In 1949 schreef erevoorzitter A.J. Moeller de Laddersous van de Dienst voor Toerisme in Belgisch Congo en Ruanda-Urundi een bijbeldikke gids voor de mensen die deze hemel op aarde wilden bezoeken. "Congo is het paradijs der automobilisten," luidde de aanhef van een van de vele hoofdstukken in het boek. De man beschreef tot in de details de routes die een reiziger kon volgen om van het westen in Congo helemaal tot in het verre oosten en nog verder te geraken. Hij legde uit waar er overnacht kon worden, en waar bijgetankt. De reiziger moest zich er volgens de geëerde voorzitter alleen voor hoeden om uit de buurt van dronken negers te blijven.
...

In 1949 schreef erevoorzitter A.J. Moeller de Laddersous van de Dienst voor Toerisme in Belgisch Congo en Ruanda-Urundi een bijbeldikke gids voor de mensen die deze hemel op aarde wilden bezoeken. "Congo is het paradijs der automobilisten," luidde de aanhef van een van de vele hoofdstukken in het boek. De man beschreef tot in de details de routes die een reiziger kon volgen om van het westen in Congo helemaal tot in het verre oosten en nog verder te geraken. Hij legde uit waar er overnacht kon worden, en waar bijgetankt. De reiziger moest zich er volgens de geëerde voorzitter alleen voor hoeden om uit de buurt van dronken negers te blijven. Bijna een halve eeuw later is het virtueel onmogelijk geworden om van het westen naar het oosten van Congo te reizen. Niet alleen omdat er geen wegen en geen benzinestations meer zijn, maar ook omdat de situatie in grote delen van het land op zijn zachtst gezegd labiel is geworden - niet in het minst in het westen en het oosten zelf. Ook Burundi en Rwanda zijn te mijden: in sommige regio's heerst een regelrechte burgeroorlog tussen het Tutsi-leger en Hutu-milities. Het binnenland van Congo-Brazzaville wordt op zijn Liberiaans geteisterd door zwervende milities. Van het grote model van stabiliteit in het gebied, het Uganda van lichtend voorbeeld Yoweri Museveni, wordt gemakshalve vergeten dat een kwart ervan binnen de invloedssfeer van allerhande rebellengroepjes ligt. Ook het zuiden van Sudan is de prooi van een aanslepende burgeroorlog. Al naargelang van de ecologische omstandigheden, trekken vechtende benden van christelijke milities er tegen elkaar op, of sluiten ze coalities tegen het islamitische regeringsleger. Vluchtelingen worden daarbij bij wijze van tactisch manoeuvre vooruitgestuurd om internationale voedselhulp te lokken, waarmee de vechters in eerste instantie zichzelf onderhouden. De hongerende mensen slagen er al lang niet meer in om medelijden op te wekken. Somalië is iedereen ondertussen vergeten. Het land is - waarschijnlijk definitief - uit elkaar gevallen in zijn aloude clanstructuren, die eeuwenlang het merg van de lokale politiek vormden, tot de koloniale mogendheden er zich eens mee gingen bemoeien.KABILA WIL KATANGA NIET KWIJTHet valt te vrezen dat een vergelijkbare verbrokkeling met een etnische basis ook Congo kan treffen. Het déjà vu-effect van de opstand tegen de pas vorig jaar aan de macht gekomen president Laurent-Désiré Kabila, heeft zijn wortels in de ontevredenheid van Uganda, Rwanda en Burundi, omdat de instabiliteit aan hun westelijke grenzen niet opgelost raakt. Allerhande milities bleven zich in Oost-Congo verschuilen om van daaruit dikwijls moordende raids tot ver in het binnenland van de buurlanden uit te voeren. De verhalen dat Kabila sommige van deze groepen militair begon te steunen, deden de rest. Dezelfde Congolese Tutsi - de stilaan om hun slagkracht berucht rakende Banyamulenge - die in oktober 1996 het vuur aan de lont staken, begonnen ook nu de strijd, op dezelfde plaatsen als toen: de Oost-Congolese stadjes Uvira, Bukavu en Goma, die nog veel sneller dan de vorige keer in hun handen vielen. Ook nu was het eerste argument dat ze naar voren schoven, de vrees voor vervolging van hun etnische minoriteit. Ondertussen weet niemand nog goed wie nu eigenlijk aan wiens zijde vecht. De rebellen krijgen naar verluidt massaal steun van ex-soldaten van de vroegere Forces Armées Zairoises (FAZ) van de verdreven en ondertussen gestorven dictator Mobutu Sese Seko - dezelfde soldaten dus die ze de vorige keer voor zich uit joegen. Kabila's Forces Armées Congolaises (FAC) steunen blijkbaar vooral op de jonge rekruten die hij vorig jaar onderweg inlijfde - de zogeheten kadogo's, die waarschijnlijk amper weten wat er gebeurt. Vorige week organiseerde Kabila in de Congolese hoofdstad Kinshasa een nieuwe rekruteringsronde, waarbij opnieuw overwegend jonge snaken machetes en lichte wapens toegestopt kregen. De vrees leeft dat ze die ten gepaste tijde zullen gebruiken tegen de burgerbevolking. De rest van Kabila's leger bestaat voornamelijk uit vroegere Katangese gendarmes. In die zin is het significant dat Kabila nog geen dag na het uitvallen van de stroom in Kinshasa, naar Lubumbashi trok: de hoofdstad van Katanga, de provincie waarin hij geboren werd. Officieel omdat hij er een ministerraad wilde houden, maar waarnemers vonden het een veeg teken dat de nog overgebleven ministers van zijn regering niet alleen zelf naar Lubumbashi vlogen, maar ook hun familie meenamen. Zo wordt de vrees reëel dat Congo effectief uiteen gaat vallen, maar niet op de manier die aanvankelijk was voorspeld. Kabila zou erop speculeren vooral zijn eigen provincie met de rijke mijnen te verdedigen, en niet het hele land dat duidelijk te groot voor hem was. En de man kan hardnekkig zijn in het verzet: dertig jaar lang zat hij - in theorie in het maquis - op zijn kans te wachten om Mobutu omver te werpen. Het was een sterk staaltje dat de rebellen opvoerden door zonder meer een front te openen in het uiterste westen van Congo, totaal afgesneden van hun logistieke achterban tenzij via een fragiele luchtlijn naar Goma en de Rwandese hoofdstad Kigali. Kenners zien in dit manoeuvre het strategisch genie van Rwanda's sterke man Paul Kagame. Getuigen houden vol dat de drieste operatie te velde geleid werd door niemand minder dan James Kabare, de Rwandese Tutsi die door Kagame aan Kabila was "uitgeleend" als tijdelijke stafchef van het Congolese leger, en die uiteraard perfect op de hoogte was van de vele achilleshielen van zijn vroegere troepen. Naar Angola gevluchte zakenmannen vertelden hoe er plotseling een vliegtuig van de Congolese maatschappij Air Atlantic op de luchthaven van Kitona landde, en hoe dat veel opschudding verwekte, omdat lokale ambtenaren en militairen dachten dat daarmee hun eerste loon sinds lang werd aangevoerd. Groot was ieders verbazing toen zo'n driehonderd niet eens zo zwaar bewapende Tutsi-soldaten schietend uit het toestel stormden. Die profiteerden handig van de onvrede van tienduizenden ex-militairen van Mobutu, die door Kabila in de buurt in miserabele omstandigheden waren opgesloten in heropvoedingskampen. De mannen werden losgelaten en uitgerust met wapens en munitie, die naar verluidt dagelijks met de privé-maatschappij Blue Line vanuit Kigali werden ingevlogen. Ook in het westen ging het snel. De havenstad Matadi werd bijna onmiddellijk omsingeld, zodat Kinshasa met zijn vijf miljoen inwoners afgesneden raakte van de levensbelangrijke aanvoer uit de Bas-Congo. Dat de elektriciteit in de hoofdstad gedurende bijna een volle dag uitviel, wees erop dat de rebellen ook snel de waterkrachtcentrales van Inga in handen hadden, die de elektriciteit leveren voor een groot deel van het land. Dat er een dag later weer een beetje energie was in Kinshasa, zegt niets: dichterbij liggen de watervallen van Nzongo, waar ook een kleine krachtcentrale staat, die als reserve kan worden ingeschakeld.DE NAAKTE MYTHISCHE STRIJDERSWat er nu verder gaat gebeuren, is onduidelijk. In het oosten breidt de nieuwe rebellie zich, zoals de vorige keer, gestaag naar het noorden uit. De mythische strijders van de Mayi-Mayi - een stam uit de streek die naakt en onder bescherming van tovenaars vecht, maar desondanks zwaar bewapend is - kozen de kant van de rebellen, maar zij hebben de reputatie hun kar te keren als een windhaan. Ondanks eerdere berichten zou er in Kalemie, in het noorden van Katanga, en in de buurt van de belangrijke stad Kisangani op de Congostroom zware tegenstand zijn van het leger van Kabila. Vermoed wordt dat de tijdelijke luwte aan het westelijk front de stilte voor de storm is. De Tutsi-rebellen hoeden zich ervoor om zelf naar Kinshasa op te rukken. Zoals elke zichzelf respecterende despoot die zijn greep op de macht voelt verslappen, betokkelde Kabila de laatste weken sterk de nationalistische snaar, wat al leidde tot de zoveelste vervolging van Tutsi's. Ondertussen zouden Congolese soldaten die zich bij de rebellen aansloten, de hoofdstad infiltreren om er de macht te grijpen als ze een signaal van hun achterhoede krijgen. Als ze dan krachtig genoeg zijn, en als ze zich aan de afspraken houden, zou Kinshasa inderdaad voor het einde van de maand kunnen vallen, zoals de rebellenleiders beweren. De eerste naam die de rebellen als politiek kopstuk naar voren schoven, was geen omhooggevallen maquisard, maar een gerespecteerd jurist en expert inzake mensenrechten, en uiteraard een echte Congolees: Arthur Zahidi Ngoma, die tot voor kort op de zetel van de Unesco in Parijs werkte. Vandaar de nieuwe gevoelens van Congolese haat tegen de Fransen, die er ook al van beschuldigd werden de wankelende Mobutu op zijn minst eventjes recht te hebben gehouden, en die het nu opnieuw verkorven hebben - zeker in het licht van de roddels dat de Franse regering op de hoogte zou zijn geweest van de plannen voor de nieuwe rebellie, en niets deed om die te stoppen. Ook de Amerikanen behoren weer tot de agressoren - maar dat is blijkbaar per definitie zo. De Amerikaanse ambassade koos het zekere voor het onzekere, en sloot tijdelijk haar deuren. Twee vliegdekschepen liggen voor de kust klaar om eventueel in te grijpen, en onderdanen te ontzetten. De Belgische Airbus die ons ministerie van Buitenlandse Zaken uitstuurde, steekt daar een beetje schril tegen af, hoewel ze wel de toelating kreeg om bijna als enige toestel in Kinshasa te landen - een pluim voor onze fluwelen-handschoenendiplomatie. Nochtans had ook ons land de boter gegeten, nadat een voor zijn doen nogal duidelijke uitspraak van minister Erik Derycke (SP) in Kinshasa vrij werd vertaald als een pleidooi voor de heroprichting van het oeroude Tutsi-koninkrijk in het oosten van het land. Derycke is het blijkbaar ook beu als peperdure levensverzekering te fungeren voor de paar duizend Belgen in Congo, die nooit staan te drummen om spontaan het land te verlaten als er rellen dreigen. Een beetje naïef stelde hij zijn hoop op het parlement om de Belgen tot meer voorzichtigheid te manen. Toch kwam er een stroom Belgische vluchtelingen op gang. Honderden mensen maakten van de pendeldienst naar de Gabonese hoofdstad Libreville gebruik om Kinshasa te verlaten. Misschien is dat wel het verstandigste. Er zijn namelijk enkele fundamentele verschillen tussen de al bij al rustig verlopen machtsovername van vorig jaar en de situatie nu. "Wij zijn al eens bevrijd geweest", schreeuwen vele Congolezen, die niet begrijpen wat er nu weer aan de hand is. Ze zien de nieuwe rebellen niet opnieuw als bevrijders, maar - geholpen door de propaganda van de staatsradio - als buitenlandse bezetters. Ondanks Kabila ging het toch iets beter in het land dan onder de laatste jaren van Mobutu - hoewel het nog moeilijk slechter kon. De veiligheid was verhoogd, omdat vele corrupte militairen van de straat waren gehaald, en de woekerende inflatie was aan banden gelegd. Anderzijds dook stilaan een nieuwe terreur op: die van de anonieme veiligheidsagenten die profiteerden van Kabila's paranoia om van de troon te worden gestoten. En de meeste mensen werden nog altijd niet betaald, een gevolg van onder meer het feit dat Kabila er door zijn gedrag niet in slaagde de internationale gemeenschap en de zakenwereld voldoende vertrouwen te geven om in zijn land te investeren.DE KEUZE VOOR DE VLUCHT VOORUITDe rebellen beweren dat ze tot op honderdvijftig kilometer van Kinshasa genaderd zijn - ze volgen bij hun opmars niet de stroom, maar de spoorlijn. In het slechtst denkbare scenario rekenen ze op het beperkte incasseringsvermogen van de bevolking van Kinshasa. Er is weinig elektriciteit en weinig water in de stad, wat tot voedselgebrek en epidemieën kan leiden. Zoiets moet uitmonden in plunderingen - vooral daarom kiezen vele buitenlanders nu voor de vlucht vooruit. Na enkele dagen van totale volkswoede als uitlaatklep zou het rebellenleger dan orde op zaken komen stellen, opnieuw elektriciteit en water aansluiten, en een nieuw regime installeren, dat in het beste geval echt werk van een aangepaste vorm van democratie zal maken - zoals het betaamt, is het woord verkiezingen al gevallen. Vorig weekend kondigden de rebellen aan dat ze een platform vormden: een Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD), met in haar rangen onder meer Tutsi's als Deogratias Buguera, de vroegere secretaris-generaal van Kabila's Alliance des Forces Démocratiques et de Libération (AFDL), en Bizima Karaha, tot voor kort de door vele diplomaten gerespecteerde minister van Buitenlandse Zaken van Kabila, die de bui blijkbaar tijdig zag hangen en met zijn familie naar Zuid-Afrika vluchtte. Nu is hij weer terug, in Goma in het oosten, waar het ook voor hem anderhalf jaar geleden begon. Als voorlopig hoofd van het "Uitvoerend Comité" van dit platform figureert een volbloed Congolees: professor Ernest Wamba dia Wamba, een zichzelf overlevende dissident uit het Mobutu-tijdperk. De man van het eerste uur, Zahidi Ngoma, zit blijkbaar al op een zijspoor: zelfs zijn medestanders vonden dat hij te dicht bij Frankrijk aanleunde. Wat er na een eventuele val van Kinshasa zal gebeuren, is helemaal koffiedik kijken. Het zou het begin kunnen zijn van een nieuwe periode van chaos, zeker als de banden met Katanga niet kunnen worden gehandhaafd. Diplomaten gaan er in de wandelgangen overigens hoe langer hoe meer vanuit dat er op termijn in Centraal-Afrika sowieso een zekere herschikking van misschien niet de grenzen, maar toch op zijn minst de invloedssferen moet komen. Daar bestaat al een officiële en neutrale term voor, gelanceerd door de Ugandese president Museveni: supraregionale samenwerking, eerst om de onveiligheid te bestrijden, vervolgens om economisch aan kracht te winnen. Vooral het woord regio is belangrijk in dat concept.Kabila ondervindt nu dat dit land te groot is voor één man. De soldaten stormden schietend het vliegtuig uit.Dirk Draulans