Wie ooit het vierde deel van het tweede trio voor piano, viool en cello van Sjostakovitsj heeft gehoord, vergeet dat nooit meer. In deze meeslepende, obsederende melodie is het niet moeilijk om de geestestoestand van de Russen in het belegerde Leningrad (het huidige Sint-Petersburg) te herkennen. De Russen boden er tijdens de Tweede Wereldoorlog, tegen elke militaire logica in, weerstand aan de Duitse overmacht. In die omstandigheden...

Wie ooit het vierde deel van het tweede trio voor piano, viool en cello van Sjostakovitsj heeft gehoord, vergeet dat nooit meer. In deze meeslepende, obsederende melodie is het niet moeilijk om de geestestoestand van de Russen in het belegerde Leningrad (het huidige Sint-Petersburg) te herkennen. De Russen boden er tijdens de Tweede Wereldoorlog, tegen elke militaire logica in, weerstand aan de Duitse overmacht. In die omstandigheden componeerde Sjostakovitsj het trio. Het allegretto daaruit is een slepende dans die bij momenten elegant klinkt, maar bij de snerpende akkoorden is het meer stampvoeten-tot-in-de-trance-toe. De melodie zou van joodse oorsprong zijn en ze klinkt bijzonder verbeten, strijdlustig, nimmer aflatend, razend: een dodendans. Een bijzonder sterke compositie die nu een modeluitvoering heeft gekregen. Martha Argerich, piano, Gidon Kremer, viool, en Mischa Maisky, cello, namen het tijdens een live-optreden op. Drie grote temperamenten met een bijna eindeloze dynamiek. Bij hen klinkt het nog net iets treuriger, net iets woester; de afgronden van deze muziek zijn nog iets peillozer dan je ooit had kunnen vermoeden of vrezen. Het is moeilijk om het punt te bepalen waar de muziek de dimensie krijgt van een boodschap van meer algemeen menselijke waarde, een ode aan de weerstand tegen het brute geweld. Ook een trio, en ook Russisch, maar van een heel andere orde, is het trio van Tsjaikovski dat deze cd aanvult. Tsjaikovski schreef dit ter nagedachtenis van zijn vriend Nicolai Rubinstein. Maar het is een innig herinneren, geen opstandigheid, geen revolte of verscheurdheid. Dit trio baadt in het diffuse licht van een lome zomerdag van de begoeden op het platteland eind vorige eeuw. Beschaving en genotzucht voeren hier de boventoon, met een brede pathetiek als ondertoon. Niets is overhaast, je moet er je tijd voor nemen. Het is verbazend dat hier dezelfde muzikanten op dezelfde instrumenten spelen als in het trio van Sjostakovitsj, zozeer verschilt het register. Het valt dan ook zeer te betreuren dat het bisnummertje van het concert, een flauwe tango, ook op de cd staat. Die tango verpest alles wat we voordien hoorden. De cd stilleggen na Tsjaikovski!Argerich, Kremer, Maisky, "Shostakovich Tchaikovsky Trios", Deutsche Grammophon 459 326 2.Lukas Huybrechts