpeace over het Brent Spar-olieplatform in de Noordzee en de mensenrechtenproblemen rond hun oliewinning in Nigeria dialogeert hij permanent met de niet-gouvernementele organisaties. Shell is een goed voorbeeld van een internationale groep die duurzaam ondernemen inhoud en vorm geeft en controleerbaar maakt. In eigen land is Colruyt een voorloper op ecologisch gebied, anderen volgen snel. HBK-Spaarbank is zelfs buiten de eigen onderneming een promotor van de financiële werknemersparticipatie. Ethisch ondernemen gaat duidelijk verder dan de wet.Bouckaert: Het is meer dan de wet. Anders is een bedrijf zelfs niet als ethisch herkenbaar. Het kenmerk van een ethisch bedrijf is dat het innoverend is op sociaal of ecologisch gebied zonder dat de wet het oplegt of dat het onmiddellijk rendabel is. Daarmee grijpt het dan wel naast de opbrengst van vijftien procent op de eigen middelen?Bouckaert: Dat zou kunnen. Maar het zou ook kunnen dat een bedrijf dat niet sociaal of niet ecologisch onderneemt ook geen vijftien procent return haalt. Onethisch ondernemen wordt afgestraft. Ethische ondernemers anticiperen op ontwikkelingen in de markt en de samenleving. De morele gevoeligheid van markten is toegenomen. De consumenten zijn gevoelig voor de ecologische en sociale kwaliteiten van een product. Economen rekenden vroeger alleen met de prijselasticiteit van de vraag, nu bestaat er ook een soort morele elasticiteit van de vraag. Moreel slecht scoren, wordt economisch bestraft. De consumenten kopen toch sportschoenen die Pakistaanse kinderen maken en goedkope kleren uit de sweatshops van Calcutta.Bouckaert: Als de media hen melden dat die schoenen op zo'n manier vervaardigd zijn, verliezen ze een stuk van hun aantrekkelijkheid. Zo reageren de consumenten. De sportartikelenindustrie had geen probleem toen de wereld niets afwist van de erbarmelijke werkomstandigheden bij sommige onderaannemers in de ontwikkelingslanden. Maar nu hebben die bedrijven een charter over eerlijke arbeid. Niet-gouvernementele organisaties kanaliseren de gevoeligheid van de consumenten. Acties van Greenpeace, de Schone Kleren-campagne of Amnesty dat bedrijven aanklaagt die de mensenrechten niet respecteren. De chemiesector zette zelf zijn Responsible Care op, waarmee de deelnemende bedrijven meer verplichtingen aanvaarden. De leden van het European Business Network for Social Cohesion maken in hun ondernemingen plaats voor kansarmen. Na de sluiting van Renault-Vilvoorde was er een tijdelijke koopboycot. De consumenten kopen minder vlees, ook al daalt de prijs. Het voldoet niet meer aan hun kwaliteitseisen. Voor de koffie en de bananen van Max Havelaar, die eerlijke handel in de arme landen waarborgt, betalen de consumenten zelfs een meerprijs. De consumenten aan de macht?Bouckaert: Ja, maar ook de arbeidsmarkt reageert. Jonge mensen solliciteren liever bij bedrijven met een goede sociale reputatie, met een interessant maatschappelijk project of die oog hebben voor het evenwicht tussen arbeid en gezin. Andere bedrijven verliezen jonge creatieve mensen. Sommige jongeren kiezen zelfs voor een non-profitonderneming, waar ze minder verdienen en wellicht harder werken. Juist omdat ze waarden koesteren. Ondertussen gaan de kapitaalmarkten hun gang.Bouckaert: De kapitaalmarkten worden ook gevoelig voor ethisch ondernemen. De beurs straft onethische ondernemingen af, ze houdt niet van schandalen. Het ethisch beleggen is in de wereld van het geld wel nog het kleine broertje. Maar verrassend is dat het goed rendeert. Handelen de financiële markten wel ethisch als zij met hun speculaties crisis veroorzaken in Thailand en buurlanden?Bouckaert: Dat is een beetje dubbelzinnig. De financiële markten dwingen een land of een onderneming met een slecht beleid te saneren. Door de snelheid komt er soms een overreactie, waardoor ondernemingen kapotgaan die het niet verdienen. Investeren in Afrika kan goed ethisch gedrag zijn. Het continent heeft economische hulp nodig.Bouckaert: Ondernemingen gaan joint-ventures aan in derdewereldlanden. De microfinanciering in Afrika is een interessant en succesvol project. Banken verlenen kredieten aan 'marginale' klanten, bijvoorbeeld vrouwen, om een kleinschalige ondernemingsdynamiek op gang te brengen. Zo helpen zij een sociale doelstelling te realiseren binnen de markt. Kan men meten of een bedrijf goed presteert omdát het ethisch handelt?Bouckaert: Dat is moeilijk, omdat de prestaties ook afhankelijk zijn van de technologie, de markt of wisselkoersen. Maar er zijn bewijzen dat ondernemingen die de participatie bevorderen het beter doen. Een bedrijf dat geen inspanningen levert voor het milieu heeft alvast een concurrentieel voordeel op een ecologisch werkende concurrent.Bouckaert: Op korte termijn ja, niet noodzakelijk op lange termijn. Een bedrijf kan zich op de markt profileren met producten die op ecologisch verantwoorde wijze zijn voortgebracht. In de markt ontwikkelt zich een soort morele gevoeligheid. Daar kunnen ondernemers op inspelen. De 'onzichtbare hand' doet zijn werk kennelijk goed. Terwijl de maatschappij gelooft dat niet de economie, maar de godsdienst, de filosofie en de politiek voor ethiek noodzakelijk zijn.Bouckaert: Wij zijn inderdaad geneigd te denken dat de overheid de economie moet corrigeren als ze faalt. Maar de markten zijn een hefboom voor ethisch ondernemen. Hoe scherper de concurrentie hoe groter de macht van de consument. Die macht is nog te weinig gekanaliseerd, maar allerlei organisaties zijn ermee bezig; de universiteiten, de media... Ook de overheid kan helpen. Door bijvoorbeeld zoals in Nederland ecologisch beleggen fiscaal te stimuleren. Belangrijke maatschappelijke doelstellingen worden niet gerealiseerd door overheidscorrecties, maar door preventief de markt te stimuleren. Op dezelfde wijze kan de overheid werknemersparticipatie steunen. De vakbonden, ethische organisaties toch, zijn daar niet voor.Bouckaert: Dat is onbegrijpelijk, werknemersparticipatie is een vorm van het ontwikkelen van verantwoordelijkheid. De bonden vrezen de verdeling van de arbeidersbeweging, zij verkiezen macro-druk en niet de micro-acties in de ondernemingen. Heel België was geshockeerd door de sluiting van Renault in Vilvoorde. Stelde Parijs een voorbeeld van onethisch gedrag?Bouckaert: Renault had de balans opgemaakt. De groep was verlieslatend. Vilvoorde had hoge loonkosten. Het sluiten van een fabriek in Frankrijk zou meer marktschade hebben veroorzaakt. Economisch lag het sluiten van het Belgische bedrijf voor de hand. Niettemin hadden de mensen het gevoel dat Renault het impliciete sociale contract met de gemeenschap geschonden had. In de globale economie ligt dat voor een bedrijf moeilijk. Wel heeft Renault achteraf een vrij genereus sociaal pakket toegekend. Om de balans een beetje in evenwicht te brengen. Kan het ethisch ondernemen de globale economie 'verzachten'?Bouckaert: De globale economie blijft bikkelhard en in sommige sectoren is er wellicht niet veel ruimte voor ethisch denken. Niettemin groeit de duurzame economie. Volvo is een ethisch functionerend bedrijf. Maar met zijn 'just-in-time' stuurt het honderden vrachtwagens de weg op die het milieu vervuilen en de mobiliteit hinderen. Net zo voor Colruyt, dat zijn grote vrachtwagens tot in de binnenstad laat komen.Bouckaert: In het begin van de just-in-time-productie waren die negatieve gevolgen niet zichtbaar. De publieke opinie moet de bedrijven erop wijzen dat het overmatige gebruikmaken van de publieke ruimte eigenlijk een aantasting is van het leefmilieu. Waarschijnlijk zullen de ondernemingen daar na enige tijd op inspelen. Een bedrijf dat zijn vrachtwagens verkoopt en twee binnenschepen inzet, handelt dus ethisch?Bouckaert: Dat kan positief zijn. Maar zo'n selectieve actie volstaat niet om een ethische kwaliteit aan het ondernemen toe te kennen. Het zal natuurlijk zeer in de kijker lopen. Arbeidsflexibiliteit is in het bedrijfsleven populair, korte contracten, deeltijds werk... Maar alle ouders wensen voor hun kinderen een vaste voltijdse baan.Bouckaert: De concurrentie tussen de ondernemingen leidt soms tot negatieve resultaten. Maar het bedrijf dat het eerst oplossingen vindt om de overdreven arbeidssoepelheid op te lossen, zal minder gestresseerde en betere medewerkers hebben. De autobedrijven produceren wagens die 250 kilometer per uur en meer rijden. Die snelheid is in de meeste landen zelfs onwettig.Bouckaert: Niet alle bedrijven gaan plots ethisch ondernemen. Maar er zijn steeds meer creatieve en progressieve bedrijven die het duurzaam ondernemen zien en er werk van maken. Anderzijds is ethisch opportunisme gevaarlijk, met regeltjes en procedures om de mensen te stroomlijnen. Dat schept geen motivatie maar wantrouwen. Daarom staan de vakbonden nogal sceptisch tegenover het ethisch discours van de werkgevers. Managers zijn heel belangrijk voor de ethische gedrevenheid. Maar de overdreven bezoldiging van de topmensen in de Verenigde Staten en Engeland is niet meer verzoenbaar met dat soort intrinsieke gedrevenheid. Hun ethische boodschappen krijgen ze als een boemerang terug in de nek. Hoe kan men de ethische van de niet-ethische ondernemingen scheiden?Bouckaert: Sommige bedrijven, Body Shop of Shell bijvoorbeeld, doen aan sociaal-ethische rapportering, waarin zij alle stakeholders bevragen. Hun jaarrapport bevat financiële, sociale en ecologische verslaggeving. Een onafhankelijke sociaal-economische audit kan de oprechtheid ervan certificeren. Zoals het ISO-certificaat voor de kwaliteit bestaat sinds kort ook de social accountability 8000 voor sociaal en duurzaam ondernemen. Of sociale labels. Weinig ondernemingen doen echter aan dat soort rapportering, het is een omvangrijk en duur werk. En de Belgische werkgevers zijn al tegen een eenvoudige sociale balans gekant.Bouckaert: Dat is begrijpelijk. Het is een verplichting om enkele statistieken bij te houden, heel bureaucratisch en zonder toegevoegde waarde voor het bedrijf. Daarentegen ontwikkelt de sociaal-ethische rapportering een nieuwe dynamiek. Leidt het ethisch ondernemen tot een nieuwe definitie van de rol van het bedrijf?Bouckaert: Het bedrijf is zich aan het herdefiniëren omdat het impliciet sociaal contract tussen bedrijf en samenleving verandert. De mensen verwachten nu meer van de bedrijven. Het gaat om de verdeling van winst, informatie, beslissingsmacht en alle dingen die met het ondernemen te maken hebben. Het is duidelijk dat dit niet alleen aandeelhouders zijn, maar ook werknemers, klanten, leveranciers en de lokale gemeenschap. U kijkt wel heel positief tegen de economie aan.Bouckaert: Er is een positieve ontwikkeling. Mijn optimisme steunt op de ervaring met het ecologische. In de jaren zeventig was milieu nog iets voor een kleine elite, twintig jaar later is ecologie een belangrijke doelstelling voor markten en bedrijven. Over tien jaar ziet het bedrijfsleven er ethisch beter uit?Bouckaert: Ongetwijfeld. Guido Despiegelaere