De senaatscommissie die in Brussel de plunderingen van Congo door Belgische en andere bedrijven onderzoekt, is zo lek als een zeef. Getuigen die menen dat ze op anonimiteit kunnen rekenen, zouden zich moeten hoeden. Op 19 september verscheen in alle stilte kroongetuige Claude Pollet voor de commissie: een Belgisch mijningenieur die lang in Katanga heeft gewerkt, voor zowel het staatsbedrijf Gécamines als de groep van de in Congo geboren zakenman met Belgische nationaliteit George Forrest. Die laatste wordt er nu op diverse fronten van beschuldigd dat hij zich verrijkt ten koste van de Congolese staat en zijn bevolking.
...

De senaatscommissie die in Brussel de plunderingen van Congo door Belgische en andere bedrijven onderzoekt, is zo lek als een zeef. Getuigen die menen dat ze op anonimiteit kunnen rekenen, zouden zich moeten hoeden. Op 19 september verscheen in alle stilte kroongetuige Claude Pollet voor de commissie: een Belgisch mijningenieur die lang in Katanga heeft gewerkt, voor zowel het staatsbedrijf Gécamines als de groep van de in Congo geboren zakenman met Belgische nationaliteit George Forrest. Die laatste wordt er nu op diverse fronten van beschuldigd dat hij zich verrijkt ten koste van de Congolese staat en zijn bevolking. In Lubumbashi, de hoofdstad van de mijnprovincie, wist men niet beter of Pollet was naar België vertrokken om zijn zoon naar school te brengen. De commissie keek op geen inspanning om te voorkomen dat Forrest, die dezelfde dag ondervraagd werd, iets van de passage van Pollet zou merken. Maar het duurde niet lang voor Forrest erover geïnformeerd was dat Pollet voor de commissie had getuigd. De link tussen het lek in de senaat en de industrieel was VLD-kamerlid Pierre Chevalier, tevens bestuurder van de groep Forrest. Het nieuws is ondertussen ook in Lubumbashi doorgedrongen. Forrest en zijn bedrijven wordt vanalles verweten. Ze zouden Congolezen omkopen om lucratieve mijncontracten binnen te slepen, ze zouden exorbitante winstmarges aanrekenen, en ze zouden mineralen onverwerkt exporteren zonder toegevoegde waarde te creëren. Een beetje vreemd, want de enigen die momenteel zwaar in Katanga (en elders in het land) investeren zijn precies Forrest en zijn partners. Zelfs voorzitter André Geens (VLD) van de senaatscommissie kon niet anders dan tijdens zijn veelbesproken 'privébezoek' aan Congo in augustus vaststellen dat Forrests bedrijven goed gerund worden. In het in een schabouwelijk Nederlands, vol lagere-schooltaalfouten gesteld confidentieel rapport dat Geens over zijn reis schreef, heeft hij het onder meer over indrukwekkende fonkelnieuwe installaties en over personeel dat voldoende infrastructuur en beschermingskledij ter beschikking heeft, en dat correct betaald wordt, 'wat in veel andere gevallen niet kan worden gezegd'. Maar de oprispingen over Forrests reputatie in de Belgische Senaat zijn klein bier vergeleken met de zware aanval die de Verenigde Naties (VN) vorige week op de man lanceerde. In hun derde rapport over de illegale exploitatie van de Congolese rijkdommen beschuldigen VN-experts Forrest er zelfs van een Belgisch bedrijf te bezitten (New Lachaussée in Herstal) dat granaten, lichte wapens en lanceerinrichtingen voor kanonnen produceert. Het was meteen crisis op de hoofdkwartieren van Forrests ondernemingen in drie continenten. In Congo vergaderde Forrest met ministers en ambassadeurs. Zijn Belgische advocaten stuurden een lange brief met rechtzettingen naar VN-secretaris-generaal Kofi Annan. Forrest was onder meer in zijn wiek geschoten omdat de VN-experts niet eens de moeite hadden genomen hem te ondervragen. Op 6 september had hij hen nog een fax gestuurd, waarin hij stelde dat hij 'informatie ontvangen had' waaruit bleek dat hij geweigerd zou hebben de experts te woord te staan. Hij ontkende dit met klem en nodigde hen uit alsnog zijn fabrieken te komen bezoeken en hem alles wat ze wensten te vragen, zoals hij ook met journalisten doet. Hij kreeg zelfs geen antwoord op zijn schrijven. In diplomatieke kringen groeit de overtuiging dat Forrest klappen kreeg als collateral damage van pogingen om een zwaar hiaat uit de eerste twee VN-rapporten over de plundering van Congo op te vullen. Ze behandelden voornamelijk de illegale activiteiten van Rwanda en Uganda, die in het oosten van het land rebellieën steunen, maar niet die van Zimbabwe dat de Congolese regering ter hulp snelde en van de gelegenheid gebruik maakte om de Katangese mijnregio virtueel te annexeren. Spilfiguur in de Zimbabweaanse demarche was de blanke Zuid-Afrikaan Billy Rautenbach, die desondanks slechts marginaal vermeld is in het rapport. Rautenbach was zeer instrumenteel in het schetsen van het systeem waarlangs militaire en politieke autoriteiten uit Zimbabwe Congolese grondstoffen naar hun eigen netwerken kanaliseerden. Rautenbach is tevens een aartsvijand van Forrest. Hij zou van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om een openstaande rekening te vereffenen. Forrest werkte hem namelijk buiten als baas van de Gécamines. De altijd in modieus kostuum geklede ondernemer probeert sereen te blijven onder de druk, en lichtte eerst zijn werknemers in, vooraleer de tegenaanval te blazen. Toch stond hij erop aanwezig te zijn op de internationale jumping die hij vorige week in Lubumbashi heeft gehouden, een peperduur evenement met vuurwerk en ruiters uit negen landen. 'Het is belangrijk dat de mensen beseffen dat de situatie normaliseert,' verklaarde hij dit toch wel bizarre initiatief. 'Dat geldt zowel voor werknemers, voor wie we andere sociale activiteiten organiseren, als voor kaders en potentiële investeerders.'GEORGE FORREST: Ik ben ongelooflijk geschokt over wat er zonder de minste grond van waarheid over mijn bedrijven en mijn persoon wordt verteld. Ik zal nooit een wapenhandelaar zijn, dat is tegen mijn ethiek. Het rapport maakt allusie op een bedrijf dat ik in België bezit, dat machines produceert voor de aanmaak van specifieke onderdelen. Wij verkopen dus geen wapens, wel machines. FORREST: Daarmee kunnen kogelhulzen voor jacht- en oorlogswapens worden gemaakt, maar bijvoorbeeld ook punten voor bics en onderdelen voor gewapend beton. Wij leveren overigens nooit machines zonder akkoord van de overheid. Onze bedrijven hebben tachtig jaar lang een solide reputatie opgebouwd, die nu, om redenen die ik niet ken, plotseling beklad wordt. Dat kwetst mij enorm. FORREST: Absoluut. De VN besmeurt op basis van geruchten en valse beschuldigingen zonder enige vorm van bewijs de reputatie van een ondernemer. De VN benadrukt altijd dat ze de mensenrechten koestert. Waarom is ze me dan niet komen horen? Het lijkt erop dat ze me bewust heeft laten beschadigen. FORREST: Mijn advocaten hebben een eerste brief geschreven, en we zullen zien wat de reactie is. Maar ik ben ervan overtuigd dat geen enkele rechter zo'n lamentabele manier van werken aanvaardt. We zullen berekenen hoeveel schade we door dit rapport wereldwijd lijden. Dat zal enorm zijn. FORREST: Dat vind ik nog het ergste, dat gangsters als een Rautenbach, die enorm veel juridische problemen heeft gehad, van de VN de kans krijgen om een eerlijke ondernemer aan te vallen in een poging zijn activiteiten lam te leggen. Wil men daarmee beletten dat er in een land als Congo geïnvesteerd wordt? Wil men werkloosheid promoten? Ik ben de enige die hier nog investeert en werk verschaft. FORREST: Ik heb de indruk dat hier dezelfde bende achter zit als deze die ook de VN gevoed heeft. De senatoren begrijpen ondertussen dat hun indruk van mij fout is, omdat er geen bewijzen zijn. Maar sommigen proberen wanhopig bewijzen te creëren door middel van anonieme documenten en anonieme getuigen. Senatoren zouden toch moeten weten dat anonieme verklaringen geen enkele juridische waarde hebben. FORREST: Ik blijf ervan uitgaan dat de meerderheid van de senatoren achtenswaardige mensen zijn. Ze moeten er wel rekening mee houden dat hun initiatieven het welzijn van vele duizenden Congolese arbeiders in het gedrang brengen. FORREST: Ik ben goed geplaatst om te stellen dat de Afrika-politiek van minister Michel vruchten afwerpt. De aanvallen tegen mijn persoon beschadigen uiteraard ook het beeld van België in het buitenland. De economie van Congo staat op het punt te hernemen, en België kan daarin met zijn ervaring een grote rol spelen. De heropleving in Congo zal ook in België werkgelegenheid creëren. FORREST: Inderdaad, de Senaat is een gemeenschap van roddels en geruchten geworden. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Geruchten versterken zichzelf en uiteindelijk vergeet men dat er geen bewijzen zijn. FORREST: Onze winstmarges zijn in de context waarin wij werken volstrekt normaal. Wij opereren in een moeilijk land en nemen grote risico's. Banken en verzekeraars rekenen ons enorme kosten aan. Het transport is hier heel duur en de koopkracht laag. We worden meestal met maanden vertraging betaald. Allemaal factoren die in onze prijzen doorsijpelen. FORREST: Anonieme rapporten hebben geen enkele waarde. Men doet dat bewust anoniem, omdat men leugens wil vertellen. Die cijfers zijn vals. Bij onze investeringen volgen wij de bestaande codes, en wij betalen regelmatig belastingen. FORREST: De feiten van de voorbije maanden hebben bewezen dat bedrijven die zoiets doen, door de mand vallen. Ik heb een gerust geweten. Maar ik begrijp het niet meer. Ik ben de enige die in Katanga grote werken verricht en belastingen betaalt, en toch word ik aangevallen. Het VN-rapport barst van de verwijtende verhalen over malafide ondernemers die massaal grondstoffen uit de Kivu-streek naar Rwanda en Uganda smokkelen zonder toegevoegde waarde te creëren, terwijl men doet alsof dit soort figuren in Katanga niet bestaat, door de enige ondernemer aan te vallen die investeert en eerlijk opereert. FORREST: Umicore koopt en exporteert heterogeniet: een kobalthoudend erts dat dikwijls illegaal uit concessies van Gécamines wordt gehaald en zonder verwerking wordt uitgevoerd. Ik heb Umicore in 1995 weer in Congo geïntroduceerd in een gezamenlijk en succesvol mijnproject. Ik heb hen voorgesteld om samen in het Luiswishi-project te stappen, maar ze hebben me een jaar lang aan het lijntje gehouden om uiteindelijk te beslissen dat het risico te groot was. Wij gingen toch door, met het Amerikaans-Finse OMG als partner, en het project werd een groot succes, wat misschien de ogen uitsteekt. Umicore lanceerde misleidende informatie over een voorraad van 3000 ton germanium in de terril van Lubumbashi, met een marktwaarde van 2 miljard dollar, die wij ons onrechtmatig zouden hebben toegeëigend. Maar de groep Forrest heeft daar niks mee te maken, dat belangt alleen OMG en Gécamines aan. Wij zullen geen dollar van dat germanium zien. FORREST: Er wordt zoveel verteld. Waarom zou ik met de projecten die ik nu heb lopen nog enveloppes moeten geven? Ik volg de wet en schrijf me in bij offertes. Als wij dikwijls opdrachten binnenhalen, is dat omdat men weet dat wij goed werk afleveren. De wegen die wij jaren geleden hebben aangelegd zijn de enige rond Lubumbashi die nog bruikbaar zijn. Soms missen we offertes, wat toch niet het geval zou zijn als we enveloppes gebruikten. Het is in Europa mode geworden te zeggen dat iemand die in Congo succes heeft, corrupt is. FORREST: Als de staat mij iets vraagt dat menselijk is, kan ik toch niet weigeren. Als de staat, om te kunnen functioneren, honderd terreinwagens nodig heeft die ze niet kan betalen, moeten wij iets doen. FORREST: Dat maakt deel uit van de sociale dienstverlening, net zoals ik iemand van een school of een ziekenhuis die mij om hulp vraagt evenmin in de steek zal laten. FORREST: Die man heeft dat geld niet gekregen. Hij dreigde er achteraf zelfs mee me te laten arresteren, maar dat spel speel ik niet mee. FORREST: Ik zal eerlijk antwoorden. De ethiek als dusdanig, als een rechte lijn, bestaat volgens mij niet in de zakenwereld. Er is wel de plicht om correct, loyaal en binnen de wet te blijven, zelfs in de strijd met de concurrentie. Maar als politici een ethische code van zakenmannen eisen, moeten ze zelf de ethiek opbrengen om zakenmannen te respecteren. Ik vraag mij ondertussen af of politici zelf wel een ethische code hebben. FORREST: Dat zou een zeer slecht signaal zijn op een ogenblik dat investeerders beginnen terug te komen. Er is hier veel werk. Wij hebben in heel moeilijke omstandigheden met succes hoogtechnologische fabrieken gebouwd. Wij willen blijven investeren. Ik hoop dat de banken en de Nationale Delcrederedienst de zaken ook nu eerlijk en objectief zullen blijven beoordelen. En dat de politiek Belgische onderdanen die vals beschuldigd worden op een agressieve manier zal steunen. Ik blijf in ieder geval vechten. Dirk DraulansFoto's: Wim Van Cappellen/Reporters Volgende week: een reportage uit Katanga'Geruchten versterken zichzelf en uiteindelijk vergeet men dat er geen bewijzen zijn.'Het VN-rapport creëert de valse indruk dat er in Katanga geen malafide operaties gebeuren.