Als vanaf 1 mei de horeca mag heropenen, moet de contactopsporing anders. Dat zeggen Klaas Nelissen en Joren Raymenants, die het lokale contactonderzoek van de KU Leuven uittekenden en verantwoordelijk zijn voor ongeveer 50.000 studenten. Uit hun werk blijkt hoe belangrijk backward contact tracing, ofwel bronopsporing, is.
...

Als vanaf 1 mei de horeca mag heropenen, moet de contactopsporing anders. Dat zeggen Klaas Nelissen en Joren Raymenants, die het lokale contactonderzoek van de KU Leuven uittekenden en verantwoordelijk zijn voor ongeveer 50.000 studenten. Uit hun werk blijkt hoe belangrijk backward contact tracing, ofwel bronopsporing, is. Op dit moment werkt het Vlaamse contactonderzoek met forward contact tracing: bevestigde covid-19-patiënten wordt gevraagd om hun nauwe contacten te delen met de contactonderzoekers. Daarop worden die hoogrisicocontacten opgebeld. 'De overheid is zeer performant in het identificeren en in quarantaine plaatsen van die mensen', zeggen Nelissen en Raymenants. Maar dat is niet genoeg. Het Vlaamse contactonderzoek, uitgevoerd door een samenwerking van ziekenfondsen en callcenters, gaat niet ver genoeg terug in de tijd om te onderzoeken waar de besmetting is opgelopen. Tot op heden vragen contactonderzoekers vooral waar mensen dénken besmet te zijn. Nelissen en Raymenants pakken het anders aan. 'Meer dan 70 procent van de mensen geeft het virus niet door. Als een persoon besmet is, is het heel waarschijnlijk dat de infectie is opgelopen tijdens een soort bijeenkomst', zeggen ze. Onomwonden stellen ze dat hun methode van backward contact tracing al besmette personen heeft geïdentificeerd die door de mazen van het net waren geglipt bij het gewone contactonderzoek. 'We moeten daarom de focus verleggen van individuen naar evenementen', menen de onderzoekers. Haast altijd brengen ze een besmettingsbron terug tot een situatie waar er sprake is van de 'drie C's': slecht verluchte ruimtes ( closed spaces) met veel mensen ( crowded places) die geen afstand houden ( close contact). De registratie van gegevens blijft dus essentieel. Dat geldt eens te meer voor de komende periode, wanneer stilaan meer evenementen zullen plaatsvinden. Werden onze gegevens dan niet al geregistreerd bij evenementen? In de zomer van 2020 kwamen we een café of restaurant niet binnen zonder onze contactgegevens op te geven. De verplichting moest het contactonderzoek vergemakkelijken wanneer een klant positief zou testen, en zo het horecabezoek veiliger maken. Maar de gegevens bleken massaal stof te vergaren. Tussen september en half oktober vroeg het centrale Vlaamse contactonderzoek amper 25 lijsten op. Toch zit een ommezwaai op Vlaams niveau er niet direct in. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) zegt dat de intensieve bronopsporing die Nelissen en Raymenants toepassen pas mogelijk is bij een maximum van tien besmettingen op 100.000 inwoners, voor een periode van twee weken. Ter vergelijking: in Vlaanderen schommelde dat aantal vorige week rond de 330. De onderzoekers geven toe dat bronopsporing tijdrovend is. Hun werk wordt vergemakkelijkt door de beperkte doelgroep: studenten in één stad, die elkaar vaak besmetten op kotfeestjes. In elk geval wekt hun project interesse op. Viroloog Emmanuel André (KU Leuven) lichtte de resultaten van het onderzoek toe bij coronacommissaris Pedro Facon, en de collega's van Louvain-la-Neuve namen al contact op. Ook met studentensteden Gent, Antwerpen en Brussel zijn ideeën uitgewisseld. Voor de studenten geeft dit hoop op meer mogelijkheden.