Terug van de wintervakantie, is het tijd voor het plannen van de zomervakantie. Wordt het Italië, Egypte of de Taj Mahal dit jaar? De reislustige consument laat zijn oog vallen op een stukje van de wereld, bestelt het verlangde, en betaalt. Daarna laat hij zich vervoeren en bedienen.
...

Terug van de wintervakantie, is het tijd voor het plannen van de zomervakantie. Wordt het Italië, Egypte of de Taj Mahal dit jaar? De reislustige consument laat zijn oog vallen op een stukje van de wereld, bestelt het verlangde, en betaalt. Daarna laat hij zich vervoeren en bedienen. Elk jaar leggen tientallen miljoenen Europeanen miljarden kilometer af op weg naar de vakantiebestemming van hun keuze. De schade die door deze periodieke reiswoede wordt veroorzaakt, is niet te becijferen, soms moeilijk voor te stellen, maar daarom niet minder reëel. Behalve oorlog richt geen menselijke activiteit zoveel verwoestingen aan als het massatoerisme. Ook zonder wangedrag, zelfs in het ongewone geval dat de toerist zich discreet en hoffelijk gedraagt, berokkent hij schade. De oorzaak ligt dan in het toeristisch karakter zelf van zijn aanwezigheid, in de vrijblijvendheid van zijn bezoek dat tot niets verplicht dan tot betaling, in zijn tegelijk niet-geëngageerde en opdringerige tegenwoordigheid. Het is deze afstandelijke nabijheid die verstoort, vervalst en zelfs vernedert. De toerist die een schilderachtig dorpje binnenkuiert, de knarsende waterpomp op het kerkplein bewondert en de plataan voor het witgeschilderde postkantoortje fotografeert, degradeert een stukje leven tot een banale bezienswaardigheid. Hij observeert deze kleine samenleving als een aquariumliefhebber zijn vissen. Met zijn bedrijvigheid voedt hij de plaatselijke economie, geeft hij de mensen te eten, en verschaft zich daarmee het recht om rond te neuzen. Meestal is hij bovendien op authenticiteit gesteld. Hij verkiest de ongerepte staat van wat hij bewondert, boven een voor de gelegenheid opgetimmerde en gecommercialiseerde attractie. De ware toerist heeft daarom een hekel aan toeristische plaatsen. Dat hij met zijn aanwezigheid de verandering teweegbrengt die hij verwenst, is een probleem dat hem op dat ogenblik niet bezighoudt. Hij heeft ongelijk, want het probleem van de verstoring van de omgeving stelt zich niet pas voor wie nadien komt, maar treft hemzelf al. Hier is een algemeen principe van kracht waaraan niemand ontsnapt. Ook de wetenschapper niet, die zijn observaties met de grootste zorgvuldigheid uitvoert. Door de daad van de waarneming zelf verstoort een waarnemer het waargenomene. Een thermometer die men in water dompelt, verandert de temperatuur van het water. De arts die een polsslag meet, kalmeert de patiënt of maakt hem zenuwachtig, en verandert daardoor diens polsslag. De toerist die Griekenland bekijkt, verandert Griekenland. Hij dompelt zich in het land, bezoekt en bekijkt wat hem aanspreekt, en stuurt zijn bevindingen op prentkaarten naar vrienden. Wanneer de plaatselijke bevolking de opbrengst van deze belangstelling leert waarderen, laat zij niet na de troeven van de streek nadrukkelijker te etaleren, en houdt het land spoedig nog de spontaneïteit over van een uitstalraam in een winkelstraat. In de schade die het toerisme aanricht, kan men twee soorten onderscheiden. De eerste is een regelrechte destructie. Het beklimmen van piramides of ruïnes is een aanslag op de fysieke integriteit van deze monumenten. Het eroderend effect van een aanhoudende stroom toeristen is erger dan de schuurkracht van eeuwenlange wind en regen, en uiteindelijk het best te vergelijken met de gevolgen van een artilleriebeschieting. Het Parthenon op de Atheense Akropolis heeft de voorbije tweehonderd jaar méér geleden van schuifelende en stenen rapende bezoekers dan van het natuurgeweld van de voorbije tweeduizend jaar, aardbevingen inbegrepen. Minder onherroepelijk, maar niet minder pijnlijk is de schade door schennis. Ook wanneer de toerist niet één steen aanraakt, schendt hij de plaats die hij bezoekt omdat hij de betekenis ervan aantast. Hij komt om te registreren, zich te amuseren of te laten imponeren, maar niet om deel te nemen aan de realiteit van wat hij aanschouwt. Betreedt hij een kerk om er het interieur van te bewonderen, dan gebruikt hij het gebouw voor een ander doel dan waarvoor het er staat. Een gebedshuis wordt een kunstobject. Door te kijken, verandert de bezoeker al wat hij bekijkt. Hij heeft andere bedoelingen en andere verwachtingen dan de makers van wat hij aanschouwt. Hij stoort niet alleen, hij ontwijdt ook. Toch heerst algemeen de overtuiging dat cultureel toerisme een uiting is van respect voor cultuur en dat de bewondering ervan de beschaving ten goede komt, niet vernielt. Indien het nodige gedaan wordt om de schade te beperken, zou het een streefdoel moeten zijn zoveel mogelijk mensen kennis te laten nemen van het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid. Wellicht is dat zo. Maar het nobele doen om cultuur te verspreiden wordt door het toerisme niet gerealiseerd en ook niet beoogd. Integendeel, de illusie van de nabijheid die het verblijf ter plaatse wekt, verzwakt bij de toerist het besef van zijn onbekendheid met de cultuur waarvan hij de producten heeft aanschouwd. Oude culturen laten twee soorten resten na: stenen en gedachten. Ruïnes van in steen opgetrokken gebouwen, en gedachten die werden vastgelegd in teksten die niet verloren gingen, zijn alles wat is gebleven van de culturen van de oudheid. De stenen verraden iets van de artistieke en technische vaardigheden van weleer, de teksten spreken over wat omging in de hoofden van de mensen, over de vragen en vermoedens die hen bezighielden, over hun liefdes, ruzies en passies. De toerist bezichtigt de stenen. Hij wandelt door de straten van Pompeji en laat zich rondleiden op de Akropolis. De lectuur van Seneca of Plato staat niet op het programma. Vrijwel niemand die de Akropolis bezoekt, heeft de Wetten van Plato gelezen of is van plan dat te doen. Toch zou die lectuur, die niet meer tijd in beslag neemt dan een Athene-reis en zowat een maandloon goedkoper is, de geest van het oude Griekenland met méér intensiteit en waarachtigheid weer tot leven brengen. Nog altijd is het mogelijk de oude filosoof te laten vertellen en de draad van zijn gedachten weer op te nemen. Maar de toerist is niet geïnteresseerd. Hij wil eruit, is bereid te betalen, en laat zich voeren naar waar het hem belieft.Gerard Bodifée