Na de moord op de Nederlandse filmmaker en columnist Theo van Gogh meldde de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD in een van haar rapporten dat de kritiek van sommige opinieleiders de moslimjongeren aanzet tot deelname aan de jihad. Daarop besloot de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur zich terug te trekken uit het maatschappelijke debat. De gewezen voorzitter van het Nederlandse Humanistische Verbond legt als columnist - zijn recentste bundel heeft als titel God houdt niet van vrijzinnigheid - graag de kerk en de christenmens onder het fileermes. Cliteur, die verderop in het blad uitgebreid aan het woord is, vreest voor de eigen veiligheid. Als we Cliteur mogen geloven, verkeert het Nederlandse bestuursapparaat in een volslagen chaos. Daarom houdt hij zich voorlopig afzijdig en sc...

Na de moord op de Nederlandse filmmaker en columnist Theo van Gogh meldde de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD in een van haar rapporten dat de kritiek van sommige opinieleiders de moslimjongeren aanzet tot deelname aan de jihad. Daarop besloot de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur zich terug te trekken uit het maatschappelijke debat. De gewezen voorzitter van het Nederlandse Humanistische Verbond legt als columnist - zijn recentste bundel heeft als titel God houdt niet van vrijzinnigheid - graag de kerk en de christenmens onder het fileermes. Cliteur, die verderop in het blad uitgebreid aan het woord is, vreest voor de eigen veiligheid. Als we Cliteur mogen geloven, verkeert het Nederlandse bestuursapparaat in een volslagen chaos. Daarom houdt hij zich voorlopig afzijdig en schrijft hij wat voorzichtiger dan voorheen, want het leven is hem te lief. De reactie van Cliteur is om meer dan één reden merkwaardig. Om te beginnen is er zijn vaststelling dat de Nederlandse staat niet langer het geweldmono-polie heeft, want Theo van Gogh werd vermoord door een moslimfundamentalist, en voordien was er al Pim Fortuyn die werd omgebracht door een dierenrech- tenactivist. Als we de logica van Cliteur volgen, is elke moord een bewijs dat de staat de veiligheid van zijn burgers niet langer garandeert. Cliteur, voor wie het recht op vrije meningsuiting alleen kan worden begrensd als er een clear and present danger voor de medeburgers uit zou voortkomen, eist dat de staat hem in zijn strijd tegen obscurantisme en bijgeloof bescherming biedt. Anders ziet hij zich genoodzaakt de pen neer te leggen, of ons minstens het schriftelijke resultaat van zijn denkwerk te onthouden. Wat waren die christenhonden van een Johan Huizinga en Anton van Duinkerken, die Cliteur ooit voorgingen als docenten in Leiden, toch intellectuele losbollen door zich destijds zo openlijk, zonder enige bescherming door de naar Londen gevluchte Nederlandse overheid en dus op gevaar van eigen leven, tegen de nazi's te keren. De vrijheid van meningsuiting heeft volgens Cliteur enkele vervelende kantjes - hij spreekt van paradoxale effecten. Het gevaar bestaat immers dat iemand vanuit zijn godsdienstige overtuiging scherp discriminerende opmerkingen zou maken over bijvoorbeeld vrouwen of homoseksuelen, of zelfs over halfzachte filosofen. Cliteur is een van die Verlichtingsfundamentalisten, zoals John Gray ze noemt, die in elke bedienaar van de erediensten - hij weze katholiek, protestant of islamiet - een mogelijk gevaar ontwaren voor onze seculiere samenleving. Daarmee gaat hij nogal snel voorbij aan de voor hem allicht wat pijnlijke vaststelling dat de grootste gruwel van de 20e eeuw aangericht werd door de regimes van Stalin, Hitler en Mao, die chemisch vrij waren van elke religiositeit. De staat van opwinding waarin Cliteur verkeert, geeft in elk geval aan dat de koorts die Nederland teistert sinds de moord op Van Gogh, nog altijd niet is geweken. Zo heeft de minister van Justitie, de gereformeerde Piet Hein Donner, niet alleen geopperd dat dit misschien het moment was om de strafbepaling voor ' smalende godslastering' weer aan te blazen, hij stelde ook voor dat ' uiterlijke kenmerken of de ideeën al verdachte aanwijzingen kunnen opleveren'. Wie dus wat te uitbundig bebaard is of aan de tap al eens een krasse bewering verkondigt, kan daardoor, als potentieel terrorist, in het vizier van de veiligheidsdiensten komen. Zelfs PvdA-leider Wouter Bos, de Nederlandse collega van Steve Stevaert, vindt nu dat tolerantie te lang een dekmantel is geweest om problemen niet te benoemen, en dat de rechtsstaat vele malen strijdbaarder moet opereren dan hij nu doet. Bij niemand lijkt het op te komen dat de staat, met zijn wettenarsenaal, perfect is toegerust om aan dit soort problemen het hoofd te bieden, en aanstichters van onheil zoals Mohammed B., de moordenaar van Van Gogh, te berechten en te bestraffen. Als die neoconservatieve denkers van het slag van Cliteur nu eens zouden leren een beetje flink te wezen, en vooral niet bang te zijn voor elke streng kijkende man in djellaba? Rik Van CauwelaertAls we Cliteur mogen geloven, is het Nederlandse bestuursapparaat een puinhoop.