Economen noemen het de wet van Engel. Een bevolking is arm als een groot aandeel van haar gezinsbudget aan voeding opgaat. Naarmate ze proportioneel gezien minder aan levensmiddelen spendeert, wordt ze rijker. Een evolutie die we ook in België kunnen vaststellen. Twintig jaar geleden spendeerden de Belgen nog meer dan 17 procent van hun uitgaven aan eetwaren, vandaag is dat nog amper 12 procent. Dat blijkt uit de jaarlijkse budgetenquêtes van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS).
...

Economen noemen het de wet van Engel. Een bevolking is arm als een groot aandeel van haar gezinsbudget aan voeding opgaat. Naarmate ze proportioneel gezien minder aan levensmiddelen spendeert, wordt ze rijker. Een evolutie die we ook in België kunnen vaststellen. Twintig jaar geleden spendeerden de Belgen nog meer dan 17 procent van hun uitgaven aan eetwaren, vandaag is dat nog amper 12 procent. Dat blijkt uit de jaarlijkse budgetenquêtes van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS).Professor Economie André Decoster (KUL) waarschuwt dat het relatieve cijfers zijn, die een compilatie van gemiddelden zijn en over heel heterogene groepen gaan. Een verdere uitsplitsing, bijvoorbeeld op het vlak van inkomensniveau, geeft exactere informatie en legt enkele belangrijke verschillen bloot. Zo blijkt dat de groep met de laagste inkomens in onze samenleving 13 procent van haar huishoudbudget aan voeding spendeert, terwijl dat voor het hoogste inkomensdeciel tot 10 procent beperkt blijft. Ook voor andere fundamentele onderdelen van de huishouding, zoals de huur van een woning, zijn er grote verschillen. Bij de laagste inkomensgroep gaat gemiddeld 29 procent van het budget aan huur op. De mensen met de hoogste inkomens kunnen het met 17 procent van hun totale consumptiebudget doen. Tel daarbij nog energiekosten en Belgen met lage inkomens geven gemiddeld 36 procent van hun budget uit om te wonen.Op het vlak van transport valt het omgekeerde effect op. De laagste inkomenscategorie moet het met 7 procent van haar budget stellen, de hoogste categorie heeft daarvoor meer dan het dubbele beschikbaar, 15 procent. Dat zou op het bestaan van verkeersarmoede kunnen wijzen.Het budget van de verschillende inkomenscategorieën varieert nogal sterk. Sommigen hebben het veel breder dan anderen. Het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid voerde verschillende armoedeonderzoeken uit en stelde in haar jongste studie (1997) vast dat ongeveer 7,7 procent van de Belgische gezinnen als arm kan worden bestempeld. De maatstaf die ze daarvoor hanteert, is het inkomen. Bij de vraag naar de subjectieve inkomensbeleving van de ondervraagden, met andere woorden of ze met het totaal beschikbaar inkomen van hun huishouden moeilijk dan wel gemakkelijk kunnen rondkomen, kwam ze voor het armoedegevoel tot een veel hoger cijfer. Gemiddeld 17,2 procent van de Belgische gezinnen beweert moeilijk rond te komen. Dat het daarbij niet noodzakelijk om een indicatie van de objectieve levensstandaard gaat, blijkt uit de beoordeling van de groep die het meest verdient. Van de 10 procent hoogsteloontrekkers heeft niet minder dan 4 procent het gevoel dat ze soms de eindjes aan elkaar moeten knopen. Voor de middelste inkomenscategorie is dat zelfs 18 procent.STEVIGE SPAARDERSDe beste verdieners zijn dan wel weer de grootste spaarders. De cijfers spreken voor zich. Decoster: 'Hun beschikbare inkomen is tien keer zo groot als dat van het laagste inkomensdeciel. Aan de uitgavenzijde liggen de verhoudingen totaal anders. Terwijl de laagste verdieners op jaarbasis ongeveer 400.000 frank (9915 euro) spenderen, geven de hoogste 'slechts' vijf keer zoveel uit, of 2 miljoen frank (49.578 euro). Hun huishoudbudget bedraagt tweederde van het beschikbare inkomen van 3 miljoen frank (74.368 euro). Het overige gaat naar verschillende spaarvormen.'Belgen zijn over het algemeen stevige spaarders. Volgens cijfers van de Belgische Vereniging van Banken spaarden ze in 2000 netto gemiddeld 12,7 procent van hun beschikbare inkomen. In vergelijking met vijf jaar daarvoor is dat een daling met 5 procent. Toch blijft het beduidend meer dan in de buurlanden: de Nederlanders sparen bijvoorbeeld amper 2,4 procent. Maar een verplichte vorm van pensioensparen zorgt ervoor dat ook de Nederlanders een aardig appeltje voor de dorst opzij houden.Belgen vertrouwen een groot deel van hun spaargeld toe aan aandelen (28 procent). Tenminste, dat was zo in het eerste kwartaal van 2001. Toen ging ook 15 procent naar beleggingsfondsen. Eenvijfde werd op deposito's geparkeerd of circuleerde in chartaal geld (24 procent), 20 procent ging naar vastrentende effecten zoals kasbons en obligaties. Alles samen was dat goed voor 31.000 miljard frank (768,47 miljard euro). Gemiddeld betekent dit dat elke Belg, van de jongste tot de oudste, 3,1 miljoen frank (76.846 euro) aan financiële middelen bezit.Waar halen de Belgen al dat geld vandaan? Het grootste deel is afkomstig uit nettolonen en andere bedrijfsinkomsten, sociale uitkeringen en kinderbijslagen en andere inkomsten zoals huuropbrengsten, intresten en roerende inkomsten. Gemiddeld 60 procent van het beschikbare inkomen bestaat daarbij uit arbeidsinkomen. Maar de Belg kan ook op een aardig vastgoedvermogen bogen. Exacte cijfers zijn daarover niet bekend. De Nationale Bank werkt aan statistieken over het kapitaal aan vastgoed van particulieren en hoopt eind dit jaar een publicatie rond te hebben. Het jongste cijfer dat melding maakt van het vastgoed van de Belgen als onderdeel van het totale gezinsvermogen dateert van 1997. Jef Vuchelen en Koen Rademaekers, economen aan de VUB, kwamen toen op een cijfer van 43.894 miljard frank (1088 miljard euro) uit.De Belg zit er globaal genomen warmpjes in. Hoe meer hij verdient, hoe meer hij zichzelf verwent. Als zijn loon stijgt, koopt hij proportioneel gezien meer duurzame goederen: meubelen, sieraden, langetermijninvesteringen in huishoudtoestellen. Bij een loonsverhoging van 10 procent bijvoorbeeld geeft hij daar 21 procent meer aan uit, berekende André Decoster. Ook aan kleding en schoenen, transport en vrije tijd geven mensen procentueel meer uit dan hun loon toeneemt. De comfortabele positie die ze verwerven, uit zich in de aankoop van luxegoederen.Ingrid Van DaeleMensen uit de laagste inkomenscategorie kampen mogelijk met verkeersarmoede.