JA

'Huurprijsregulering is zeker aangewezen, maar dat betekent niet dat men eenzijdig moet kiezen voor centraal aangestuurde maximumhuurprijzen of voor een langdurige bevriezing van huurprijzen. Ook nu intervenieert de overheid al, door de sociale huisvesting, de huurwetgeving en de fiscaliteit. De belastingen op private huurinkomsten en de onroerende voorheffing, beide gebaseerd op het kadastraal inkomen van 1975, zijn niet marktconform. Ook de fiscale tegemoetkomingen voor eigendomsverwerving verstoren de markt. Het gaat dus niet over de keuze tussen regulering of geen regulering, maar eerder over welk type regulering we verkiezen.
...

'Huurprijsregulering is zeker aangewezen, maar dat betekent niet dat men eenzijdig moet kiezen voor centraal aangestuurde maximumhuurprijzen of voor een langdurige bevriezing van huurprijzen. Ook nu intervenieert de overheid al, door de sociale huisvesting, de huurwetgeving en de fiscaliteit. De belastingen op private huurinkomsten en de onroerende voorheffing, beide gebaseerd op het kadastraal inkomen van 1975, zijn niet marktconform. Ook de fiscale tegemoetkomingen voor eigendomsverwerving verstoren de markt. Het gaat dus niet over de keuze tussen regulering of geen regulering, maar eerder over welk type regulering we verkiezen. We zien dat de marktmechanismen niet naar behoren werken. Zo blijkt uit studies dat de prijzen van woningen met weinig comfort en van slechte kwaliteit sterker stijgen dan die van woningen met volledig comfort. Een te groot deel van het inkomen gaat naar de huur en woningen van slechte kwaliteit blijven in de markt. Ik pleit voor een veralgemeend systeem van huursubsidies, zoals in de meeste West-Europese landen. Zonder flankerende huurprijsregulering worden de prijzen echter omhooggedreven en belandt de subsidie bij de verhuurders. Dus moet je de twee systemen koppelen. Objectieve huurprijzen die rekening houden met de kwaliteit van de woning moeten de markt transparanter maken. De fiscaliteit kan worden aangewend om verhuurders te stimuleren tegen billijke en sociale voorwaarden te verhuren en tegelijkertijd om hen te ontmoedigen woningen in slechte staat te verhuren. Huursubsidies verkleinen ook de risico's op achterstallige betalingen. Problemen kunnen ingeperkt worden door zeer kort op de bal te spelen. Wij pleiten voor een systeem van knipperlichten dat eventuele achterstal snel signaleert. Verhuurders moeten een beroep kunnen doen op een federaal fonds, en het OCMW kan ingeschakeld worden voor budgetbegeleiding. Ik begrijp de bezorgdheid over de rentabiliteit en de vrees voor een te centralistisch huurprijssysteem dat te ver afstaat van de lokale marktrealiteit. Deze argumenten moeten dus meegenomen worden in de keuze voor een bepaald type van regulering.''Wij zijn voorstander van de vrije markt en als eigenaars is voor ons het rendement zeer belangrijk. De overheid werkt al betuttelend door verschillende minimumnormen en minimumvereisten op te leggen. De wooncode in Vlaanderen legt een grote druk op de eigenaren. Door de antidiscriminatiewet kan de verhuurder ook niet meer kiezen aan wie hij verhuurt. Hij mag niemand meer weigeren tenzij op grond van objectieve redenen, zoals onvoldoende inkomen of een te grote familie voor de betreffende woning. Het enige wat ons als eigenaars nog rest is het rendement, maar nu wil de overheid ook ons rendement beperken door de huurprijzen te reguleren. Het rendement ligt momenteel rond 2,5 procent, wat niet erg hoog is. Wie gaat nog verhuren zonder rendement? De privé-investeringen zullen verminderen en het aanbod van huurwoningen zal in elkaar stuiken. Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen zullen alles systematisch opkopen en hun machtige lobby zal het evenwicht tussen huurder en verhuurder verbreken. Het is overigens een fabeltje dat de huurprijzen exponentieel stijgen de laatste jaren. De stijging is beperkt door de indexering. De huurprijzen bij ons zijn ook relatief laag als we vergelijken met de ons omringende landen, om nog te zwijgen van grote steden als Londen en Parijs. Slechts 10 procent van de huurders is verantwoordelijk voor meer dan 90 procent van de problemen aangaande wanbetaling, overlast en het achterlaten van de woning in slechte staat. Het is schrijnend dat de overheid niets doet voor de sociale huurmarkt, ondanks al haar beloften. Ze moet haar verantwoordelijkheid nemen en zich ook ontfermen over de probleemgevallen. Dat kan door sociale huisvesting of door een vorm van huursubsidies. We ijveren ook voor het in kaart brengen van probleemgevallen via indicatieve lijsten. De overheid kan dan nagaan hoe die mensen hun budget beheren en hen daarbij begeleiden. Ik heb begrip voor het feit dat bepaalde huurders hun huur niet kunnen betalen. Maar de vraag is wie dit probleem moet oplossen. De privé-sector niet, want die is afhankelijk van een redelijk rendement.'Opgetekend door Wim Schalenbourg'Huursubsidies moeten worden gekoppeld aan huurprijsregulering.''De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen.'