Frankrijk viert de 1500ste verjaardag van het doopsel van Clovis en tegelijk van zijn eigen ontstaan. Of althans : zogezegd. Want er is de mythe en er is de werkelijkheid.
...

Frankrijk viert de 1500ste verjaardag van het doopsel van Clovis en tegelijk van zijn eigen ontstaan. Of althans : zogezegd. Want er is de mythe en er is de werkelijkheid.HET WAS OP EEN kerstfeest en het was de heilige Remigius, bisschop van Reims, die het uitvoerde. Zoveel valt te leren uit één document, een brief van een Boergondische bisschop. Maar in welk jaar was het dat de Frankische koning Clovis het doopsel ontving ? In 496, zo wordt gemakshalve aangenomen, net vijftien eeuwen geleden dus. Maar het historische onderzoek koestert grote twijfels over dat jaartal. Het doopsel dateert van later, van 498 of 499, volgens sommigen zelfs van 509. Maar die historische twijfel belet Frankrijk niet om dit jaar uitvoerig de 1500ste verjaardag van het doopsel te vieren, met als kroon op het werk een bezoek van paus Johannes-Paulus II in de tweede helft van deze week aan Reims. Waarom moet dat dan toch dit jaar, als daar geen ondubbelzinnige historische grondslag voor bestaat ? Voorzeker omdat men nu eenmaal gewend is aan 496. Dat geeft al meteen aan dat de hele Clovis-aangelegenheid veel meer tot de orde van de mythe dan tot die van de historische werkelijkheid behoort. De hele toestand rond Clovis, zijn doopsel of de vaas van Soissons (in feite een dispuut rond de verdeling van oorlogsbuit) behoort nu eenmaal tot het slag traditionele verhalen dat via de schoolboekjes nog altijd zeer tot de verbeelding spreekt. Want dat doopsel vormt stof voor een mythe fondateur : daaruit zou Frankrijk zijn ontstaan. Er is nog een tweede reden voor een viering dit jaar, die in de lijn van het voorgaande ligt. Het doopsel van Clovis wordt niet zomaar geassocieerd met de stichting van Frankrijk, maar met het ontstaan van Frankrijk als ?de oudste dochter van de kerk?. En Frankrijk kreeg, zo wordt geopperd, een sleutelpositie in de Vaticaanse strategie voor de herkerstening van Europa. Dat project is de huidige paus zeer dierbaar, in tegenstelling tot diens voorgangers, die hun aandacht prioritair op de Derde Wereld schenen te richten. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de toch al hoogbejaarde kerkvorst niet nog eens een paar jaar wou wachten om een eclatant gebaar te komen stellen met een bezoek aan Frankrijk. BELGIUM.Onafhankelijk van de twijfel over het juiste jaartal, is Clovis natuurlijk wel een essentiële figuur in de Franse geschiedenis. Zijn Frankische koninkrijk groeide op de puinen van het West-Romeinse imperium, vanuit het Salische rijk, waarvan de zetel Doornik was, het centrum van wat onder de Romeinen Belgium Secundum heette. Wie dat wil, kan in dat Frankische rijk een gebied dat zich bij Clovis' dood in 511 uitstrekte van het huidige Centraal-Nederland tot het Rijnland en de Pyreneeën een prefiguratie van het huidige Frankrijk zien. Niet geheel, want het Boergondische koninkrijk of Bretagne hoorden er bijvoorbeeld niet bij. Maar met evenveel zin voor anachronismen is het natuurlijk ook niet moeilijk om, dankzij Doornik, te beweren dat Clovis eigenlijk een Belg was. Dat laatste geeft al de futiliteit van zulke historische referenties aan : ze hebben met de geschiedenis niet bijster veel te maken, maar zijn wel nuttig voor wie ze ten dienste wil stellen van het heden, om er gebruik en desgevallend misbruik van te maken, in naam van hedendaagse politieke of andere doeleinden. Want de idee-Frankrijk veronderstelt een Frans volk, terwijl dat rijk van Clovis in genendele een natie kan worden genoemd. Van enig volks besef van eenheid was in het geheel geen sprake en het lag ook geenszins in de intenties van Clovis zelf om dat te realiseren. Natuurlijk niet. Clovis was geen bewerker van de nationale eenheid, hij was een veroveraar. Waar het om ging, was dat Clovis met brutaal geweld territoria en de daarop wonende bevolkingen overviel en bij zijn bezittingen inlijfde wij spreken hier tenslotte over de vroege Middeleeuwen. De brutaliteit waarmee dat alles in zijn werk ging, moet aanzienlijk zijn geweest. Het doopsel en de katholieke connotaties hebben van Clovis een heiligenprentje gemaakt, maar dat strookt geenszins met de historische werkelijkheid. De geschiedenis van Clovis, zijn medestanders en opvolgers wordt tegenwoordig geschreven als die van veroveraars, plunderaars, moordenaars, folteraars, fornicators, incestplegers en soortgelijk fraais meer. Clovis' bekering heeft daar niets aan veranderd. Clovis was een heiden, die via zijn doopsel een machtsalliantie afsloot met de kerk. Het katholicisme op zichzelf kon hem nauwelijks wat schelen ; dat zijn vrouw Clotildis katholiek was, scheen hij bijvoorbeeld irrelevant te vinden. De omstandigheden die tot zijn doopsel leidden, tonen dat ook aan : het gebeurde via een soort omgekeerd Faustiaans verbond. Clovis beloofde zich te bekeren ?tot de godsdienst van Clotildis? op voorwaarde dat God ervoor zou zorgen dat hij de slag bij Tolbiac tegen de Alamannen zou winnen. Voor wat hoort wat. En zo geschiedde. KETTERS.Clovis vond via de kerk steun en goedkeuring, een nuttige legitimatie bij de gechristianiseerde Gallo-Romeinen. In hem vond de katholieke kerk dan weer een beschermer, want zij voelde zich als instelling ten zeerste bedreigd door het ariaanse schisma. Dat steunde op een andere opvatting over de figuur van Jezus Christus (met alle gevolgen daarvan op onder meer de visie op de Heilige Drievuldigheid) en genoot aanhang in de rest van het huidige Frankrijk. En ketters waren voor de kerk tenslotte veel gevaarlijker dan heidenen ; deze laatste konden nog worden bekeerd, de eersten waren daarentegen reddeloos op dwaalwegen verloren. De pragmatiek waarin de geestelijke en de wereldlijke macht elkaar vonden, is ook al zo'n typisch middeleeuws kenmerk. En het onderkennen daarvan brengt het verschijnsel terug naar waar het thuishoort, in de historische feitelijkheid. Al de rest behoort tot de mythevorming, waarvan het vroegste begin, wat Clovis betrof, teruggaat tot de 9de eeuw. Al in de 15de eeuw wordt de heilige Clovis als ?de zeer christelijke koning? vereerd, een eeuw later ontstond de omschrijving van Frankrijk als ?oudste dochter van de kerk?. Over de Franse revolutie van 1789 heen, kreeg de figuur van Clovis zijn ware betekenis in de oorsprongsmythe : ze moest een vastigheid suggereren voor een specifieke politieke visie, alsof hier sprake was van een soort natuurlijke voorbeschiktheid. Daarin verenigden zich royalisme, katholicisme en nationalisme, drie elementen die vandaag nog altijd behoren tot de kern van het traditionalisme, het verzet tegen de Verlichting en de moderniteit. In het begin van deze eeuw zag de Action Française van Charles Maurras Clovis' overwinning op de Alamannen, bijvoorbeeld, graag als de voorafbeelding van de strijd tegen erfvijand Duitsland snel vergetende dat de Franken natuurlijk ook een Germaans volk waren. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de Clovis-herdenking van dit jaar, onlosmakelijk verbonden met het bezoek van de paus, een felle polarisatie in het publieke gemoed heeft doen ontstaan. Wat zegt het geval Clovis immers over de hedendaagse Franse republiek ? Door het benadrukken van politiek-religieuze nevenaspecten, kreeg de viering uiteindelijk een veel ruimere betekenis dan alleen een historische. Maar hoe weinig de geschiedenis ertoe doet, blijkt al uit het gesjoemel met het jaartal 496. Wat de zaak helemaal verbrodde, was dat het Front National van Jean-Marie Le Pen in Clovis, naast Jeanne d'Arc, een tweede historisch embleem voor zijn eigen streven heeft gevonden, als een symbool voor het moreel en politiek traditionalisme en voor het daarmee verbonden reactionaire nationalisme. LEKENSTAAT.Zeer tegen haar zin heeft de Franse katholieke kerk daarmee in extreem-rechts een objectieve bondgenoot gekregen. Maar ook de Franse staat heeft zich, in een nationalistisch elan, met Clovis geassocieerd. Het initiatief daartoe kwam overigens al van de socialistische president François Mitterrand, dat door diens (inderdaad katholieke) opvolger Jacques Chirac ten volle wordt voortgezet. De religieuze en traditionalistische aspecten van de viering vallen echter moeilijk te rijmen met de republikeinse gedachte en hebben dan ook al een fel antiklerikalisme opgeroepen. Veel meer dan, bijvoorbeeld, in België het geval is, benadrukt de Franse republikeinse traditie de idee van een totale scheiding tussen kerk en staat. Godsdienst kan daarin nooit meer zijn dan een loutere privé-aangelegenheid, waar de staat zich in genen dele mee te moeien heeft. Centraal in het dorp staat in Frankrijk niet de kerk, wel de mairie : in de privé-sfeer doet iedereen wat hij wil, in het publieke leven domineert de wereldlijke macht. De grondwettelijk verankerde lekenstaat, zo heet het in die reactie, kan onmogelijk participeren aan die Clovis-viering, waarvan het uitgesproken katholieke karakter wordt gesymboliseerd door de aanwezigheid van Johannes-Paulus. Dus kan en mag de republiek daar op geen enkele manier zijn medewerking aan verlenen, laat staan er één franc aan uitgeven. Maar dat is een kwestie die voortdurend wordt gecompliceerd omdat de paus natuurlijk in zijn dubbele hoedanigheid naar Reims komt, enerzijds als leider van de katholieke kerk, anderzijds als staatshoofd van het soevereine Vaticaanstad. In 1984 kende Frankrijk al een schooloorlogje, toen een betoging zowat één miljoen mensen op de been bracht uit protest tegen het regeringsvoornemen om het katholiek onderwijs sterker te controleren. De regering bond in, omdat ook socialisten weten dat het katholicisme een interessant electoraal reservoir te bieden heeft. Clovis mobiliseert de geesten opnieuw, nu in omgekeerde zin. Onder het banier van de Verlichter Voltaire zullen de opposanten op 22 september in Parijs een tegenmanifestatie organiseren. Ze blazen verzamelen, welzeker, op de Place de la République. Marc Reynebeau Clovis en Clotildis in de kathedraal van Reims : voor wat hoort wat.Clovis : moordenaar, folteraar,...Het doopsel : een alliantie met de kerk.