Liefde en dood. Lust en dood. De botsing van het seksuele hoogtepunt met het doodsverlangen, elkaar rakend als twee crèmekleurige biljartballen - die aan een heel bleke huid doen denken - op weg naar hun eindbestemming: het zwarte gat waarin ze met of zonder genade vallen.
...

Liefde en dood. Lust en dood. De botsing van het seksuele hoogtepunt met het doodsverlangen, elkaar rakend als twee crèmekleurige biljartballen - die aan een heel bleke huid doen denken - op weg naar hun eindbestemming: het zwarte gat waarin ze met of zonder genade vallen. Was het een lustmoord? Wat is een lustmoord? Romans zijn vragen, meent de Duitse auteur Thomas Hettche (° 1964). Vooral vragen aangaande seksualiteit, geweld en dode lichamen hebben zijn intense belangstelling. In De zaak Arbogast ( Der Fall Arbogast) verweeft en verstrikt hij die onderwerpen op briljante wijze. De roman is gebaseerd op een waar gebeurde rechtszaak in het Duitsland van de jaren '50 (die uitliep tot eind de jaren '60), de toen jonge bondsrepubliek, ondanks de wederopbouw nog middenin het proces van verdringing, angst voor persoonlijke schuldvragen, preuts op ieder gebied, geen experimenten, niet vrij van wraakzucht op degenen die 'de rust' verstoren. Het is 1 september 1953. Hans Arbogast, vertegenwoordiger in Amerikaanse biljarttafels, neemt liftster Marie Gurth mee voor een ritje naar het Zwarte Woud in zijn Borgward Isabella. Het is een mooie, warme dag. 'Als engelen reizen dan lacht de hemel', zegt Marie, een vluchtelinge uit Berlijn, die met haar man en twee kinderen in een vluchtelingenkamp woont. Ze lachen, eten, drinken en praten en zij zingt een liedje uit Das Schwarzwaldmädel, de eerste Duitse kleurenfilm van na de oorlog: 'Zoals je één keer mij al vond, kom toch terug om mij te halen.' Als ze voor de tweede keer heftig vrijen - op zijn hondjes - en elkaar pijn doen van genot, vlijt haar hals zich in zijn grote hand. Even later verroert ze zich niet meer. Een gitzwarte moeheid overvalt hem en even is hij bang als een kind. Hij draait haar om. Ze is dood. De hypothese in het abductierapport is dat het hier om een natuurlijke dood door hartfalen kan gaan, maar op grond van foto's, gemaakt door een zeventienjarige fotografe, komt een gerespecteerde forensisch patholoog-anatoom tot de conclusie dat het een gewelddadige verstikkingsdood was. En verandert een ongeluk in een moord. Een lustmoord. 'Arbogast is een sadist. Op de achtergrond sluimert het beest in hem, dat zijn slachtoffer verslindt als het gewillig is geworden.'Arbogast wordt veroordeeld tot levenslange tuchthuisstraf. Na veertien jaar komt er, dankzij de voorzitter van de Duitse Liga voor Mensenrechten (tevens misdaadauteur), en een ervaren strafpleiter, een revisieproces. De getuigenis van een vrouwelijke patholoog uit Oost-Berlijn zorgt er met name voor dat Arbogast wordt vrijgesproken. 'De dood is misschien daarom zo belangrijk in mijn boeken, omdat ik steeds weer probeer dat wat ik zie, levend te laten worden', zegt Thomas Hettche, die een voorkeur heeft voor verhalen ' die auf der Haut passieren'. De buitenkant - zoals sporen op een huid - is volgens hem minstens zo interessant en betekenisvol als het innerlijk. 'Een lijk is een geheime boodschap. Gesmokkeld over de grenzen van de dood vertelt het lichaam de geschiedenis van de mens die zonet nog leefde.'Katja Lavans, de Oost-Berlijnse pathologe, behandelt haar lijken met empathie en respect. 'Koud als het verleden is de huid van de doden.' Haar inlevingsvermogen in zowel Marie Gurth als Hans Arbogast is een van de vele perfect uitgewerkte elementen in het boek. Einschneidend - een beter woord is er niet - componeert Hettche het verhaal in een gevarieerd, rijk taalgebruik, dat zowel de gedachten en handelingen van de diverse hoofdpersonen, de tijdgeest, de rechtbankzittingen, autopsierapporten, en erotische scènes, tot leven roept. Iedereen is op zijn manier in de greep van het rijk der doden. Hans Arbogast is niet alleen letterlijk opgesloten, maar zit ook gevangen in zijn herinneringen aan de dode vrouw. 'Alsof Marie door het ogenblik van haar dood aan hem was toevertrouwd.'Naast de zeer authentieke voorstelling van het claustrofobische leven in het tuchthuis laat de auteur ook, via krantenberichten, het buitenleven soms binnenglippen. Zo leest Arbogast in december 1968 dat een vrouw bondskanselier Kurt Georg Kiesinger een oorvijg heeft gegeven, terwijl ze 'nazi, nazi' riep. Bij zijn vrijlating in 1969 krijgt Arbogast zijn bezittingen terug, waaronder een houten kistje met drie biljartballen, een zwarte en twee crèmekleurig witte, die onwillekeurig aan een heel bleke huid doen denken. De raadselachtige schoonheid van de ballen en van het biljartspel - de stoten, afbuigingen, het kaatsen tegen de banden, de wet van hoek van inval en hoek van uitval, de droom van een werkelijk gecentreerde ivoren bal die in een perfect rechte lijn rolt - komt herhaaldelijk terug als een van de metaforen voor leven en dood. 'De dood liet de mensen stil en voor altijd onaanraakbaar achter.' Patholoog Katja Lavans wordt niet alleen geportretteerd in haar vakkundigheid, maar ook in haar privé-gedrag. Even - met toestemming van haar superieuren - ontsnapt aan Oost-Berlijn, om in het Westen te getuigen, koopt ze in Frankfurt niet alleen een kokerjapon van lichtgroene stof, ondergoed, witte laklaarsjes en vloeibare make-up, maar ook een pruik van rood lang haar met de scheiding in het midden. Met die pruik op (Marie Gurths haar was kort en titiaanrood geverfd) vrijt ze met Arbogast, waarbij hij haar voor enige momenten met zijn hand alle lucht afsnijdt. 'Eén keer maar was de dood om het even, dacht ze, terwijl haar lust almaar verder toenam.' Een van de variaties in perspectief die de auteur herhaaldelijk toepast, die een buitengewoon verontrustende spanning oproepen. Waar eindigt de onschuld en begint de schuld? Waarschijnlijk was de dood van Marie 'zoiets als een ongeluk'. Maar was het niet ook tegelijk een explosie, een onweer, een laatste rest van de oorlog, die in Arbogast zat en zich plotseling ontlaadde? De waarheid wordt niet prijsgegeven, de werkelijkheid blijft leemten vertonen. Met de vragen die blijven, toont Hettche zijn meesterschap. Ineke van den Bergen