Peking, 20 september.- 'Ons volk zal nooit meer vernederd worden. Wij zijn opgestaan.' Zo beëindigde Mao Zedong zijn toespraak tot de Politieke Raadgevende Vergadering. Die was bijeengeroepen om de stichting van de Volksrepubliek China uit te roepen en een regering te kiezen.
...

Peking, 20 september.- 'Ons volk zal nooit meer vernederd worden. Wij zijn opgestaan.' Zo beëindigde Mao Zedong zijn toespraak tot de Politieke Raadgevende Vergadering. Die was bijeengeroepen om de stichting van de Volksrepubliek China uit te roepen en een regering te kiezen. Op dat ogenblik was de burgeroorlog tussen de Chinese Communistische Partij (CCP) en de Kwomintang (Nationalistische Partij) nog volop bezig, ook al was een groot deel van China in handen van de CCP. Pas in december 1949 stopte de burgeroorlog: de laatste Kwomintangsoldaten vertrokken halsoverkop naar Taiwan, hun gevluchte leider Tsjang Kai-sjek achterna. Die was sinds 1927 ononderbroken aan de macht geweest en had al wie links was bloedig onderdrukt. Dat ging door, ook toen Japan in 1938 China binnenviel. Pas onder druk van Moskou en Washington, die de strijd tegen Japan belangrijker vonden dan interne afrekeningen, hield de repressie even op. Maar toen door twee atoombommen in augustus 1945 een abrupt einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog begon de strijd tussen Kwomintang en CCP gewoon opnieuw. Ondanks de ruime Amerikaanse financiële steun en veel meer mankracht verloor Tsjang in vier jaar tijd heel China. De corruptie van het regime, de politieke en economische chaos in het land en de eindeloze repressie door de 'blauwen' van de Kwomintang joegen veel mensen in de armen van de 'roden' van Mao. In september 1949 was de afloop duidelijk. En dus bereidde Mao de naoorlogse periode voor en riep een Raadgevende Vergadering bijeen. Die oogde erg democratisch: 23 partijen en groepen waren vertegenwoordigd. Ze wisten wat verwacht werd: applaudisseren. Want alles was geregeld. De politieke organisatie van de staat lag al vast: een centrale regering met als voorzitter Mao en een parlement, hoewel de leidende rol in handen lag van de Chinese Communistische Partij (CCP) waarvan Mao voorzitter was. Het programma voor die regering was al door Mao geschreven. Voor hem was de ideale regeringsvorm de 'democratische dictatuur van het volk'. Het 'volk' bestond voor hem uit arbeiders, boeren en nationale bourgeoisie. Die laatste groep - fabrieksdirecteurs, winkeliers en artsen - leefde in de steden. Dictatuur gold voor de 'reactionairen', de landeigenaren en de aanhangers van de Kwomintang. Zij werden genadeloos vervolgd. Na tien dagen kon Mao de nieuwe staat officieel uitroepen. 1 oktober is nog steeds de nationale feestdag van China. Misjoe Verleyen