Ze noemen het 'de hockeystick': een lange min of meer rechte lijn die aan het einde plotseling een bocht van bijna negentig graden maakt. Op de x-as: het tijdsverloop, van het jaar 1000 tot en met vandaag. Op de y-as: de evolutie van de temperatuur op aarde. De boodschap is duidelijk: tussen 1000 en 1900 bleef die temperatuur ongeveer stabiel, sinds het begin van de twintigste eeuw schiet het kwik pijlsnel omhoog. De aarde warmt op.
...

Ze noemen het 'de hockeystick': een lange min of meer rechte lijn die aan het einde plotseling een bocht van bijna negentig graden maakt. Op de x-as: het tijdsverloop, van het jaar 1000 tot en met vandaag. Op de y-as: de evolutie van de temperatuur op aarde. De boodschap is duidelijk: tussen 1000 en 1900 bleef die temperatuur ongeveer stabiel, sinds het begin van de twintigste eeuw schiet het kwik pijlsnel omhoog. De aarde warmt op. Dat het begin van die opwarming zo goed als perfect samenvalt met de wereldwijde doorbraak van vervuilende industrialisatie, is te opvallend om aan iets anders te worden toegeschreven dan aan de mens zelf. De hockeystick is dan ook een bijzonder krachtig icoon geworden, een emotioneel geladen symbool dat ons aanspoort tot maatregelen zoals het Kyoto-protocol, dat vorige week in werking trad. Maar klopt die curve eigenlijk wel? Of zijn de twijfels groter dan de meeste wetenschappers willen toegeven? Net omdát het klimaatverdrag van start ging, kwamen ook de sceptici vorige week weer op de voorgrond. Zo pakte The Wall Street Journal - onder de pittige kop Global warring, globale 'oorlogsvoering' - uit met het verhaal van de Canadese mijnconsultant Stephen McIntyre. Die heeft een aantal jaren geleden de curve aan een nader onderzoek onderworpen. Zijn conclusie is vernietigend. De curve deugt niet, want de wiskundige technieken waarmee ze werd geproduceerd, leveren bijna altijd een curve van die vorm op. Michael Mann, de klimatoloog die het temperatuurverloop van tien eeuwen reconstrueerde op basis van boomringen, ijskernen, koralen en andere indirecte aanwijzingen, bezorgde met zijn beroemde hockeystick de wereld, en de wetenschappelijke wereld in het bijzonder, nochtans een van de pijlers waarop de klimaatconsensus rust. Dus, wat nu? Er lopen natuurlijk veel zonderlingen rond die rare theorieën bedenken, maar McIntyre kreeg ondertussen wel de steun van andere wetenschappers en is doorgedrongen in de respectabele - peer reviewed - vakbladen. Zijn kritiek op de hockeystick zou de hele klimaatconsensus absoluut niet onderuithalen, maar als hij gelijk heeft, is dat een belangrijke nuance. Dit debat legt - eens te meer - een aantal vragen bloot die niet altijd even expliciet worden beantwoord. Worden bepaalde gegevens en voorspellingen weleens overdreven, voor de goede zaak? Worden de sceptici van het Kyoto-verdrag inderdaad gefinancierd door de industrie? Geen onbelangrijke vragen, aangezien er beslissingen worden genomen die wereldwijd miljarden dollars in beweging brengen, en die de toekomst van onze planeet al dan niet ingrijpend zullen veranderen. Want terwijl de sceptici sceptisch blijven, worden de catastrofale voorspellingen steeds driester: in Nederland duiken al wetenschappers op die beweren dat Amsterdam en de rest van de Randstad tegen pakweg 2020 helemaal onder water zullen staan. Om uit te maken of zulke voorspellingen ernstig moeten worden genomen - met onmiddellijke, historische maatregelen tot gevolg - heeft het publiek recht op correcte, genuanceerde informatie. En die is duur. Zoals een waarnemer het in The Wall Street Journal formuleert: 'Het klimaatdebat is vandaag helemaal gepolitiseerd.' Ook dát is hoe dan ook goed om te weten. Joël De CeulaerZijn de twijfels groter dan de meeste wetenschappers willen toegeven?