Al bijna drie maanden kent Chili betogingen en straatgeweld. Wat op 14 oktober begon als protest tegen een eerder beperkte prijsverhoging voor metrokaartjes in hoofdstad Santiago de Chili, is een algemene volksopstand geworden tegen de sociale ongelijkheid in het land, en voor meer democratie. Op 25 oktober was er een mars met een miljoen deelnemers - de grootste demonstratie sinds de betogingen die in 1989 tot de val van dictator Pinochet leidden. De betogers willen een einde maken aan 'het neoliberale systeem' en de sociale ongelijkheid, die in stand wordt gehouden door een beperkt aantal schatrijke families die het land eigenlijk besturen. Ze eisen ook het ontslag van president Sebastian Piñera.

Op 29 november vond de zoveelste massabetoging plaats in Santiago, en weer escaleerde het geweld tussen betogers en ordestrijdkrachten. Nochtans sloot het Chileense parlement onlangs een 'sociaal pact' af met het Chileense volk. Dat voorziet in de lente van 2020 in een constitutioneel referendum ter herziening van de grondwet. Het heeft de rust nog niet doen terugkeren.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.