In 'De opstanding van de doden' (Knack nr. 44) schrijft Misjoe Verleyen dat de eerste parlementaire debatten over crematie begonnen in 1883. Toen de strijd voor de secularisering van de kerkhoven was beslecht, werd de crematie in handen van de liberalen een nieuw strijdwapen. Wat Verleyen echter vergeet te vermelden, is dat mét de liberalen ook de protestanten de strijd voor de crematie aanbonden. Eugène Goblet d'Alviella was niet alleen een vooraanstaande liberale politicus, rector van de ULB, minister in de oorlogsregering de Broqueville en grootmeester van de Bel...

In 'De opstanding van de doden' (Knack nr. 44) schrijft Misjoe Verleyen dat de eerste parlementaire debatten over crematie begonnen in 1883. Toen de strijd voor de secularisering van de kerkhoven was beslecht, werd de crematie in handen van de liberalen een nieuw strijdwapen. Wat Verleyen echter vergeet te vermelden, is dat mét de liberalen ook de protestanten de strijd voor de crematie aanbonden. Eugène Goblet d'Alviella was niet alleen een vooraanstaande liberale politicus, rector van de ULB, minister in de oorlogsregering de Broqueville en grootmeester van de Belgische vrijmetselarij. Hij was ook een bekende protestant. Hij stichtte met andere liberale vrijmetselaars in 1881 zelfs een eigen kerk. De Eglise Libérale de Bruxelles werd in 1888 bij Koninklijk Besluit erkend. Reeds in 1872 zet de Brusselse hoogleraar, vrijmetselaar en protestant, Jean Crocq, in de antiklerikale strijd voor de legalisering van de crematie de toon. Als het blad La Discussion in 1873 de begrafenis 'een barbaars en absurd systeem, een vergiftigd geschenk van het christendom' noemt, zit de protestant Goblet d'Alviella achter de schrijftafel. Hij fulmineert tegen de katholieke Kerk en voegt er prompt aan toe dat in protestantse steden (Londen, Zürich, Berlijn, New York, Utrecht, Straatsburg) onder inspiratie van protestantse predikanten ver- enigingen voor verspreiding van de crematie zijn ontstaan. In 1882 dient een groep Belgische vrijmetselaars (onder hen meerdere protestanten) bij de Brusselse gemeenteraad een verzoekschrift tot legalisering van de crematie in. Meteen richt men een vereniging op voor de verspreiding van de crematie. Als deze ondertussen ter ziele gegane crematievereniging in 1906 een nieuwe start maakt, is het weer een protestant die na enkele maanden van de bekende industrieel Ernest Solvay de fakkel overneemt: de ULB-hoogleraar Paul Spehl. En er is nog meer. Tijdens het door Verleyen geciteerde crematiecongres in Brussel (1910) voert een Luikse predikant, dominee Lebeau, het hoogste woord. Zijn referaat is een vlammend pleidooi tégen de katholieke Kerk en voor de crematie. Goblet d'Alviella zélf zal in 1925, na in Parijs te zijn gecremeerd, een protestantse uitvaart krijgen. Wat we hiermee willen zeggen, is dat de crematie tussen 1870 en 1930 niet alleen een hefboom voor liberaal protest was. Ook de - achteraf vaak vergeten - protestantse antiklerikale opinie maakte er dankbaar gebruik van. (Wie hierover meer wil weten, verwijzen we naar G. Liagre, 'Tot stof en as zult gij wederkeren, De crematie als hefboom van antiklerikaal protest en het Belgisch protestantisme (1870-1932)', Analecta Bruxellensia, Jaarboek van de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel, Nr. 5, 2000, blz. 172-192.) Dr. Guy Liagre, Synodevoorzitter Verenigde Protestantse Kerk in België, docent Protestantse Theolog