'Weet u dat het gemiddelde inkomen van de inwoners van België vandaag nog altijd 2,5 procent lager ligt dan in 2007?' vraagt Fons Verplaetse ons. 'De gemiddelde Belg is vandaag dus armer dan zes jaar geleden.' 84 is hij intussen, maar de eregouverneur van de Nationale Bank van België volgt nog altijd nauwgezet de statistieken van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de OESO, de rapporten van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Hoge Raad van Financiën en het Planbureau. En als hij zo'n dossier erbij pakt om zijn betoog te staven, zie je in de kantlijn allerlei kleine notities en berekeningen staan. Passie heet zoiets.
...

'Weet u dat het gemiddelde inkomen van de inwoners van België vandaag nog altijd 2,5 procent lager ligt dan in 2007?' vraagt Fons Verplaetse ons. 'De gemiddelde Belg is vandaag dus armer dan zes jaar geleden.' 84 is hij intussen, maar de eregouverneur van de Nationale Bank van België volgt nog altijd nauwgezet de statistieken van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de OESO, de rapporten van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Hoge Raad van Financiën en het Planbureau. En als hij zo'n dossier erbij pakt om zijn betoog te staven, zie je in de kantlijn allerlei kleine notities en berekeningen staan. Passie heet zoiets. 'De financieel-economische crisis die in 2008 uitbrak is voorbij, maar dat wil nog niet zeggen dat we dezelfde groeicijfers halen als vóór de crisis', zegt Verplaetse. 'Tussen 1998 en 2007 kende België nog een economische groei van 2,3 procent, vanaf 2015 verwacht het Planbureau een groei van 1,7 procent. De groei ligt de volgende jaren overal lager dan vóór de crisis, in de eurozone, in de geïndustrialiseerde wereld, maar ook in China. Daar groeide de economie tussen 1998 en 2007 gemiddeld meer dan 10 procent, voor dit en volgend jaar wordt gerekend op 7,4 procent. De wereldeconomie groeide voor de crisis met bijna 4,5 procent, nu halen we geen 4 procent meer. Kortom: de economie groeit nog lang niet met dezelfde kracht als voor de crisis.' FONSVERPLAETSE: De crisis heeft België minder getroffen dan de meeste andere landen in de eurozone. Onze economische groei bedroeg tussen 2008 en 2013 0,4 procent, terwijl die in de eurozone krómp met 0,3 procent. Onze werkloosheidsgraad bedroeg toen 8,5 procent, in de eurozone 12,2 procent. Hoe dat komt? Omdat we weinig relancemaatregelen hebben genomen en profiteerden van de heropleving in Duitsland. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in België. We hebben drie ernstige problemen die me grote zorgen baren: het creëren van jobs, de ontwikkeling van onze lopende betalingsbalans, en de sanering van onze overheidsfinanciën. In die volgorde. VERPLAETSE: België was voor het uitbreken van de crisis op de goede weg om zijn schuld af te bouwen. Toen kwam in 2008 de bankencrisis, en ook dan hebben we het niet zo slecht gedaan. Tussen 2008 en 2013 groeide ons overheidstekort met 16 procent van het bruto binnenlands product (bbp), dat van de eurozone met 30 procent. Vandaag hebben we opnieuw een overheidsschuld van bijna 100 procent van het bbp, in de eurozone is dat bijna 96 procent. Dat cijfer is wat geflatteerd, want de zeven betere landen (Duitsland, Frankrijk, Nederland, België, Oostenrijk, Finland en Luxemburg) hebben een gemiddeld begrotingstekort van 75 procent, de vier zogenaamd perifere landen (Italië, Spanje, Portugal en Griekenland) van 132 procent. Met onze 100 procent zitten we veel te hoog, en dat moet dus naar beneden. En dat kan ook (zie kader: 'Het plan-Verplaetse'). VERPLAETSE: Tijdens de crisisjaren zijn er in België opvallend veel jobs gecreeerd. Tussen 2008 en 2013 kwamen er 159.000 jobs bij, een groei met 3,6 procent. Dat is een stijging van het aantal jobs met gemiddeld 0,6 procent per jaar, terwijl dat voor de eurozone met 0,6 procent achteruitging. Op zich zijn die cijfers dus uitstekend, maar je moet eens kijken om wélke jobs het gaat. Dan krijg je een heel ander verhaal. In de landbouw en de industrie verdwenen in die periode 110.000 jobs. De jobs in de non-profitsector (gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening enzovoort, nvdr.) namen met 52.000 toe, bij de overheid en in het onderwijs met 33.000 en de dienstencheques waren goed voor 82.000 nieuwe jobs. Wat merk je? In de zogenaamde zuivere marktsectoren, waar de overheid weinig of niet tussenbeide komt, nam de werkgelegenheid af. De aangroei van de jobs kwam alleen tot stand waar de overheid betaalde of sterk subsidieerde. VERPLAETSE: Absoluut, en die dienstencheques hebben de mensen die minder onderwijs hebben genoten ongetwijfeld kansen gegeven op de arbeidsmarkt. En een belangrijk deel van het werk dat vroeger in het zwart gebeurde, is daardoor officieel geworden. VERPLAETSE: Ik denk dat we het verzadigingspunt benaderen. Ik verwacht dat er bij de overheid en in het onderwijs de volgende jaren niet veel jobs zullen bijkomen. In de non-profit zie ik wel nog een normale groei, maar in de landbouw en industrie zullen er nog wel banen verloren gaan - niet meer zoveel als tijdens de crisis, maar toch. VERPLAETSE: De grote uitdaging is om die jobs in de privésector te creëren. Daarom moet er iets gedaan worden aan onze loonhandicap. Ik ga ervan uit dat de cijfers van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven juist waren toen ze zegden dat we een loonhandicap hadden van 4,8 procent. Daarvan is alvast 1,8 procent te wijten aan boekhoudkundige regels die ondertussen aangepast zijn, zodat er nu nog een loonhandicap is van 3 procent. Om dat met 1 procent te verminderen in 2013 en 2014 heeft de regering een aantal maatregelen genomen. Zo blijft er nog 2 procent over, en om die weg te werken is er nog 3 miljard euro nodig. De regering heeft daarvoor nu drie keer 450 miljoen uitgetrokken, maar die inspanning zou dus zeker moeten verdubbelen. VERPLAETSE: België was lange tijd een rijk land, we ontvingen meer geld uit het buitenland dan we er zelf uitgaven, zodat onze lopende betalingsbalans positief was. Dat is veranderd. Het geld vloeit weg uit België, we zijn een debiteurland geworden. Hoe dat komt? Ten eerste moeten we heel veel energie invoeren, en dat tegen hoge prijzen. Dat zorgt voor een tekort op onze betalingsbalans van 4,3 procent van het bbp. Ten tweede geven de Belgen op reis in het buitenland ook veel meer geld uit dan buitenlandse toeristen bij ons. Dat zorgt voor een tekort van 1,4 procent van het bbp. We kunnen wel wat recupereren, omdat we meer producten en diensten uitvoeren dan invoeren, maar aan het eind hebben we toch een tekort op onze betalingsbalans van 1,8 procent van ons bbp, of zo'n 7 miljard euro. VERPLAETSE: De eurozone als geheel heeft een overschot op zijn betalingsbalans, België een tekort. We zitten in de groep met zwakke landen, daar moeten we uit weg. We mogen niet leven op kosten van andere landen, dat is niet gezond. VERPLAETSE: Als morgen de energieprijzen sterk zouden dalen, of er komen massaal veel buitenlandse toeristen naar ons land die veel geld uitgeven, zou dat tekort kunnen dalen. Maar ik vrees dat dit niet snel zal gebeuren. Daarom zie ik eigenlijk maar één echte oplossing: meer uitvoeren. Daar moeten we onze loonhandicap verder voor afbouwen, de energiekosten die doorwerken in de prijs van onze producten maximaal beheersen, en we moeten werk maken van vaak vergeten structurele competitiviteitshandicaps, zoals meer investeren in Onderzoek & Ontwikkeling, innovatie en ondernemerschap. VERPLAETSE: Je kunt dat niet van vandaag op morgen realiseren. Oké, we verliezen al een paar jaar geen marktaandelen meer op onze traditionele uitvoermarkten. Om onze uitvoer te verhogen, moeten we nu ons blikveld verruimen. Vandaag gaat zo'n 85 procent van onze uitvoer naar de geïndustrialiseerde landen, waar de invoer niet meer zo fel groeit. We moeten ons meer richten op de ontwikkelingslanden, waar de invoer nog wel sterk toeneemt. Volgens mij is het makkelijker om meer uit te voeren naar de derde wereld dan ons marktaandeel te verhogen in de geïndustrialiseerde landen. De regeringen moeten helpen om in die niet-traditionele landen de deuren te openen voor onze bedrijven. Als de overheden en bedrijven daar samen in zouden slagen, kunnen we onze betalingsbalans opnieuw in evenwicht brengen, al blijft het een moeilijke opdracht. DOOR EWALD PIRONET'Tussen 2008 en 2013 kwamen er 159.000 jobs bij. Het probleem is: dat zijn allemaal gesubsidieerde banen.'