Op 5 september 1996 viel bij de Amerikaanse professor geschiedenis Deborah Lipstadt een dagvaarding in de bus van de Britse zelfverklaarde historicus David Irving. Hij vervolgde haar voor laster en eerroof omdat ze hem in haar drie jaar eerder verschenen boek Denying the Holocaust omschreven had als 'Hitler-adept' en als 'een gevaarlijke revisionist die historische feiten verdraait zodat ze bij zijn ideologische gedachtegoed passen'. Het proces startte op 11 januari 2000 in het Hooggerechtshof in Londen en kreeg wereldwijde media-aandacht. Wat op het eerste gezicht een dispuut tussen twee 'collega-historici' leek, groeide uit tot 'het proces van de eeuw' over de historiciteit van de Holocaust. De vraag was niet langer of Lipstadt de excentriek uitgedoste gentleman Irving beledigd had, maar of tijdens de Holocaust werkelijk zes miljoen Joden vermoord waren. De uitspraak van rechter Charles Gray drie maanden later was een ijskoude douche voor Irving. Gray noemde Irving 'een Holocaustontkenner, antisemiet, racist en een bondgenoot van rechtse extremisten die het neonazisme promoten. David Irving heeft voor eigen ideologische motieven aanhoudend en moedwillig historisch bewijs foutief voorgesteld en gemanipuleerd.'
...