In Nieuwe herinneringen, zijn eerste dichtbundel sinds Ode aan mijn jas uit 1997, blikt Remco Campert terug op zijn rijk gevulde leven. Hij doet dat met de frisheid die een oeuvre lang zijn handelskenmerk is geweest. Geen bitterheid, geen gebrom. Melancholie, dat wel - als je flink en fluks op weg bent naar de tachtig heb je daar recht op -, maar bij Campert is die nooit tranerig of zeurderig. Het openingsgedicht Op de Overtoom klinkt weliswaar een beetje down -
...

In Nieuwe herinneringen, zijn eerste dichtbundel sinds Ode aan mijn jas uit 1997, blikt Remco Campert terug op zijn rijk gevulde leven. Hij doet dat met de frisheid die een oeuvre lang zijn handelskenmerk is geweest. Geen bitterheid, geen gebrom. Melancholie, dat wel - als je flink en fluks op weg bent naar de tachtig heb je daar recht op -, maar bij Campert is die nooit tranerig of zeurderig. Het openingsgedicht Op de Overtoom klinkt weliswaar een beetje down - ik at met mijn vriend / we braken het brood / en deelden de doden / we zijn al bijna uit zicht / wij lachen nog / wat moet je anders? / omhelzen elkaar ten afscheid / misschien je weet maar nooit - maar twee gedichten verder gaat het over De eerste keer en hoe na die eerste keer de wereld eindelijk voor me openlag / alle steden toegankelijk / de wijdste zee bevaarbaar / de hoogste berg te beklimmen / niets hield me meer tegen / het liefst ging ik meteen op weg. En dan de schalkse pointe: maar eerst nog / de tweede keer. In de ogen van de dichter, die de lezer vanaf het achterplat fier níét aankijkt, fonkelen er nog steeds pretlichtjes. In de tweede strofe van het gedicht Notitie zegt Campert dat de notitie van een herinnering een onvolmaakt doorslagje is van de filmische herinnering. Voor wat werkelijk is geweest, schieten woorden altijd te kort - bijvoorbeeld om een lief slapend gezichtje te beschrijven - maar die woorden blijven onherroepelijk over als de noterende belever er niet meer zal zijn. Misschien vormde die gedachte wel de aanleiding voor deze Nieuwe herinneringen. Gauw opschrijven voor ik het vergeet: in de auto met D. en haar vader dwars door Amerika's seizoenen heen de vochtige zon in Santa Barbara de kletsnatte sneeuw in Denver en in alle Best Westerns het knipperlicht van de televisie op haar lieve slapende gezicht van weer heel jong meisje zijn maar het schrijven van de woorden verandert wat ik niet vergeten moet dat wat geen woorden had enkel levend, ademend beeld was zodat ik nu twee versies van hetzelfde heb die ik vandaag nog over elkaar kan leggen maar waarvan morgen als ik weg ben alleen de woorden resten die aan iets herinneren waar geen oog meer weet van heeftDe ik-persoon in omdat ik ziek werd, de derde dichtbundel van Bart Meuleman, en de opvolger van hulp, dat in 2005 genomineerd werd voor de prestigieuze VSB-prijs, is geen prettige jongen, veeleer een misantroop en een nihilist. nu we allebei dood zijn / is het rustig praten bij dit minzame weertje - luiden de aanhefregels van de openingscyclus, bestaande uit 24 titelloze gedichten die een eenheid vormen. Er is een andere, een jij, en hoewel die jij liefste wordt genoemd, is ook die liefste niet iemand die het allemaal de moeite waard maakt. Of maakte, want beiden zijn dood en het lijkt wel of de dood de ik-persoon tot deze langgerekte monoloog aanspoorde. Misantropen zijn dikwijls dierenliefhebbers. Zou dat komen doordat zij het schijnbaar simpele bestaan van een dier verkiezen boven de complexiteit van een mensenleven? omdat ik niet van mensen hield, van het gif van hun aanblik, / van de wildgroei van hun voelen, het afzicht van hun denken, / van hun zwijgen de kanker, hun spreken / de doodsdrift, / zocht ik steun bij de wreedheid van dieren Het nihilisme op zijn beurt drukt zich uit in tal van fragmenten, zoals werken aan de nietige lont van het niksige of met bijna niks ben ik het eens, tenzij met sommige / rekeningen: / hun schittering als het op nul uitdraait. / heerlijk is het, de weldadige kou van het niets of plannen voor morgen om je gat mee te vegen. Is die ik de dichter en theatermaker Bart Meuleman zelf? Zou kunnen. In de tweede cyclus met als titel 'vier gedichten' staan drie wederom ik-gedichten, die opgedragen zijn aan mensen met wie hij een band heeft: Paul Verrept (grafisch ontwerper, tekenaar, maker van prentenboeken en een vriend van Meuleman), Dusty Springfield (zij die vinden dat weinig in het leven ertoe doet, vinden vaak troost in de muziek - zie ook het gedicht lenco verderop in de bundel) en Leonard Nolens (ook niet meteen een vrolijke Frans). Dus dan toch een drang tot allerlei menselijke interactie. Hoewel... het vierde gedicht in de rij is geschreven 'voor de hond van willy vandermeulen'. Willy Vandermeulen is een acteur die onder andere bekendheid verwierf als de tv-vader van de Witte van Sichem. Toen hij in 2006 stierf, moest aan zijn hond worden uitgelegd dat baasje was heengegaan, daar gaat dit gedicht over. Dat uitleggen geschiedt met nogal wat ijver, wat opnieuw wijst op de liefde voor het dier. In de laatste afdeling van de bundel schemert door dat het allemaal wel goed had kunnen komen, of is het allemaal ook daadwerkelijk goed gekomen? Als je gedichten schrijft voor anderen, als je theater maakt, als je een liefste hebt, deug je dan eigenlijk wel als misantroop en nihilist? Heeft het leven zin of niet? Een antwoord vinden we in de slotgedichten van de bundel: daar waar je geworpen werd, tegen deze of gene / rauwte van een muur, daar blijf je plakken, / uitgespuwd oog, dáár. En zij die je wierp is je moeder, die met haar poten / in de modder staat, je terugjaagt naar het leven, / omdat je, zoals ze me toefluistert, / nergens beter bent. Ruim tien jaar geleden wilde Peter Verhelst geen dichter meer zijn. In 2003 kwam hij daar met de bundel Alaska een eerste keer op terug. Nu lijkt het alsof hij zich definitief met zijn eerste literaire liefde heeft verzoend, want de voorbije twee jaar schreef hij niets anders dan poëzie. Het resultaat, Nieuwe sterrenbeelden, is een lijvige bundel waarin Verhelst de gedichten en gedichtencycli associatief aan elkaar rijgt: het ene gedicht bevat als het ware de kiem voor het volgende. Invloeden uit de beeldende kunst en de popmuziek zijn legio. De toch wel erg slappe kaft bevat een detail van het achttiende-eeuwse schilderij Paolo en Francesca van de romantische Nederlandse schilder Ary Scheffer. Paolo en Francesca staan symbool voor het verlangen naar de onmogelijke liefde. Het grote woord is eruit: verlangen, Verhelst gebruikt het meermaals. Liefde is verlangen om samen te vallen met die ene andere. De talloze maar altijd bij voorbaat vruchteloze pogingen daartoe zijn hypersensueel: lichaam tegen lichaam, huid tegen huid, liefst zonder textiel dat in de weg zit. In het universum van Peter Verhelst draagt men bij voorkeur een hemd, een bloes of een jurk - opvallend hoe vaak jurk in deze bundel voorkomt -, kledingstukken die snel en gemakkelijk aan- maar vooral uitgetrokken kunnen worden. Erotiek is bij Verhelst geen drift, het is een wijze van zijn. Hij deinst er niet voor terug om namen van lichaamsdelen - vingers, vingertoppen, lippen, mond, wang, borst, tepels, hand, heupen... - veelvuldig te herhalen. Als je er begint op te letten wordt het zelfs wat storend, maar Verhelst komt ermee weg. Ten eerste omdat er voor bijvoorbeeld de mond geen beter woord bestaat dan het woord mond, en ten tweede omdat Verhelst de lezer dwingt om heel nauwgezet te lezen, zodat die maar weinig tijd en lust krijgt om zich te ergeren. Zie in dit verband het hierbij afgedrukte gedicht Vaas. Enkel bij uiterst aandachtige lezing geeft dit gedicht zijn kracht prijs. Verhelst toont zich hier als de - excuus voor de ordinaire voetbalvergelijking - Cristiano Ronaldo van de poëzie: slechts in slow motion openbaart zich het hoogstandje ten volle. Dit is poëzie voor geoefende lezers. Verhelst verbindt en verweeft alles met alles en wisselt voortdurend van perspectief. Mocht hij een cineast zijn, dan zou hij het filmpubliek na de vertoning verdwaasd achterlaten met een 'het was mooi maar we hebben het niet altijd helemaal begrepen'-gevoel. In een dichtbundel kan echter teruggebladerd en herlezen worden, en dit is er één waar een mens wel heel lang zoet mee kan zijn. Critici zijn zo lovend geweest over deze Nieuwe Sterrenbeelden dat het niet onwaarschijnlijk is dat de herboren dichter straks mag aanschuiven voor een literaire prijs links en rechts. Maar of het publiek de nodige concentratie kan opbrengen om all the way mee te stappen in de wondere wereld van Peter Verhelst, is zeer de vraag. Voor sommigen mag poëzie nu eenmaal iets frisser en hapklaarder zijn, en dat is hun goed recht. VAAS - Peter Verhelst Kun je een vaas haar breekbaarheid verwijten of een hand het breken van de vaas? Misschien is het zo bedoeld dat de vaas de hand op zich af zingt, zodat de hand niet kan weerstaan hoewel de hand weet dat hij slaat en in de vaas al scherven zingen voor ze zijn ontstaan. Waarom zou de hand verlangen naar een vaas die, als een hals, zich uitstrekt naar de hand die haar wil slaan? En waarom wil de vaas haar scherven naar de oppervlakte zingen zodat de hand haar niet langer kan weerstaan? Misschien droomt de vaas wel van de hand een roos te maken, wil de hand op zoek gaan naar de vaas om eindelijk de scherf te vinden waarmee hij rozen uit zijn eigen pols kan slaan.Hapklaar is Vlees mij!, de debuutbundel van Stijn Vranken, maar dan wel een hap die in de keel blijft steken. Vranken zou een kruising zijn van een podiumdichter en een stand-upcomedian. Hij zou zalen probleemloos aan zijn voeten krijgen, zeggen ze. Hoezo? Met chloroform? In elk geval niet met de gedichten in dit boekje, want die zijn van een bedroevende kwaliteit en helemaal niet grappig, een enkele uitzondering daargelaten. Is Vranken dan een soort van messias die zijn zoutloze tekstjes op een podium kan omtoveren tot een vlammend stukje entertainment, daarmee in de voetsporen tredend van een man die ooit korstjes en graten in broodmanden en visschotels veranderde, en water in wijn om alles door te spoelen? Of is Vranken een over een hele stoeterij getilde nepmythe? Wij gaan voor het tweede, want een slappe tekst blijft een slappe tekst, ongeacht of je die nu noteert, oreert of flatuleert. De thematiek van Vranken is nochtans oké: life sucks, love sucks- het leven en de liefde, het is allemaal klote. Maar met die visie is zoveel meer aan te vangen dan wat pathetisch getrompetter à la Besnij m'n ogen, bind ze / aan het licht, ik wil staren / naar wat me verblindt of Geen splinter van mijn tijd / verdient mijn spijt / tot de dood me van dit leven scheidt. Hij knipoogt naar de erotische schandaalfilm Histoire d'O en naar de shiny happy people-slogan 'VTM kleurt je dag', maar met al die invallen doet Vranken weinig meer dan ze met de 'grimlach' (jazeker, ook dit cliché blijft ons niet bespaard) de nek omwringen. Als het gedicht al op apegapen ligt, probeert hij het alsnog te reanimeren met een pointe, maar een pointe na een zwak gedicht is als een strafschop die in de buurt van de cornervlag belandt: gênant en misplaatst. De vijfde en laatste dichter is Peter Holvoet-Hanssen. In Knack van 25 juni 2008 kon u een interview met hem lezen en de week daarna een bespreking van zijn laatste bundel, Navagio, die hij een verzameling wrakhoutgedichten noemt en tevens het einde van een vijfdelige poëziereis. Is Peter Holvoet-Hanssen een equilibrist die virtuoos surft op de golven van de taal of een ordinaire kwakzalver die met woorden het ene na het andere fletse mengsel brouwt? Daarover zijn de meningen verdeeld. Ga en oordeel zelf tijdens Het Andere Boek, op zondag 5 oktober om 15.00 uur in de Grote Zaal van het Zuiderpershuis in Antwerpen.REMCO CAMPERT, NIEUWE HERINNERINGEN, DE BEZIGE BIJ, AMSTERDAM, 72 BLZ., 17,50 EURO BART MEULEMAN, OMDAT IK ZIEK WERD, QUERIDO, AMSTERDAM, 48 BLZ., 16,95 EURO PETER VERHELST, NIEUWE STERRENBEELDEN, PROMETHEUS, AMSTERDAM, 130 BLZ., 22,95 EURO STIJN VRANKEN, VLEES MIJ!, MEULENHOFF/ MANTEAU, AMSTERDAM/ANTWERPEN, 56 BLZ., 19,95 EURO PETER HOLVOET-HANSSEN, NAVAGIO, PROMETHEUS, AMSTERDAM, 64 BLZ., 17,95 EURO DOOR PHILIP HOORNE