Aan de controlepost bengelt een pop in legeruniform aan een touw rond de nek. Op de voorkant prijken de namen van de interim-president en de premier van Oekraïne, Toernistjinov en Jatsjenjoek. Stapels autobanden, prikkeldraad, schilden die van de oproerpolitie zijn gestolen en een stoer kijkende zestienjarige met een stok in zijn hand. Daarachter de flatgebouwen van Slovjansk, sinds weken het bolwerk van de separatisten in Oost-Oekraïne.
...

Aan de controlepost bengelt een pop in legeruniform aan een touw rond de nek. Op de voorkant prijken de namen van de interim-president en de premier van Oekraïne, Toernistjinov en Jatsjenjoek. Stapels autobanden, prikkeldraad, schilden die van de oproerpolitie zijn gestolen en een stoer kijkende zestienjarige met een stok in zijn hand. Daarachter de flatgebouwen van Slovjansk, sinds weken het bolwerk van de separatisten in Oost-Oekraïne. 'Welkom in onze stad!' De twee mannen aan de controlepost gebaren dat we door mogen. 'Het is rustig vandaag. Geen gevechten aan deze kant, het is mooi weer en we hebben alle tijd van de wereld voor een praatje.' De ene in zijn vale hemd vraagt of we thee willen en hoe het was onderweg bij de controleposten. Zijn we veel dronken separatisten tegengekomen? Welgeteld één, zeggen we. Maar het is dan ook nog maar elf uur 's ochtends. 'We zijn niet allemaal alcoholisten en drugsverslaafden zoals de Oekraïense media de wereld wil doen geloven', zegt de andere man, een zekere Sergei Davidov. Hij wijst op zijn marine-uniform: 'Zie je dit? Dat is nog van mijn tijd in het leger, lang geleden. Wij worden niet gefinancierd, door niets of niemand. Ik draag mijn eigen oude uniform, we hebben één kalasjnikov en een oud handwapen uit de negentiende eeuw. We zitten hier uit eigen beweging. We willen ons huis, onze familie en onze stad beschermen. Ik had vroeger een eigen zaak, we fabriceerden keramiek en verkochten aan Rusland. Maar de Oekraiense overheid rekende zo veel exportkosten aan dat het te duur werd voor de Russen en ze met de Chinezen in zee gingen. Sindsdien ben ik werkloos.' 'Ik ben machinist van beroep, een eenvoudig mens', zegt zijn collega Denis Spokovski. 'Momenteel ook zonder werk.' Hij windt zich op, wijst naar de flatgebouwen achter ons. 'Waarom wij dit doen? Kom maar eens mee naar onze woningen. Je zult schrikken van de armoede. Kijk naar de rivier daar. Onze rivier, vlak voor onze neus. Wij betalen 12 hryvnia (ongeveer 7 cent, nvdr.) per maand voor water in Slovjansk. In Donetsk gebruiken ze hetzelfde water, maar daar betalen ze hooguit 6 hryvnia per maand. Waarom? Geen idee. Vraag het aan de plaatselijke autoriteiten.' Een derde man is erbij komen staan: 'Een paar maanden geleden werd mijn dochter van twaalf op de brug voor ons aangereden. De chauffeur was stomdronken, hij waggelde op zijn benen. Mijn dochter was zwaargewond, maar in het ziekenhuis hadden ze geen apparatuur voor een hersenscan. Geldgebrek. Onze burgemeester gaf het namelijk liever uit aan prestigeprojecten als dure standbeelden en vuurwerkshows. En die dronken chauffeur, die wordt niet veroordeeld. Hij heeft de politie betaald.' 'Dáárom willen we niets meer te maken hebben met de regering in Kiev', zegt de man in het marine-uniform. 'Ze zijn corrupt, incompetent en totaal niet met onze problemen begaan. Wij hebben niet alleen voor autonomie van de Volksrepubliek Donetsk gekozen, we willen deel worden van de Russische Federatie. Bijna iedereen in Slovjansk wil dat. Rusland zal ons beschermen, wij kiezen voor Poetin.' We zijn in Slovjansk om de overgebleven pro-Oekraïners op te zoeken. Sommigen zijn vertrokken naar familie of vrienden in West-Oekraïne. Degenen die overblijven zijn allemaal bang om te praten en blijven zo veel mogelijk binnenshuis. Van de negen mensen die we belden, hebben er acht afgehaakt. Iemand vertelde dat zijn huis in beslag werd genomen door de separatisten: 'Ik wandel mijn eigen huis voorbij en kan er niet eens binnen. Ze hebben er een greppel rond gegraven, blijkbaar is mijn huis een uitvalsbasis voor die rotzakken geworden.' Eén man is bereid om ons te woord te staan. Maar we mogen hem pas bellen als we in Slovjansk zelf zijn, opdat ze zijn nummer niet zouden vinden in onze telefoon als we aangehouden zouden worden bij een controlepost van de separatisten. In het centrum is het rustig. Slovjansk is volledig in handen van pro-Oekraïense militanten. Volgens de Oekraïense media is de stad omsingeld door het leger, dat stap voor stap dichterbij komt. Wij hebben tot nu toe maar één legerpost gezien, op een paar kilometer van de stad. En die zat dan nog tussen twee separatistenposten in. De hoofdweg van Kramatorsk naar Slovjansk wordt gecontroleerd door pro-Russische militanten, niet door het leger. Van omsingeling is geen sprake. Op een landweg aan de andere kant van de stad worden we tegengehouden door bloednerveuze militairen die in de lucht schieten zodra we dichterbij komen. Als ze begrijpen dat we niet van het andere kamp zijn, posteren drie militairen zich rond onze auto, hun wapens gericht op de weg. Iets verderop zijn gevechten aan de gang, zeggen ze. De separatisten schieten met granaatwerpers, ook achter ons. Als we vragen of het leger enige vooruitgang boekt, antwoorden de militairen dat er elke nacht gevochten wordt en dat ze niet wijken. Niet voor- of achteruit dus, begrijpen we. In de hoofdstraat van Slovjansk worden we opgewacht door een oudere man. 'Noem me maar Aleksander', zegt hij. 'Ik wil praten maar alleen onder die naam. Kom gauw binnen, ze mogen ons niet zien.' Aleksander is geboren en getogen in Slovjansk. Hij kiest met hart en ziel voor de regering in Kiev. 'Een maand geleden stonden ze plots in mijn kantoor. Twee gewapende mannen in groen uniform. "We komen straks terug met brandbommen", zeiden ze. Ik schrok me dood, ik wist niet of ik moest schreeuwen, huilen of lachen. Een half uur later waren ze terug met dertig man - de meesten ongewapend - en een kist vol molotovcocktails. Ze waren via de achterkant van mijn bedrijf binnengekomen, hadden een ruit ingeslagen en de deur geforceerd. Ze hadden mijn bedrijfsruimte nodig als tactische basis, zeiden ze. Er was ook een sluipschutter. Hij klom met zijn geweer op mijn dak en hield de straat in de gaten. Het was avond, en ik besloot ze maar achter te laten en naar huis te gaan. Toen ik de volgende dag terugkwam, waren ze verdwenen. Ze zijn nog twee keer teruggekomen. De laatste keer wilden ze mijn bedrijf "nationaliseren", zeiden ze. Een van hen was een Rus, de rest waren mensen uit de streek. "Over mijn lijk!" riep ik. Na een hele discussie vertrokken ze weer. Maar de "commandant" schold me uit voor fascist. Ik zag aan zijn gezicht dat hij me het liefst wilde doodschieten.' Aleksander zucht diep. 'Ik ben heel erg bezorgd om de toekomst van dit land. Deze strijd is vooral een mediaoorlog. Gisteren werden in Kramatorsk (een half uur van Slovjansk) zes militairen gedood in een hinderlaag van de separatisten. Het incident werd uitgezonden door de Russische tv-zender LifeNews, die blijkbaar toevallig ter plaatse was. Het barst van de media in Kramatorsk, maar alleen zij hadden exclusieve beelden. Kijk, daar geloof ik dus niets van. Ik ben ervan overtuigd dat die Russische zender de hinderlaag heeft opgezet. Iedereen hier kijkt naar de Russische tv. De bevolking wordt alle dagen overspoeld met berichten dat wij, van "het andere kamp", allemaal fascisten zijn. Terwijl ik, en velen met mij, het ook niet eens zijn met de huidige regering in Kiev. De Oekraiense overheid is niet in staat om de situatie op te lossen, ze trekt dit land dieper en dieper de afgrond in. Maar wat de pro-Russische bevolking hier niet begrijpt, is dat afscheiding ons geen stap verder zal helpen. We zitten financieel diep in de ellende. Rusland zal dat straks echt niet oplossen, het heeft zelf economische problemen. En alleen kunnen we het niet. Waar moet de Volksrepubliek Donetsk van leven? Van de mijnen en de fabrieken, waarvan de helft gesloten is? Van de 110.000 bewoners in Slovjansk zijn er 55.000 gepensioneerd. Ik denk niet dat de zelfuitgeroepen Volksrepubliek Donetsk dat straks kan betalen. Ik geef die hele zelfverklaarde republiek hooguit een paar maanden, of beter: weken. De bevolking zal er snel achter komen dat het gebakken lucht is.' De eerste geluiden van onvrede doen inderdaad de ronde. Als we een dag later in het bezette overheidsgebouw van Donetsk staan, horen we twee vrouwen vragen naar Denis Poesjilin, de zelfuitgeroepen leider van de Volksrepubliek Donetsk. 'We willen ons beklag doen', zeggen ze. 'Hij had beloofd dat het geweld zou stoppen na het referendum, dat de wapens op straat zouden verdwijnen. Maar ze zijn er nog altijd. Dáár hebben wij niet voor gestemd, we willen helemaal geen oorlog. Niemand in Donetsk wil dat. Waar blijft hij nu met zijn beloftes? Wat komt er terecht van onze belangen?' De vrouwen winden zich op. De bedremmelde militant tegenover hen wordt bleek. 'Denis Poesjilin kan u momenteel niet ontvangen, hij is druk bezig met de nieuwe grondwet. De wapens zijn nog niet van de straat omdat de revolutie nog niet voorbij is, mevrouw. U moet nog een beetje geduld hebben.' Ook Sergei Popov van het comité van Donbas Patriotic Powers, een beweging tégen de volksrepubliek en pro-Oekraiens, zegt dat hij al telefoons van bewoners uit Donetsk heeft gekregen die teleurgesteld zijn in de nieuwe machthebbers: 'Uit onvrede vragen ze of ze zich bij ons kunnen aansluiten. Er zijn veel twijfelaars onder degenen die bij het referendum voor afscheiding hebben gestemd. Het was al bekend dat de meerderheid in deze regio voor de eenheid van Oekraïne is, al is de steun voor de separatisten in de Donbas- en de Loegansk-regio het grootst. We hebben zelf een stembusgang georganiseerd, een week voor het referendum op 11 mei. We hadden stembussen op verschillende plekken in het stadscentrum geplaatst, en veel mensen reageerden. Volgens onze peilingen stemde 30 procent voor autonomie. Minder dan 50 procent koos voor territoriale integriteit van Oekraïne, de meerderheid was ofwel voor een gedecentraliseerd bestuur in Kiev ofwel voor een federatie van Oekraïne. De meeste mensen willen afstand van de regering in Kiev, maar geen autonomie.' Popov is er zeker van dat er geen volgend referendum komt over aanhechting bij Rusland: 'Omdat de verdeeldheid onder de separatisten groeit. Kort gezegd wordt de pro-Russische opstand gefinancierd door twee oligarchen: de familie Janoekovitsj en de familie Ahmetov, ook al roept Rinat Ahmetov sinds maart dat Donbas bij Oekraïne moet blijven. Ahmetov begint dus zijn kar te keren, en wil dat Donbas inderdaad bij Oekraïne blijft omdat hij bang is dat hij er in een autonome staat financieel op achteruit zou gaan. De Janoekovitsj-aanhang wil afscheiding, een deel kiest voor aanhechting bij Rusland. Die verschillen zorgen voor polarisatie onder de separatisten. Hun revolutie is dus al aan het versplinteren.' Popov zette de Donbas Patriotic Powers op na de rellen in maart op het Leninplein. Er viel toen een dode onder de pro-Oekraïense betogers. 'Iedereen in deze organisatie wordt bedreigd door separatisten. Ik ga niet naar mijn huis, ik verblijf op een geheim adres. Twee van ons zijn ontvoerd geweest. Ze werden vijf dagen vastgehouden door pro-Russische militanten.' 's Avonds bellen we met Sergei, een van de ontvoerde collega's van Sergei Popov: 'Op 1 mei zat ik in Makijivka (een buurstad van Donetsk, nvdr.) in het park. Pro-Russische activisten liepen rond en vroegen de mensen om geld voor de stichting van de Volksrepubliek Donetsk. Ik stapte op hen af om te vragen wat ze met dat geld van plan waren. Er ontstond een discussie, ik legde uit waarom ik de afscheiding een slecht idee vond. Toen ik later voor een café stond te roken, werd ik plots door twee mannen in een auto gesleurd. Ze brachten me naar het gemeentehuis van Makijivka. Daar hielden ze me vast aan mijn broeksriem, intussen sloegen ze me met politieknuppels. Daarna werd ik ondervraagd. Ik vertelde hen dat mijn twee broers en een van mijn beste vrienden bij de politie zaten. Toen ze erachter kwamen dat dit klopte, verontschuldigden ze zich en boden ze me pijnstillers aan. Het volgende dat ik me herinner is dat ik wakker werd in een auto. We stopten bij het overheidsgebouw in Donetsk, ze brachten me naar een van hun verdiepingen boven. Onder hen waren Russen, Tsjetsjenen en jongens uit de streek. Ze waren heel agressief, het was duidelijk dat ze jongens als ik haatten. Maar ik zou dienen als ruilmiddel voor gevangen separatisten, dus ik hoefde niet voor mijn leven te vrezen, zeiden ze. De volgende dag kreeg ik een video van mezelf te zien. Ik zag mezelf zitten, totaal van de wereld, ik kraamde allerlei onzin uit. Ze hadden me gedrogeerd, zeiden ze. En mijn verklaring beschouwden ze als bewijs dat ik lid was van de rechtse sector, dat ik werkte voor de regering, en dus een vijand was. Ze zetten de beelden meteen online (ze zijn op verscheidene Russische en Oekraïense sites te zien, nvdr).' 'De derde dag werd ik naar een ander gebouw meegenomen. Daar zat ik samen met een jongen die ook van de straat was gehaald. Hij was ernstig gewond aan zijn been. We hebben nog twee dagen vastgezeten. Op 5 mei lieten ze ons vrij, in ruil voor gevangen separatisten, heb ik begrepen. Momenteel ben ik terug in Makijivka. Ik ben bang, ik wil weg maar ik weet niet waarnaartoe. Er is geen werk in Kiev voor me. Ik heb één aanbod gehad. Van het Djnepro Bataljon (dat schuldig zou zijn aan de beschietingen op burgers in Krasnoarmeisk tijdens het referendum op 11 mei, nvdr.). Meteen na mijn bevrijding vroegen ze of ik me bij hen wilde aansluiten. Ik heb geweigerd, omdat ik bang ben dat mijn broers bij de politie ontslagen zullen worden. Ik blijf zo veel mogelijk binnen en wacht af. Wie hardop tegen de separatisten ingaat, moet heel erg oppassen in Donetsk.' Op de elfde verdieping van het bezette administratiegebouw waar Sergei werd vastgehouden, ontkent Vladimir Makovich, woordvoerder van de Volksrepubliek Donetsk, alle betrokkenheid bij mogelijke ontvoeringen. 'Wij geven geen opdracht voor ontvoeringen. We hebben wel iets anders aan ons hoofd. De Volksrepubliek Donetsk en die van Logansk zijn een feit. Dat niemand ons erkent, maakt ons niet uit. We staan op gelijke voet met de illegale regering in Kiev.' Hij is ervan overtuigd dat de meerderheid van de bevolking voor autonomie is. 'Op een dag zal de regering in Kiev wel met ons moeten samenzitten. Je kunt de uitslag van dit referendum niet negeren. Voorstellen voor een federatie of een gedecentraliseerd bestuur wijzen we af. We zíjn een eigen staat, en we hebben de middelen. Donbas is rijk aan industrie. We zouden graag zakendoen met Europa. Het is maar een kwestie van tijd, straks komen ze wel over de brug. Laten we eerst de verkiezingen van 25 mei afwachten - ook al erkennen wij die niet. Maar in Donetsk zijn de mensen vrij om te stemmen, ik ga niemand tegenhouden.' DOOR JOANIE DE RIJKE, FOTO'S FRANCESCA VOLPI'Wat de pro-Russische bevolking hier niet begrijpt, is dat afscheiding ons geen stap verder zal helpen. ' 'Op een dag zal de regering in Kiev wel met ons moeten samenwerken.'