LUC DECREUS
...

LUC DECREUS"De eerste betrachting van de richtlijn is om de gebruiker alternatieven aan te bieden voor strafrechtelijke vervolging en hem zoveel mogelijk te oriënteren naar hulpverlening. Als men de eerste keer betrapt wordt, wordt een vereenvoudigd procesverbaal opgesteld, dat op het parket zonder gevolg wordt geklasseerd. Seponering is in een aantal - vooral grote - parketten nu ook al de regel: élk procesverbaal in verband met cannabisgebruik wordt er geklasseerd zonder gevolg, zelfs in geval van herhaling. Terwijl in andere parketten net heel snel wordt gedagvaard. Die discrepantie moet verdwijnen. We hebben gezocht naar de gulden middenweg. De richtlijn kondigt zeker geen gedoogbeleid aan. Recreatief gebruik wordt gezien als probleemgebruik, zelfs wanneer men zijn eigen gebruik niet aanvoelt als een probleem. Er mag geen enkele indicatie bestaan van probleemgebruik. Is die indicatie er wél, dan zal de magistraat de gebruiker doorverwijzen naar de hulpverlening. Niet-gebruik blijft dus het einddoel. Eenmalig gebruik wordt gezien als de kritische grens. Na die eerste keer worden stappen ondernomen om het gebruik te ontmoedigen. Want bij het overschrijden van die grens, besluiten we dat de persoon in kwestie afhankelijk is van cannabis of andere drugs. Probleemgebruik blijkt uit volgehouden gebruik, afhankelijkheid, verslaving of sociaal-economische crisissituaties. In de mate dat het gebruik weegt op de professionele situatie, kan er dus ook worden ingegrepen. Dat leidt niet tot klassejustitie, maar moet die klassejustitie net tegengaan. Het is niet omdat iemand zich in een kansarm milieu bevindt, dat hij automatisch wordt bestempeld als probleemgebruiker. De hoeveelheid drugs die men in het bezit heeft, beïnvloedt de procedure niet. Omdat het bepalen van de kritische grens voor "bezit voor eigen gebruik" moeilijk is. Vijf gram cannabis kan voor eigen gebruik zijn, tien gram echter ook. Als iemand wordt opgepakt met veertig gram op zak, mag men er echter van uitgaan dat het niet voor eenmalig gebruik is. Dan wordt er ingegrepen."JEAN BLANQUARTDe nieuwe richtlijn inzake druggebruik kent verkeerde verantwoordelijkheden toe aan de verkeerde mensen en geeft bovendien aanleiding tot klassejustitie, aldus Jean Blanquart, doctor in de agogische wetenschappen en beleidsbemiddelaar van DEBED, een belangenvereniging van drugsgebruikers. "Zeggen dat cannabisgebruik strafbaar blijft maar slechts oogluikend toekijken, dat is hypocriet. Politie en procureurs laten bepalen wie een probleemgebruiker is en wie niet, dat is ronduit verkeerd. Dat werk moet men overlaten aan hulpverleners. Nu wordt de politie verondersteld de aard van de consumptie te beschrijven - wat dat ook moge zijn -, het psychisch en gezondheidsaspect van de gebruiker, en zijn sociale en professionele situatie. Willekeur troef dus. En geen duidelijkheid. Regelmatig gebruik zou gelijk staan met probleemgebruik. Dat betekent dus dat iedereen in zijn leven één keer cannabis kan gebruiken en daarna nooit meer. Merkwaardig toch? De nieuwe richtlijn houdt een versoepeling in, in die zin dat de gebruiker niet meer zo snel wordt vervolgd, maar ze biedt tegelijk de mogelijkheid om net strenger op te treden. Wie de tekst aandachtig leest, merkt trouwens dat er allerlei geldboetes kunnen worden uitgedeeld. Nu, mijn ervaring is dat gebruikers soms in grote problemen komen wanneer ze boetes krijgen opgelegd. De boetes die door rechters of procureurs worden uitgesproken, kunnen tot 200.000 frank oplopen. Ook voor het bezit van kleine hoeveelheden. Zo komt de gebruiker in de delinquentie terecht, want hij kan dat niet betalen. Een vreemd drugsbeleid dat zoiets aanwakkert. Aangezien de werksituatie een van de bepalende factoren in de evaluatie van de gebruiker is, rijst hier het vermoeden van een klassejustitie: advocaten en artsen worden niet als problematische gebruiker beschouwd, de werkloze die gebruikt wél. Die klassejustitie bestond al, nu wordt ze ook geofficialiseerd. Ik heb ook andere hypothesen omtrent de motivatie voor de richtlijn. Na twee jaar werd het voor de parlementaire werkgroep rond drugs hoog tijd om iets tastbaars te tonen, kwestie van de indruk te geven dat er gewerkt is. Bovendien is de drugsgebruiker, net als de asielzoeker, een dankbaar middel om de aandacht af te wenden van de trage werking van de justitie inzake opsporen van pedofilienetwerken en dergelijke."Opgetekend door Bart Vandormael