Koning Hoessein van Jordanië was een overlevingskunstenaar. Hij was amper vijftien jaar oud toen zijn grootvader Abdallah, die in 1946 tot koning van het toenmalige Transjordanië werd gekroond, in 1951 viel onder de kogels van zijn tegenstanders. De gewelddadige dood van zijn grootvader maakte een diepe indruk op de toekomstige vorst: vanaf het begin van zijn langdurige koningschap, dat in 1953 een aanvang nam, hield Hoessein er rekening mee dat ook hij door een aanslag om het leven kon komen. Aan pogingen om de koning te vermoorden heeft het trouwens later niet ontbroken.
...

Koning Hoessein van Jordanië was een overlevingskunstenaar. Hij was amper vijftien jaar oud toen zijn grootvader Abdallah, die in 1946 tot koning van het toenmalige Transjordanië werd gekroond, in 1951 viel onder de kogels van zijn tegenstanders. De gewelddadige dood van zijn grootvader maakte een diepe indruk op de toekomstige vorst: vanaf het begin van zijn langdurige koningschap, dat in 1953 een aanvang nam, hield Hoessein er rekening mee dat ook hij door een aanslag om het leven kon komen. Aan pogingen om de koning te vermoorden heeft het trouwens later niet ontbroken. De dood van zijn grootvader maakte duidelijk wat voor een krabbenmand Jordanië eigenlijk wel was. In 1948 had het Transjordaanse leger aan de zijde van de Arabische bondgenoten tegen de pas uitgeroepen staat Israël gevochten. Transjordanië, dat kort daarop zijn naam veranderde in Jordanië, bezette toen de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. De annexatie en de pogingen van koning Abdullah om de lijn waarlangs een wapenstilstand met Israël was overeengekomen, tot een permanente grens te maken, riepen verzet op van de Arabische buurlanden, vooral van Egypte. Dat zijn grootvader werd vermoord uit protest tegen zijn Palestina-beleid, is iets wat Hoessein op het netvlies was gebrand. De jonge Hoessein liep immers naast zijn grootvader toen die in de buurt van de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem door een Palestijn werd neergekogeld. Hoessein wist van meet af aan dat elke poging van Jordanië om een afzonderlijke vrede met Israël te treffen, hem het hoofd kon kosten. Jordanië is geografisch een hachelijke plek in de regio. Het hasjemetische koninkrijk ligt in het hart van het Midden-Oosten. Jordanië grenst aan Israël, de Westelijke Jordaanoever, Saudi-Arabië en Irak. Alleen al door zijn ligging is Jordanië een van de belangrijkste partijen in het Arabisch-Israëlisch conflict. Dat zou de jonge Hoessein, die in 1953 zijn zieke vader Talaal als koning van Jordanië opvolgde, snel ervaren. AMMAN LIJKT WEL OP BAGDADHoessein werd behalve een overlevingskunstenaar ook een politieke evenwichtsacrobaat die niet aarzelde om geweld te gebruiken zodra zijn tegenstrevers de monarchie in gevaar brachten. Zijn jongere broer Hassan, die sedert april 1965 het regentschap uitoefende telkens als koning Hoessein in het buitenland verbleef, kon zeer recent zelf ervaren hoe zijn broer zelfs vanop zijn ziekbed in Amerika een opzienbarende slagvaardigheid aan de dag bleef leggen. Toen koning Hoessein in juni vorig jaar de Jordaanse hoofdstad Amman verliet om zich in Minnesota te laten verzorgen, vaardigde hij een koninklijk decreet uit waarbij alle machten aan zijn broer de regent werden overgedragen - behalve vier: het verklaren van de oorlog, het onderhandelen en afsluiten van internationale verdragen, het wijzigen van de regering en het herzien van de grondwet. Maar reeds in augustus 1998 heerste in Amman een crisissfeer naar aanleiding van een watervervuilingsprobleem waardoor volgens de regent een regeringswijziging noodzakelijk was. Koning Hoessein moest toen zijn ziekbed verlaten en zich naar de Jordaanse ambassade in Washington begeven om er een decreet te bekrachtigen waardoor zijn broer de toelating kreeg om een nieuwe regering te vormen. Hassan, zelf een intellectueel, parachuteerde technocraten en intellectuelen uit zijn directe omgeving in het kabinet. Meer nog, hij benoemde zijn schoonzoon Nasser Jaoeda tot minister van Informatie, wat een sleutelpost is in een land waar de media door de overheid worden gecontroleerd en gedirigeerd. Hassans secretaris kreeg de leiding van de belangrijkste persgroep in het land, waaronder het concern dat de kranten el-Rai en Jordan Times uitgeeft. Er ging geen dag voorbij of Hassan stond met zijn foto in de pers. In het televisienieuws werd dagelijks een flinke portie besteed aan de activiteiten die de troonopvolger het voorbije etmaal had uitgevoerd. Het bureau van de prins begon zijn portret te verspreiden onder de handelaars in Amman. Het beleid van zijn broer begon de zieke koning, die zich in de VS op de hoogte liet houden van de stille putsch in de Jordaanse hoofdstad, meer en meer te frustreren. "Amman begint steeds meer op Bagdad te lijken", ergerde Hoessein zich in het ziekenhuis. Daarmee zinspeelde hij op de personencultus van Saddam Hoesseins regime in de Iraakse hoofdstad. Terecht begon Hoessein te vrezen dat zijn broer zich niet alleen de troon zou toe-eigenen, maar ook dat Hassan zijn eigen kroost voor de troonopvolging zou coachen. Dat moet voor Hoessein een onduldbare gedachte zijn geweest, want aan troonopvolgers in directe lijn is er immers geen gebrek. De koning is vier keer getrouwd. Uit die huwelijken werden elf kinderen geboren, onder wie zes zonen.DE ZONEN VAN KONINGIN-MOEDERSHoesseins oudste zoon, Abdallah, is 37 jaar. Hij studeerde in Jordanië en Groot-Brittannië, waar hij een opleiding kreeg aan de prestigieuze militaire school van Sandhurst. Abdallah, die in Oxford ook internationale diplomatie studeerde, trad in 1984 toe tot het Jordaanse leger, waar hij sindsdien carrière maakte. Na een korte opleiding in het Amerikaanse Fort Knox, werd Abdallah in 1993 chef van de Speciale Strijdkrachten, een elitekorps binnen het Jordaanse leger waarvan de soldaten vooral gerekruteerd worden uit de bedoeïenenstammen. Sedert 1993 is prins Abdallah getrouwd met Rania Jasinne, een jonge gestudeerde vrouw van Palestijnse afkomst. Daardoor hebben Abdallah, zijn vrouw en twee kinderen een bonus bij de Palestijnen van Jordanië die immers meer dan zestig procent van de bevolking uitmaken. Behalve dat het Arabisch van Abdallah verre van schitterend is, is hij de ideale troonopvolger van zijn vader. De vraag rijst waarom koning Hoessein zijn broer Hassan zolang als regent, plaatsvervanger en troonopvolger gehandhaafd heeft. Toen Hoessein in 1953 de troon beklom, was hij nog zonder erfgenamen. Het was normaal dat hij zijn broer uiteindelijk aanduidde als regent, zodat het koningschap door Hassan verdergezet kon worden, mocht Hoessein onverwacht aan zijn einde komen. Er is eigenlijk maar een reden waarom Hoessein zoveel jaren later nog geen enkele van zijn eigen zonen tot troonopvolger had aangeduid. Waarschijnlijk vreesde hij onenigheid binnen het eigen gezin. Koningin-moeders zien nu eenmaal graag hun eigen kinderen op de troon. Het is geen geheim dat de huidige Jordaanse koningin Noor, een blonde Amerikaanse van Syrische afkomst, graag haar oudste zoon Hamzi als troonopvolger had gezien. Maar met zijn achttien jaar is Hamzi te jong en te onervaren voor het koningschap. Toen ze zag welke machinaties de regent gebruikte om de dynastie te annexeren, heeft koningin Noor zich met de benoeming van Abdallah als de troonopvolger van haar man verzoend. TERWIJL IK ONUITSTAANBARE PIJN LEEDDe doodzieke Hoessein, die zijn land gedurende 45 jaar als een verlichte despoot heeft geregeerd, is op 19 januari jongstleden naar Amman teruggekeerd om zijn broer af te zetten en om zijn zoon Abdallah als zijn rechtmatige opvolger aan te duiden. Vlak voor Hoesseins terugkeer naar de Verenigde Staten op 26 januari werd er op de luchthaven van Amman een ceremonie georganiseerd waarop de benoeming haar beslag kreeg. Het was op dat ogenblik voor iedereen al duidelijk dat de beenmergtransplantatie die koning Hoessein in Amerika had ondergaan, was mislukt. Dat bleek ten voeten uit toen Hoessein begin februari uit Amerika naar Jordanië terugkeerde om er te sterven. Maar het moet een hele opluchting voor Hoesseins gezin zijn geweest, dat de machtsgreep van Hassan finaal was mislukt. Het kan geen toeval zijn dat de zieke koning belangrijke passages van de brief waarmee hij zijn broer de laan uitstuurde, in de media had laten uitlekken: "Ik heb vanop mijn ziekbed tussenbeide moeten komen om te verhinderen dat je je ging mengen in de aangelegenheden van het leger." Meer in het bijzonder moet het Hoessein gestoken hebben dat zijn broer hoge officieren, die weigerden om de zieke koning af te schrijven en de eed van trouw aan Hassan te zweren, met pensioen had gestuurd. Hoessein: "Net op het ogenblik dat ik onuitstaanbare pijn leed, vroeg ik me af waarom je zo halsstarrig aanstuurde op veranderingen in het leger." Meteen daarop wordt Hoessein persoonlijk: "Je hebt mijn gezin, mijn vrouw en mijn kinderen, gekwetst met lasterlijke aantijgingen."EEN ONVERTEERBARE NEDERLAAGDe machtsbasis van koning Hoessein werd gevormd door zijn goede verstandhouding met Jordaanse en Palestijnse grootgrondbezitters en hun rijke families. Een andere koningsgezinde groep bestond uit de bedoeïenen, die weliswaar slechts vijf procent van de bevolking uitmaken, maar die sterk vertegenwoordigd zijn in het Jordaanse leger. Hoesseins binnenlandse beleid is er altijd op gericht geweest deze traditionele krachten voor zijn regime in te spannen. De koning had nooit veel op met extreme ideologische standpunten. Wel laveerde Hoessein voortdurend tussen de westerse en de Arabische standpunten en werd hij vaak gedwongen tot een beleid waar hij met zijn hart niet achter stond. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 schaarde Hoessein zich met zijn troepen aan de kant van Egypte en Syrië, die door Israël in de pan werden gehakt. Die Arabische nederlaag was eigenlijk onverteerbaar voor Hoessein en voor Jordanië, want sindsdien hebben Israëlische troepen de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië veroverd. Dat moet een vreselijke slag voor het prestige van de koning zijn geweest, want als lid van de hasjemitische dynastie uit Mekka heeft Hoessein het altijd als zijn plicht beschouwd Oost-Jeruzalem met zijn talrijke islamitische heiligdommen voor de Arabische wereld te bewaren. Het was na deze nederlaag dat Hoessein tot de conclusie kwam dat de Arabieren Jeruzalem nooit door geweld zouden kunnen terugkrijgen. Hoessein bleef daarom zoveel mogelijk buiten de Oktoberoorlog van 1973 en deed zijn best geen Israëlische aanval over de Jordaan uit te lokken. Dat was geen sinecure. Want een gevolg van de Zesdaagse Oorlog was ook dat 200.000 Palestijnse vluchtelingen Jordanië binnenstroomden, wat erop uitdraaide dat de toch al sterk vertegenwoordigde Palestijnen een nog groter demografisch overwicht in het land verwierven. De pas gevormde PLO, die de nederlaag wou wreken, voerde vanuit de Palestijnse bases in Jordanië een guerrilla tegen Israëlische doelwitten. Aanvankelijk speelde Hoessein de politieke kaart door de Palestijnen meer zeggenschap te geven in het kabinet. Toen de koning echter zag dat de bedoeïenensjeiks en hun vertegenwoordigers in het leger deze ontwikkeling niet tolereerden, besloot hij eieren voor zijn geld te kiezen en de macht van de Palestijnse guerrilla-organisaties voorgoed te breken. Duizenden Palestijnen werden in de vluchtelingenkampen door het Jordaanse leger uitgeschakeld. De climax volgde in september 1970 - zwarte september - toen de koning zijn troepen opdroeg de PLO-strijdkrachten uit Jordanië te verdrijven. Het kwam nooit meer goed tussen koning Hoessein en PLO-leider Arafat. Toch presenteerde Hoessein in 1972 een ambitieus plan, namelijk een blauwdruk van een federatieve unie van Jordanië en het bezette Palestina. Jeruzalem zou de hoofdstad worden van de Palestijnse provincie, terwijl Amman op zijn beurt hoofdstad zou worden van zowel de Jordaanse provincie als van de federatie. De voornaamste tegenstanders, Israël en de Palestijnen, verwierpen het plan dat helemaal van de kaart werd geveegd toen op de Arabische top van Rabat in 1974 de PLO tot de enige wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk werd uitgeroepen.DE ECONOMISCHE KEUZE VOOR IRAKHoessein was een schipperaar. Geweld gebruikte hij niet graag, maar hij deed het doortastend wanneer hij geen andere uitweg zag. De hoofdbekommernis van de koning was altijd de handhaving van de monarchie. Hoessein wist dat zijn middelen om dat te doen beperkt waren. Jordanië is een arm land. Natuurlijke hulpbronnen als olie en water zijn er schaars. Het koninkrijk, waarin overigens de corruptie van de leidende politici welig tiert, is aangewezen op buitenlandse steun in de vorm van westers kapitaal en op inkomsten uit de arbeidsmigratie. Telkens als die stroom in het gedrang komt of als de Jordaanse subsidiëringspolitiek op instigatie van het IMF wordt teruggeschroefd, steken binnenlandse onlusten en opstanden de kop op. Politieke oppositie heeft Hoessein alleen mondjesmaat geduld, maar hij aarzelde niet de politieke partijen te verbieden als hij dat nodig vond. Alleen het oppositionele Islamitische Actie Front, dat wegens zijn sociale inzet steun vond bij de bevolking, probeerde hij te vriend te houden, al reduceerde Hoessein de politieke slagvaardigheid van het Front door recent het kiessysteem in zijn nadeel te wijzigen en ze tegen de andere partijen uit te spelen. Hoe weinig politieke speelruimte koning Hoessein al die tijd heeft gehad, bleek nog maar eens tijdens de Golfoorlog, toen de Jordaanse koning weigerde zich bij de westerse anti-Irakcoalitie aan te sluiten. De redenen waren niet ideologisch, maar alleen economisch geïnspireerd. Sedert 1980 had Jordanië in Irak een belangrijke handelspartner gevonden. Doordat tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-88) Basra, de enige Iraakse haven, was uitgeschakeld, was Irak vooral aangewezen op de Jordaanse havenstand Aqaba voor de aan- en uitvoer van goederen. Irak was bovendien een belangrijke afnemer van Jordaanse exportproducten geworden. In het zog van de verdragen van Oslo tussen Israël en de PLO (1993) werd een vredesverdrag tussen Jordanië en Israël gesloten. Op die manier werd de angel uit het conflict met het Westen gehaald. Hoe de nieuwe koning Abdallah het verder in Jordanië zal redden, is ongewis. Maar het lijdt geen twijfel dat voor een groot deel van de Jordaniërs het tot stand komen van een volwaardige Palestijnse staat een absolute voorwaarde is om een echte vrede in het Midden-Oosten te realiseren. De toekomst, waaronder de nakende verkiezingen in Israël, zal uitwijzen hoe groot de manoeuvreerruimte van koning Abdallah op het Jordaanse toneel wel is.Piet de Moor