Als het moment daar om vraagt, mag taal al een beetje plechtiger klinken. "De Bataven komen!" heette het vorige week ineens, bij de bekendmaking van het bod van de Nederlandse ABN Amro op de Generale Bank. De Bataven, leert de encyclopedie, waren een Germaanse volksstam die ten tijde van de verovering van Gallië door de Romeinen in de Rijnmond leefde. Dat is dus wat nu gemeenzaam en al sinds enige tijd Holland wordt genoemd. Niet de eersten de besten overigens, die Bataven, want ze vormden later in Rome de hoofdmoot van de gevreesde Germaanse lijfwacht van een aantal keizers.
...

Als het moment daar om vraagt, mag taal al een beetje plechtiger klinken. "De Bataven komen!" heette het vorige week ineens, bij de bekendmaking van het bod van de Nederlandse ABN Amro op de Generale Bank. De Bataven, leert de encyclopedie, waren een Germaanse volksstam die ten tijde van de verovering van Gallië door de Romeinen in de Rijnmond leefde. Dat is dus wat nu gemeenzaam en al sinds enige tijd Holland wordt genoemd. Niet de eersten de besten overigens, die Bataven, want ze vormden later in Rome de hoofdmoot van de gevreesde Germaanse lijfwacht van een aantal keizers. De volksstam waar het nu over ging, kwam echter in de gedaante van enkele gedistingeerde heren, die uit een vliegtuigje stapten en zich, aktentas in de hand, naar een vergadering repten om er hun plannen met de Belgische G-Bank uiteen te zetten. De commotie die daarover ontstond, leek op het oog niet in verhouding tot de natuur van de "invasie". Er werd hier en daar zo driftig met de Belgische driekleur gezwaaid, dat de indruk kon ontstaan dat de derby der Lage Landen al was begonnen, hoewel hij pas eind volgende week in het wedstrijdschema van het toernooi om de wereldbeker voetbal is ingeschreven. Zoals dat ook goed tien jaar geleden het geval was, bij de raid van de Italiaan Carlo de Benedetti op de Generale Maatschappij, lijkt het Belgische establishment zich om manoeuvres op de geldmarkt alleen druk te kunnen maken als die holding erbij betrokken is. De Société Générale de Belgique zal tot haar laatste dag 's lands oudste dochter blijven. Kringen rond het Hof komen dan in beweging, de gouverneur van de Nationale Bank doet zijn zeg, de minister van Financiën draaft op. Het is toch ook niet alledaags dat de eerste minister een buitenlandse bedrijfsleider meteen ontvangt, omdat die een Belgische onderneming wil overnemen - al gaat het hier dan om een belangrijke bank. Voor zover bekend, genoot de voorzitter van het ook Nederlandse ING niet die eer, toen hij enkele maanden geleden de BBL aan de haak sloeg. Dat de ASLK opging in de Fortis-groep werd alom op gejuich onthaald. De alliantie die de KBC-groep met de Rabobank wil aangaan, wordt rustig besproken. Wat zich in en om de Generale afspeelt, blijft dus ook nu nog op een merkwaardige manier de geesten bezighouden. Het is een kleine, discrete wereld, waarin iedereen de belangen van de andere kent. Bijzonder ontoegankelijk en gesloten voor wie er niet in thuis is. Het is ook een kring waarin persoonlijke sentimenten een rol van betekenis spelen. Zoals een topman van ING onlangs ongeveer zei: de Belgen praten maar en kijken naar elkaar, wij kijken verder.Daar gaat het uiteindelijk om: het bod van ABN Amro doorkruist een moeizaam opgebouwde strategie, die de Generale Bank in de korf van de verzekeringsgroep Fortis AG wil onderbrengen, waar dus ook de ASLK al een onderkomen vond. Fortis wordt geleid door Maurice Lippens, een oude vriend van het Generale-huis. De regering voelt zich aangesproken omdat de Fortis-constructie uitzicht biedt op toch nog zoiets als een zogenaamde Grote Belgische Bank. Allemaal nobele intenties. Maar de leek die dat vanaf de zijlijn bekijkt, herinnert zich vooral de lessen die hem de voorbije jaren zijn geleerd over de enorme voordelen van de grote Europese ruimte en het profijt van de vrije markt die daar zou heersen. Het Belgische argument bovenhalen van zodra er iets fout loopt in een calculatie, is daarom een beetje flauw. Fortis is trouwens bijna net zo Nederlands als ABN Amro. Dat daarbij ook het begrip verankering wordt gehanteerd, roept bovendien de herinnering op aan het Renault-drama - en dat is toch van een andere orde. Een bank is geen fabriek. Als Renault zijn vestiging in Vilvoorde sluit om z'n Méganes voortaan elders te bouwen, is dat geen beletsel om die auto's hier toch nog op dezelfde manier te verkopen. Een bank is, tot nader order, een dienstverlenend bedrijf. Als ze beslist om haar kantoren hier weg te halen, is ze meteen ook haar klanten kwijt. De Belgische banken hebben de voorbije jaren soms verbluffende resultaten gehaald. Voor zover dat nog nodig was, wordt nu bewezen dat ze helaas te klein zijn om een hoofdrol te spelen op het nieuwe toneel. De kansen om daar iets aan te doen, zijn er geweest maar werden niet gegrepen. Of dan de Bataven komen, de Franken, de Saksen of de Alemanen, maakt weinig uit. Zolang die instellingen zich maar gedragen volgens de regels en de wetten die hier gelden. Dat is de vraag die moet worden gesteld. Een andere is niet meer aan de orde.Hubert van Humbeeck