Op 2 juni 1967 werd de 26-jarige student Benno Ohnesorg, die voor de eerste keer in zijn leven demonstreerde, in West-Berlijn door een politieman doodgeschoten. Ohnesorg had samen met duizenden studenten betoogd tegen het bezoek van de sjah van Perzië aan West-Berlijn. Sindsdien nam de linkse studentenbeweging, die gedreven werd door haar verzet tegen alle vormen van imperialisme en de oorlog in Vietnam, een hoge vlucht in Duitsland.
...

Op 2 juni 1967 werd de 26-jarige student Benno Ohnesorg, die voor de eerste keer in zijn leven demonstreerde, in West-Berlijn door een politieman doodgeschoten. Ohnesorg had samen met duizenden studenten betoogd tegen het bezoek van de sjah van Perzië aan West-Berlijn. Sindsdien nam de linkse studentenbeweging, die gedreven werd door haar verzet tegen alle vormen van imperialisme en de oorlog in Vietnam, een hoge vlucht in Duitsland. De linkse beweging werd begeleid door een terroristische golf, die tussen 1970 en 1977 West-Duitsland in haar greep hield. Dat tijdperk werd namelijk getekend door het brute optreden van de zogenaamde Rote Armee Fraktion (RAF) of Baader-Meinhofgroep, vernoemd naar Andreas Baader en Ulrike Meinhof, twee kopstukken van de beweging. De groep ontstond in 1970. In dat jaar werd de 27-jarige Andreas Baader, die in West-Berlijn een gevangenisstraf uitzat wegens een politiek gemotiveerde brandstichting in een Frankfurts warenhuis, op gewelddadige wijze door onder meer de linkse sterjournaliste Ulrike Meinhof bevrijd. Behalve Andreas Baader en Ulrike Meinhof, behoorden ook Gudrun Ensslin, Holger Meins en Jan-Carl Raspe tot de harde kern van de eerste RAF-generatie. De bendeleden, die haast allemaal uit burgerlijke en protestantse intellectuele kringen stamden, pleegden talrijke aanslagen tegen Amerikaanse militaire installaties in West-Duitsland en West-Berlijn. De groep financierde haar acties met bankovervallen en kon rekenen op de morele en logistieke steun van enkele duizenden sympathisanten. De Baader-Meinhofgroep trad erg gewelddadig op en schrok er niet voor terug om zowel prominenten als gewone burgers te vermoorden. In juni 1972 werden Baader, Ensslin, Meinhof, Raspe en Meins aangehouden. Ze werden opgesloten in de speciale gevangenis van Stuttgart-Stammheim. Op 9 mei 1976 werd Ulrike dood in haar cel aangetroffen. Ze had zich opgehangen. In april 1977 werden de andere RAF-leden tot levenslang veroordeeld. Op 18 oktober 1977 pleegden Baader, Ensslin en Raspe collectief zelfmoord in de Stammheimgevangenis. Ze deden dat nadat alle chantagepogingen om ze vrij te krijgen waren mislukt. Tot die pogingen behoorde de kaping van het Lufthansa-vliegtuig Landshut (met 87 Duitse passagiers aan boord) door een commando van de Palestijnse PFLP (Popular Front for the Liberation of Palestine). De Duitse kapitein van het vliegtuig, Jürgen Schumann, werd door de terroristen geëxecuteerd. Maar de gijzelaars werden in Mogadishu (Somalië) uiteindelijk door een speciale Duitse interventie-eenheid bevrijd. Onmiddellijk na de zelfmoord van de gevangenen in Stammheim werd de voorzitter van de Duitse werkgevers, Hanns-Martin Schleyer, doodgeschoten door Duitse terroristen die hem al op 5 september hadden ontvoerd. De periode september-oktober 1977 vormde het hoogtepunt van de RAF-terreur en zou in het Duitse collectieve geheugen als 'de Duitse herfst' blijven bestaan. In totaal was de RAF verantwoordelijk voor 34 moorden en talloze bankovervallen en bomaanslagen. Het verweer van de Duitse staat werd destijds georganiseerd door SPD-bondskanselier Helmut Schmidt.