Politieluitenant in Tilburg, hoogleraar strafrecht en criminologie in Rotterdam, Leuven en New York, expert van de Nederlandse minister van Justitie en van de Verenigde Naties inzake de aanpak van de georganiseerde misdaad, adviseur van Nederlandse en Belgische parlementaire onderzoekscommissies, bezieler van tijdschriften en gezaghebbend auteur. Cyrille Fijnaut (53) was en of is het allemaal. Sinds 1 januari is hij hoogleraar aan de vermaarde rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, waar hij zich uitsluitend op onderzoek mag toeleggen. Een dag per week blijft hij college geven aan de Katholieke Universiteit Leuven en twee maanden per jaar aan de New York University School of Law. Wij lieten professor Fijnaut de ontwerpteksten analyseren van het Federaal Veiligheids- en Detentieplan dat minister Marc Verwilghen (VLD) binnenkort aan zijn collega's in de regering voorlegt en vroegen hem of hij kan vergelijken met soortgelijke veiligheidsplannen in het buitenland.
...

Politieluitenant in Tilburg, hoogleraar strafrecht en criminologie in Rotterdam, Leuven en New York, expert van de Nederlandse minister van Justitie en van de Verenigde Naties inzake de aanpak van de georganiseerde misdaad, adviseur van Nederlandse en Belgische parlementaire onderzoekscommissies, bezieler van tijdschriften en gezaghebbend auteur. Cyrille Fijnaut (53) was en of is het allemaal. Sinds 1 januari is hij hoogleraar aan de vermaarde rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, waar hij zich uitsluitend op onderzoek mag toeleggen. Een dag per week blijft hij college geven aan de Katholieke Universiteit Leuven en twee maanden per jaar aan de New York University School of Law. Wij lieten professor Fijnaut de ontwerpteksten analyseren van het Federaal Veiligheids- en Detentieplan dat minister Marc Verwilghen (VLD) binnenkort aan zijn collega's in de regering voorlegt en vroegen hem of hij kan vergelijken met soortgelijke veiligheidsplannen in het buitenland.Cyrille Fijnaut: Het VLD-Veiligheidsplan van maart 1999 was in vergelijking met andere partijprogramma's het beste. Het Federaal Veiligheidsplan, dat nu nochtans door premier Verhofstadt (VLD) wordt ingeleid, wordt - als het zo doorgaat - een grote miskleun. Vergeleken bij soortgelijke plannen in Nederland en Groot-Brittannië schiet dit Veiligheidsplan tekort op drie domeinen. Ten eerste geeft het geen overzicht van de problemen en zegt het niet wat veiligheid in een samenleving als de onze vandaag betekent. Evenmin wordt een coherente analyse gepresenteerd van het beleid van de voorbije jaren. Ten tweede mist dit Veiligheidsplan heldere uitgangspunten. Als er al vermeld worden dan gebeurt het in holle retoriek over de staat, het verantwoordelijk burgerschap en dergelijke. Op het einde wordt wel een hele beschouwing gegeven over de herstelgedachte die voortaan het strafrecht zou moeten beheersen, maar als deze gedachte zo belangrijk is dan zou zij een van de premissen van het hele Veiligheidsplan moeten zijn. Ten derde formuleert de regering een aantal prioriteiten. Die worden echter niet verantwoord en blijven in meerdere opzichten erg vaag. Daarbij worden allerlei projecten en deelprojecten in het vooruitzicht gesteld. Zo raakt ook het onderscheid tussen prioriteiten en actiemiddelen totaal zoek en wordt het plan alsmaar chaotischer. Veilig bouwen bijvoorbeeld wordt nu als actiemiddel voorgesteld, maar dat kan je aan niet een van de negen prioriteiten koppelen. Terwijl precies het grootstedelijk beleid een component zou moeten zijn van minstens zes prioriteiten, bengelt het nu achteraan in het stuk. Daarin worden dan wel een aantal problemen aangestipt die voor grote steden van belang zijn maar niet tot de prioriteiten worden gerekend. Om dit plan op niveau te tillen, heeft een groep deskundigen zeker twee maanden nodig.Dit plan ambieert nochtans een integrale veiligheidszorg.Fijnaut: Dat veiligheid integraal moet zijn en dat er daarom een veiligheidsketen moet worden opgezet, is niet nieuw. Deze aanpak is een regelrechte kopie van de Nederlandse. In dit plan wordt veiligheid echter beperkt tot publieke veiligheid, versta de bijna uitsluitend fysieke bedreiging van mensen en hun goederen. In een hoog geïndustrialiseerde samenleving zoals de onze houdt veiligheid echter veel meer in. Denk aan de zware criminaliteit in de sfeer van het leefmilieu, de arbeid of de voedselproductie. Al deze facetten van veiligheid laat dit plan, op enkele verwijzingen na, buiten beschouwing. Daardoor blijft ook een groot deel van het staatsapparaat met zijn bijzondere politiediensten buiten beeld. Maar dat zou gesaneerd moeten worden om allerhande vormen van misdaad in die domeinen beter te beheersen. Het plan definieert veiligheid op een primitieve manier. Wat na de dioxinecrisis en de senaatscommissie inzake georganiseerde misdaad toch wel eigenaardig is. Hangt dit niet samen met de wil om de opdrachten van politie en justitie tot hun zogeheten kerntaken terug te brengen?Fijnaut: Nergens wordt duidelijk gemaakt welke die kerntaken zijn. Het plan spreekt alleen van meer blauw op straat. Dat moet er komen, maar dat alléén getuigt van een provincialistische kijk op politie en justitie. Een van die kerntaken zou daarentegen de bestrijding van de fiscale, financiële en economische criminaliteit kunnen zijn. De regering noemt de bestrijding daarvan wel een prioriteit, maar ze verbindt er geen enkele consequentie aan wat de taak en de organisatie van politie en justitie betreft. Het Veiligheidsplan miskent ook de rol van het bestuur. Het verwijst wel naar de rol van de burgemeester en zelfs naar gewapend bestuursrecht. Maar het gaat voorbij aan alle mogelijkheden die het bestuur heeft om niet alleen de zichtbare criminaliteit maar ook de georganiseerde misdaad aan te pakken. En wanneer er toch sprake is van zogenaamd gewapend bestuur dan is het op de verkeerde plaats, namelijk bij de bestrijding van witteboordencriminaliteit.Georganiseerde misdaad en witteboordencriminaliteit zijn toch met elkaar verweven?Fijnaut: Bij de bestrijding van georganiseerde misdaad kan het bestuur goede resultaten boeken door de aanscherping van vergunningenstelsels en dergelijke. Kijk maar naar wat in New York of in Amsterdam gebeurt. In het Veiligheidsplan wordt het gewapend bestuur echter gebruikt tegen de witteboordencriminaliteit. Er is hier evenwel sprake van begripsverwarring. Wie georganiseerde misdaad zegt, praat over illegale ondernemingen, die soms legale dingen doen. Witteboordencriminaliteit of beter gezegd corporate crime betreft legale ondernemingen die illegale dingen doen, zoals het overtreden van de arbeids-, milieu- en bouwwetgeving, het organiseren van belastingontduiking op grote schaal en dies meer. Dat soort ondernemingen blijft buiten schot. Juist omdat men de bijzondere politiediensten nagenoeg volledig buiten beschouwing laat. Het plan wil de rol van de overheid beperken en de privé-sector in de veiligheidsketen opnemen.Fijnaut: De weg wordt inderdaad vrijgemaakt voor privé-bewaking en privé-beveiliging, zonder dat daarbij enige kritische vraag wordt gesteld. Nochtans heeft bijvoorbeeld ook burgemeester Giuliani van New York - waar veel privé-politie is - het politieapparaat aanzienlijk versterkt om de veiligheid van zijn inwoners te garanderen. Hij stuurde niet alleen meer politie op straat maar versterkte juist ook zijn bijzondere inspectiediensten om alle mogelijke illegale activiteiten te bestrijden. Hij heeft begrepen dat veiligheid in samenlevingen als de onze een sterke overheid vraagt. Dit Veiligheidsplan mikt daarentegen op een verzwakking van de overheid en maakt haar bovendien afhankelijk van de inspanningen van de privé-sector. Dat is zeer bedenkelijk. De voortdurende verwijzingen in het plan naar het privé-bedrijf als model van organisatie is trouwens achterhaald en misplaatst. Iedereen weet dat er verdomd veel misgaat in het bedrijfsleven. Ook overheidsdiensten moeten hun kracht putten uit de kwaliteit van hun werk, maar je moet er criteria op toepassen die aansluiten bij de aparte functie die politie en justitie in een rechtstaat hebben. Minimaliseert het plan de rol van het Openbaar Ministerie niet al te zeer?Fijnaut: Zeker, en dit wijst nogmaals op het ontbreken van samenhang. Nu is sprake van het Federaal Veiligheidsplan, maar er komen ook nog een Nationaal Veiligheidsplan en Zonale Veiligheidsplannen, die eerder politieplannen zijn. En dan is er nog het strafrechtelijk beleid dat de minister samen met het college van procureurs-generaal moet uitstippelen. De samenhang tussen al deze plannen is mij een groot raadsel. Dit Federaal Veiligheidsplan zegt allerlei dingen over het strafrechtelijk beleid maar niets over hoe de problemen van het Openbaar Ministerie en de magistratuur moeten worden opgelost. Ik geef een voorbeeld: het constateert dat het Openbaar Ministerie overbelast is, maar door een ingrijpende herverdeling van taken tussen politie en Openbaar Ministerie kan het werk van de parketten enorm worden verlicht. De laatste Nederlandse gegevens tonen aan dat tijdens de voorbije vijf jaar de input in het Openbaar Ministerie met 40 procent is verminderd doordat het politieniveau een grotere beslissingsmacht heeft gekregen. Parketsecretarissen beoordelen daar wat geseponeerd kan worden, wat verder politiewerk vraagt en wat uiteindelijk naar de parketten moet worden doorgestuurd. Van dergelijke initiatieven is in dit plan geen spoor. F.D.M.