Oktober 2008. Philippe Jacqui, een van de managers van de nieuwe organisatie bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën, dient een klacht in bij de Raad van State. Hij klaagt de samenstelling van het nieuwe directiecomité aan, dat bestaat sinds juli 2008, omdat hijzelf en enkele andere managers uit de afdelingen Patrimoniumdocumentatie (de koepel van het Kadaster en de Registratie) en de Thesaurie, er niet in zijn opgenomen. Dat hij en zijn collega-managers niet benoemd zijn, kan immers niet volgens de voorschriften van Coperfin. Die zeggen dat het hele management in het directiecomité moet worden opgenomen.
...

Oktober 2008. Philippe Jacqui, een van de managers van de nieuwe organisatie bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën, dient een klacht in bij de Raad van State. Hij klaagt de samenstelling van het nieuwe directiecomité aan, dat bestaat sinds juli 2008, omdat hijzelf en enkele andere managers uit de afdelingen Patrimoniumdocumentatie (de koepel van het Kadaster en de Registratie) en de Thesaurie, er niet in zijn opgenomen. Dat hij en zijn collega-managers niet benoemd zijn, kan immers niet volgens de voorschriften van Coperfin. Die zeggen dat het hele management in het directiecomité moet worden opgenomen. Als Jacqui gelijk zou krijgen, is dat een juridische ramp voor Financiën. Het zou betekenen dat de samenstelling van het huidige directiecomité, die ook eerder al gewijzigd werd omdat ze niet reglementair was, opnieuw moet worden aangepast. In één klap zou dat ook betekenen, dat alle eerdere regularisaties van benoemingen die het huidige directiecomité doorvoert, precies omdat het vorige niet reglementair was, moeten worden overgedaan. Bij de Raad van State hebben ze ondertussen wel de buik vol van de stortvloed aan klachten na elke nieuwe benoemingsronde bij Financiën. Dat blijft dan ook een zeer chaotisch en complex departement, ondanks verschillende grote hervormingen. Niemand begrijpt vandaag nog hoe de structuur nu precies in elkaar zit. Om duidelijk te maken hoe het zover is kunnen komen, moeten we even terug in de tijd. In 1997 was het minister van Financiën Philippe Maystadt (CDH), toen al tien jaar op post, die besliste om een eerste 'mammoethervorming' door te voeren. Finan-ciën bestond op dat moment uit twee grote departementen: directe belastingen (zoals personenbelastingen voor particulieren, vennootschapsbelastingen voor de bedrijven), en de indirecte belastingen of de btw. Die laatste afdeling, de administratie van de Belastingen op Toegevoegde Waarde die in 1971 was opgericht naar aanleiding van het ontstaan van deze nieuwe materie, bestond al die tijd als een aparte pijler. Maystadt wilde de twee departementen fuseren en integreren. In één klap wilde hij ook korte metten maken met de zware piramidale structuren bij Financiën. Hij zou met een schone lei beginnen en een opdeling doorvoeren tussen enerzijds de zogenaamde beheerstaken - dat zijn de basistaken zoals aangiftes drukken, versturen, en nazien op formele fouten - en anderzijds het echte fiscale werk, de grondige controles. Om die hervorming door te voeren, zou hij twee soorten van centra opzetten: een vijftigtal controlecentra met zowel ambtenaren van de btw als van de Directe Belastingen, en een hele reeks beheerscentra. De zware hiërarchie van voorheen, met directeurs en onderdirecteurs, met afdelingshoofden en hun adjunct, zou in deze nieuwe tweedeling geleidelijk aan moeten verdwijnen. Maar het kleinste departement, de btw-diensten, lag behoorlijk dwars, precies omdat btw-ambtenaren vreesden dat hun aantal diensthoofden gehalveerd zou worden. De controlecentra werden hoe dan ook opgericht, maar tot een geïntegreerde aanpak kwam het niet. De beheerscentra kwamen zelfs helemaal niet van de grond. En de piramidale structuren bleven bestaan. Want nauwelijks was de hervorming van Maystadt goed en wel opgestart, of de nieuwe paarse regering (Verhofstadt I, 1999) leverde een nieuwe minister. En eveneens een nieuw plan: Coperfin, een plan op maat van Financiën, dat voortvloeide uit het Copernicus-plan van toenmalig minister van Ambtenarenzaken, Luc Van den Bossche (SP.A), en dat in 2001 door de regering werd goedgekeurd. Een reeks moderniseringsprocessen zouden worden doorgevoerd. De nadruk lag algauw heel sterk op de informatisering, waar ook het gros van het budget naartoe vloeide. Maar er werd ook gewerkt aan een personeelsplan, waarbij managers zouden worden aangesteld, aan wie mandaten werden toegewezen, en strategische doelstellingen werden opgelegd. Bovendien zou ook een nieuwe reorganisatie worden doorgevoerd. De piramidale structuur met een zeer breed middenmanagement zou worden vervangen. Hele diensten zouden gehergroepeerd en ook hervormd worden. Er zouden niet langer informatici, personeelsverantwoordelijken of logistieke medewerkers te vinden zijn in alle mogelijke afdelingen. Ze zouden onder één noemer gerangschikt worden, de niet-fiscale ondersteunende stafdiensten. Een beweging die snel was voltrokken. Tijdens de verhuizing van alle diensten van de Financietoren aan de Brusselse Kruidtuinlaan naar het North Galaxy-gebouw aan de Albert II-laan, werden ze gewoon op dezelfde verdiepingen samengevoegd. De verschillende diensthoofden bleven naast elkaar voortwerken. Ze werden alweer niet geïntegreerd. Ook inhoudelijk zou er grondig hervormd worden. De overkoepelende Administratie voor Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF), die tijdens de hervorming van Maystadt werd gecreëerd, wordt onder Coperfin in drie pijlers opgedeeld rond drie groepen van belastingplichtigen: de particu- lieren, de kmo's (kleine en middelgrote ondernemingen), en de grote ondernemingen. Daarmee zou Financiën breken met de traditie de belastingen te benaderen op basis van het soort taxatie. De moderne aanpak, geconcentreerd rond doelgroepen, zou bovendien ook betere resultaten opleveren, bijvoorbeeld voor de controles van grote ondernemingen en kmo's. Een benadering die zeer goed werkt bij de Franse en de Nederlandse belastingdiensten. Maar in België raakt ze maar niet uit de startblokken. Het enige wat er totnogtoe is gebeurd, is dat er managers zijn benoemd. Onder hen: Carlos Six, die manager werd van de kmo's.Alfons Van Den Abeele, die tijdelijk op non-actief is gezet wegens een rechtszaak, zou de particulieren voor zijn rekening nemen. En Philippe Jacqui is aangewezen als manager voor de grote ondernemingen. Maar aangezien de afdelingen die ze moeten aanvoeren juridisch gezien nog niet bestaan, hebben de nieuwe managers geen personeel. Een uitzondering is Carlos Six, die belast is met de leiding over de Administratie voor Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, die nog steeds blijft voortbestaan. Reynders had het beheer van deze afdeling aanvankelijk aan Jean-Marc Delporte (van PS-signatuur) toevertrouwd. Maar na de rekenfout van 800 miljoen in de personenbelasting (2006), moest die de fakkel aan zijn Nederlandstalige rivaal, Carlos Six, doorgeven. 'Hallucinant', vindt parlementslid Dirk Van der Maelen (SP.A). 'Binnen Coperfin zijn topambtenaren benoemd, generaals, maar dan zonder troepen. En de troepen, die vastzitten in de oude structuren, moeten worden aangevoerd door hun vroegere chefs.' 'De huidige toestand is niet beheersbaar', geeft ook een topambtenaar toe. De nieuwe Coperfin-structuur ligt op apegapen. Nochtans bestaat er sinds 2005 een ontwerp van KB om de nieuwe structuren, die essentieel zijn voor de verdere hervorming, op te richten. 'Het ontwerp was onderwerp van herhaaldelijk overleg met de hoogste verantwoordelijken van de FOD Financiën wat leidde tot veelvuldige aanpassingen van de tekst', zegt personeelsverantwoordelijke Rita Dreessen. 'Maar die zijn nog niet tot een consensus gekomen.' Waarnemend voorzitter Arnoldi heeft er onlangs, tijdens het strategische comité van 19 september 2008, wel op aangedrongen 'om snel te komen tot een akkoord'. Hoe kan een zo fundamentele beslissing zo lang op zich laten wachten? De organisatie van het departement rammelt aan alle kanten. Door de halve hervormingen lopen momenteel drie organisatiestructuren kriskras door elkaar. Het resultaat is dat Financiën nog steeds bestaat uit de klassieke diensten - dat zijn de diensten die nog overeind bleven van voor de hervorming van Maystadt, en die met andere woorden naast de controlecentra (het resultaat van de hervorming van Maystadt) zijn blijven bestaan. Daar worden alle basistaken verricht. Uit de tweede hervorming, Coperfin, zijn vooral de managementstructuren ontstaan, maar dan zonder personeel. Het doel zou nu moeten zijn om de oude structuren van het ministerie van Financiën naar de nieuwe Coperfin-structuren om te zetten. Financiën zit op dat vlak in een overgangsfase. Om te beginnen rest er slechts een klein budget om de personeelshervormingen en de reorganisatie door te voeren - het gros gaat naar de informatisering. Bovendien is de weerstand bij de ambtenaren bijzonder groot. Sinds Coperfin worden mensen immers niet langer bevorderd op basis van hun anciënniteit, maar op een combinatie van hun fiscale kennis en hun managementcapaciteiten. Het kost de personeelsdienst zweet en tranen om de eva-luaties van die capaciteiten te integreren in de algemenere proeven. 'Het is een complex proces dat we stap voor stap proberen door te voeren', aldus Rita Dreessen. 'In verschillende fases willen we de bestaande loopbanen afstemmen op de nieuwe Coperfin-structuren. We zullen afstappen van de opdeling in graden die gekoppeld zijn aan specifieke loonschalen, en overschakelen naar concrete functies. Van graden zoals eerste aanwezend inspecteur, of auditeur-generaal, die op het terrein verschillende ladingen dekken, moeten we naar functies zoals financial controller, auditeur, dossierbeheerder personeel en zo meer. De functieomschrijvingen zijn klaar. De overstap kan zich voltrekken op de middellange termijn.' Een hele omwenteling, zo lijkt. Eerst moeten nog een aantal overgangsmaatregelen worden uitgevoerd. Zo loopt op dit moment nog een laatste ronde 'oude' benoemingen van gewestelijke directeurs - zowat de hoogste graad op het terrein. Vreemd is dat: een benoemingsronde die ambtenaren nog een plaats geeft binnen de oude structuren, die eigenlijk voorbestemd zijn om te verdwijnen. De vraag rijst wat de politieke motieven zijn om ze alsnog door te voeren. Amper zijn immers de benoemingen afgerond, of daar komen de klachten alweer bij bosjes binnen, een zestigtal administratieve klachten, gericht aan het directiecomité. De kans is groot dat er bij de verdere afwikkeling ook klachten bij de Raad van State zullen binnenlopen. Niemand lijkt het te beseffen, maar de tijd voor de hervormingen dringt. Doordat de informatisering zo traag is op gang gekomen, en tegelijk het aantal personeelsleden zal afnemen, dreigen steeds meer ambtenaren die nu grondige controletaken uitvoeren in de gespecialiseerde controlecentra, terug te keren naar de klassieke belastingdiensten. Daar zullen posten van chefs en adjuncts vrijkomen, die mensen uit de controlecentra maar wat graag zullen invullen. Nochtans is het aantal controlerende ambtenaren nu al niet bijzonder groot (zie ook kaderstuk). Voor het geheel van de directe belastingdiensten en de btw zijn ze hoogstens met z'n 1800 voor de grondige controles. Daarnaast telt de Bijzondere Belastinginspectie, die zich buigt over de zware fraude, er een kleine 500. Didier Reynders lijkt zich weinig te bekommeren om de gang van zaken in zijn departement. 'Hij zal het tij niet keren', zegt een ambtenaar. Als een goede neoliberaal laat hij de zaken begaan. Hij lijkt zelfs te zinspelen op de nauwe verbondenheid van de ambtenaren met het oude gradensysteem, waardoor de vernieuwing - en de stijging van het aantal controles - maar niet van de grond komt. Ook de topmanager van Finan-ciën, waarnemend voorzitter van het directiecomité Jean-Pierre Arnoldi, lijkt zijn departement niet meteen met ijzeren hand te besturen. Hij vervangt Jean-Claude Laes, nadat diens benoeming in juli 2007 door de Raad van State vernietigd was. Finan-ciën heeft dus al langer dan een jaar geen echte topmanager meer. En na de vaudeville van het examen voor zeven topambtenaren en de daaropvolgende gezamenlijke klacht van zes van hen voor de Raad van State omdat ze het examen niet representatief vonden, heeft de minister nog geen initiatief genomen om een nieuwe procedure op te starten. Arnoldi 'is niet de man van de grootse hervormingen', aldus verschillende ambtenaren. Bovendien vertrekt hij volgend jaar met pensioen. 'Hij was een comfortabele keuze voor de bekvechtende topambtenaren, die van hem niet veel te vrezen hebben.' Financiën kan dus rustig nog een jaartje voortkabbelen. DEZE ARTIKELENREEKS KWAM TOT STAND NA GESPREKKEN MET MEERDERE AMBTENAREN EN VAKBONDSLUI BIJ FOD FINANCIëN. OMDAT HET ONGEBRUIKELIJK IS DAT AMBTENAREN RECHTSTREEKS PRATEN MET DE PERS, WILDEN ZE ANONIEM BLIJVEN. DOOR INGRID VAN DAELE/illustratie vanmol