Met stijgende verbazing lees ik telkens opnieuw de 'kritische' commentaren op de hervormingen van het openbaar bestuur. Eerst was er het Copernicusplan van de Federale overheid, en nu het 'Beter Bestuurlijk Beleid' van de Vlaamse overheid, dat blijkbaar fungeert als een fantastisch open doel waarin 'zonder luide tegenspraak' naar harten- lust gescoord kan worden, verzekerd van een luid applaus gegeven door een vooraf streng geselecteerd publiek.
...

Met stijgende verbazing lees ik telkens opnieuw de 'kritische' commentaren op de hervormingen van het openbaar bestuur. Eerst was er het Copernicusplan van de Federale overheid, en nu het 'Beter Bestuurlijk Beleid' van de Vlaamse overheid, dat blijkbaar fungeert als een fantastisch open doel waarin 'zonder luide tegenspraak' naar harten- lust gescoord kan worden, verzekerd van een luid applaus gegeven door een vooraf streng geselecteerd publiek. Voor wie schrijft Dirk Draulans? Door wie wordt hij gesteund, betaald om te schrijven wat hij schrijft? Door CD&V'er Van den Brande? Wat mij nog het meeste verbaast, is de eendimensionale perceptie op de hervormingen. Welke meerwaarde heeft een dergelijke reflectie, gespeend van enige historische analyse, voor een anders verstaan van het besturen van Belgische openbaarheid? Er wordt te eenduidig ingezoomd op wat 'fout' is, te veel geld kost, politieke benoeming is. Het gaat dan om een klein aantal topambtenaren. Het is een uitgekiende selectie uit zovele topics die besproken hadden kunnen worden waardoor de kritiek meer recht zou kunnen doen aan de schier 'onmogelijke' opdracht van hervorming van openbaar bestuur in een Belgische en uiteindelijk Europese context. Het was dus niet alleen een 'leuk idee' van deze regering, ze heeft hiermee wel haar verantwoordelijkheid genomen. De namen van de enkele topambtenaren die hier genoemd worden staan in geen enkele verhouding tot de duizenden (leidinggevende) ambtenaren die met de moed der wanhoop 80-urige werkweken draaien en zich inzetten om het bestuur van België openlijker, transparanter en bereikbaarder te maken voor de klant. Deze mensen vallen niet op, worden niet geïnterviewd. Naast ontgoochelingen zijn er vele succesfactoren te noemen van de recente hervormingen (de kruispuntbank, de informatisering van de overheid, de 'menselijkheid') die langzaam maar zeker leiden tot een andere attitude. Bekend is dat dergelijke processen minstens een decennium in beslag nemen. Het is te makkelijk om steeds opnieuw in te zoomen op de (politieke) benoemingen van topambtenaren als daar niet naast gezet wordt: de complexiteit van de organisatie van het openbaar bestuur in België, de complexiteit van het 'doen werken' van een nieuwe organisatiestructuur, van het doen werken van verantwoordelijkheden en bevoegdheden verdeeld over zovele verschillende niveaus, de politieke kleuren die zichzelf daarin moeten voegen, het doen begrijpen dat het een andere taal, een andere omgangsvorm, een ander niveau van communicatie vraagt. Dit betekent niet dat een gezonde kritiek op het feit dat de administratie in België anders georganiseerd moet worden, niet zeer welkom is. Maar is hier ook niet een rol weggelegd voor de commentatoren en voor de politiek zelf? De partijpolitiek in België kan wel een stevige kritiek verdragen: de attitude van de politieke partijen, de wijze van communiceren en analyseren is beneden alle peil en blijft hangen op 'het banale' schelden en bewust selectief verdraaien van feiten. De verantwoordelijkheid van de politieke leiders beperkt zich vaak tot het vinden van makkelijke scoringskansen en bewegen zich te weinig op het algemeen maatschappelijk belang en op het verbeteren van het openbaar bestuur. Het openbaar bestuur slabakte al enige decennia... welke politieke partij, welke regering heeft dat ooit durven aanpakken als een apart thema in haar regeringsakkoord? Het lijkt wel of de partij-oppositie-luiaards gewacht hebben op die regering die het durfde om vervolgens languit achterover te gaan liggen om te genieten van het effect. Welk belang heeft de burger bij dit schouwtoneel? Iedere zinvolle dialoog over dit thema blijft tot mijn verbazing uit. Suzan Langenberg, communicatie- en organisatieadviseur, docente communicatie voor federale ambtenar