De instellingen die in ons land het mobiliteitsprobleem moeten aanpakken zijn erg versnipperd. Zouden we niet beter een overkoepelend orgaan creëren? (Bert De Smedt, Sint-Maria-Lierde)

JOHAN DE MOL: Er is dringend meer samenwerking nodig. Dat weten we al langer. De ongevallen worden bijvoorbeeld federaal geregistreerd, maar het zijn de gewesten die bevoegd zijn voor het beleid. Er is vandaag wel overleg tussen de gewesten, maar dat zou beter geïnstitutionaliseerd worden. Dat geldt niet alleen voor de politieke beleidsniveaus, maar ook voor de vervoersmaatschappijen. Er is een goed overleg over bussen tussen Nederland en Vlaanderen, maar de afstemming van het Brusselse net op het Vlaamse verloopt erg moeizaam.
...

JOHAN DE MOL: Er is dringend meer samenwerking nodig. Dat weten we al langer. De ongevallen worden bijvoorbeeld federaal geregistreerd, maar het zijn de gewesten die bevoegd zijn voor het beleid. Er is vandaag wel overleg tussen de gewesten, maar dat zou beter geïnstitutionaliseerd worden. Dat geldt niet alleen voor de politieke beleidsniveaus, maar ook voor de vervoersmaatschappijen. Er is een goed overleg over bussen tussen Nederland en Vlaanderen, maar de afstemming van het Brusselse net op het Vlaamse verloopt erg moeizaam. DE MOL: Nieuwe drempels moeten allemaal aan dezelfde technische voorwaarden voldoen. De vraag die ik me daarbij stel, is of er nog sprake is van een drempel. Ze zijn zodanig laag dat je haast niet meer hoeft te vertragen. Wat de materiaalkeuze en aanleg betreft, bestaat er bij ons - in tegenstelling tot in Nederland of Duitsland bijvoorbeeld - geen handboek met precieze richtlijnen. DE MOL: Dat denk ik niet. Altijd voorrang geven aan de hoofdweg is onmogelijk in een dorpse of stedelijke omgeving en maakt het ook moeilijker om in te voegen voor wie uit de zijstraten komt. DE MOL: Nee. De voertuigen op de buitenbaan hebben voorrang. Er heerst inderdaad veel verwarring over de rotondes. Het probleem is ook hier dat er geen handboek bestaat. Er zijn in ons land honderden soorten rotondes en zelden komen ze tegemoet aan de eisen van de specifieke verkeerssituatie. Zo vind je rotondes met twee rijstroken in woonwijken, waardoor bestuurders net sneller gaan rijden in plaats van af te remmen, rotondes met twee rijstroken die uitkomen in straten met maar één rijstrook, rotondes met een apart fietspad en rotondes met enkel een fietsstrook op de rijweg. Mensen krijgen daardoor veel te weinig inzicht in hoe ze zich moeten bewegen op een rotonde. Dat leidt tot onzekerheid en ongevallen. DE MOL: Je kunt de containers in de Antwerpse haven overladen op treinen of binnenschepen, maar het is nog beter om de schepen langs de kust te laten varen. Een groot deel van de goederen die in Antwerpen aankomen, krijgt geen toegevoegde waarde in de haven of in het onmiddellijke hinterland. Die kunnen dus veel beter langs de kust vervoerd worden, naar Hamburg bijvoorbeeld. Dat is economisch en ecologisch verstandiger, maar het vereist een goede samenwerking tussen de grote havens. DE MOL: Daar ben ik het volmondig mee eens. Een bedrijfswagen wordt gemiddeld om de drie à vijf jaar vervangen. Dat betekent dat de overheid een uitstekend instrument heeft om in heel korte tijd een groot deel van het wagenpark te moderniseren. Zo kan ze beperkingen opleggen voor snelheid, uitstoot en gewicht. Alleen bedrijven die zich daaraan houden, zouden de voertuigen nog fiscaal mogen aftrekken. Naast de wagens zijn de tankkaarten het grootste probleem. Wie zijn brandstof niet zelf hoeft te betalen, voelt zich totaal niet verantwoordelijk. Daardoor nemen mensen zelfs de auto om naar de bakker te rijden driehonderd meter verderop. Volgende week: pedagoog Pedro De BruyckereMail uw vragen naar mijnvraag@knack.be en maak kans op 2 filmtickets.Hannes Cattebeke