Het bedrijft ligt, vanzelfsprekend, aan de Bernard Van Hoolstraat. Koningshooikt, deelgemeente van Lier, is veel meer het dorp van busbouwer Van Hool dan Zwevegem dat van staaltrekker Bekaert. Van Hool heeft meer werknemers dan Koningshooikt inwoners.
...

Het bedrijft ligt, vanzelfsprekend, aan de Bernard Van Hoolstraat. Koningshooikt, deelgemeente van Lier, is veel meer het dorp van busbouwer Van Hool dan Zwevegem dat van staaltrekker Bekaert. Van Hool heeft meer werknemers dan Koningshooikt inwoners. In 1947 bouwde Bernard Van Hool, kippenkweker van beroep, er zijn eerste bus op het chassis van een legertruck. Sindsdien heeft het bedrijf alleen maar groei gekend. Hoewel de firma zich in de media als een onverbeterlijke zeurkous manifesteert, haalt ze prima cijfers. In de eerste jaarhelft bouwde het bedrijf al 890 auto- en reisbussen en 2800 opleggers en tankcontainers. Bij Eos Coach, het voormalige LAG in Bree, rolden 128 touringcars van de band. Ruim 4500 werknemers draaiden verleden jaar een omzet van 21,3 miljard frank, een stijging met acht procent in vergelijking met 1997. Twee jaar na elkaar al schommelt de brutowinst rond de twee miljard frank. Een succes! Van Hool hoort bij de grootste industriële bedrijven van Vlaanderen. De afgelopen jaren daalde het aantal busbouwers in Europa van 34 naar 13. Er werd naar hartenlust gefuseerd en overgenomen. Van Hool bleef in al dat geweld stevig overeind. Als onafhankelijke busbouwer is de groep in Europa stilaan een curiosum. De enige concurrent in België, het Roeselaarse Jonckheere Bus & Coach, sukkelde enkele jaren geleden in handen van het Nederlandse Berkhof. Dat is intussen op zijn beurt al ingepalmd door een landgenoot, Groep Van De Leegte. EEN VAN HOOL IS EEN ZONNESTELSELVan Hool is een familiebedrijf in de meest strikte betekenis van het woord. Stamvader Bernard Van Hool had bepaald een kroostrijk gezin: tien stuks. In twee golven traden zijn acht zoons in een of andere directeursfunctie of als bestuurder tot het bedrijf toe. Over de twee dochters Simone en Ingrid is weinig bekend. Nonkel Frans - Van Bouwel, want de schoonbroer van Bernard - speelde van bij het begin een even belangrijke als discrete rol. Er worden hem uitzonderlijke industriële en commerciële vaardigheden toegedicht. In 1974 bezweek Bernard onverwacht aan een hartaanval op Batibouw. De leiding van het busbedrijf kwam in handen van de tweede generatie. De oudste zoon Alfons werd als voorzitter en algemeen directeur de primus inter pares. Ook de eigendom van de familiale naamloze vennootschap en annexe ondernemingen werden over de familie verspreid. Geleidelijk groeide er een heus clansysteem, met acht familietakken die elkaar in evenwicht houden. "Iedere Van Hool is als het ware een zonnestelsel op zichzelf", zeggen ze in Koningshooikt. Er is een soort feodaal systeem ontstaan, waarbij de vaders hun macht op zonen en dochters en aangetrouwde familieleden doorgeven. Van de derde generatie lopen er nu al zo'n dertig familieleden in het bedrijf rond. Nogal wat mensen bij Van Hool en omgeving maken zich daar zorgen over. Terecht zal blijken. Ondanks zijn respectabele omvang heeft het familiebedrijf een sterk uitgesproken KMO-karakter. Totnogtoe is dat een troef. Weliswaar tekent men in Koningshooikt niet langer met een krijtje de busplannen op de grond, zoals stichter Bernard dat deed. Maar nog altijd is de flexibiliteit er zeer groot en de broers schuwen ook de werkvloer niet. Denis dweilt er rond in blauwe kiel, en staat iedereen bij met raad en daad. Door deze souplesse is Van Hool bijzonder efficiënt in het bouwen van kleine series bussen en kan het specialistenwerk aan waarvoor de grote buitenlandse concurrenten bedanken. Ook de sociale relaties verlopen er in KMO-stijl: het personeel krijgt niet te veel en niet te weinig. Afgezien van een kort conflict over het brugpensioen is de tijd van de grote stakingen er lang voorbij. Het bedrijf werft permanent aan en dan strijken de vakbonden al wat vlugger over hun hart. Toch ligt het verloop vrij hoog, net omdat tal van werknemers botsen met die familiale context.COMMUNAUTAIRE BUSSENOORLOGVan bij zijn ontstaan mikte de carrosseriebouwer niet alleen op bussen, maar ook op industriële voertuigen, zoals opleggers en tankers. Die diversifiëring is een van zijn belangrijkste pluspunten. Een ander is de uitvoer: Van Hool exporteert 85 procent van zijn bussen naar 78 landen. Het verklaart mede waarom Koningshooikt onafhankelijk kan blijven in Europa, terwijl daar al jarenlang een oorlog woedt omdat de concurrenten elkaar in het teken van de schaalvergroting proberen uit te schakelen en driftig entrees op de markten kopen. Die markten wijzigen trouwens drastisch. In de toeristische sector staan de touringcars meer en meer op de pechstrook geparkeerd. Langs de andere kant drijft het mobiliteitsprobleem met zijn aangroeiende files, meer en meer mensen naar de bussen van het openbaar vervoer. Dit is een markt van (semi-) overheidsbestellingen. Bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn rijft Van Hool zijn rechtmatig deel binnen. Anders is het gesteld met de Waalse vervoersmaatschappij SRWT. Onder het mom van werkgelegenheid in eigen regio gunt die de bouw van de bussen voor de TEC ( Transport en Commun) aan het zielige Waalse EMI, dat de productie doorschuift naar de Franse fabrieken van Renault. De voorbije jaren haalde Van Hool met die "communautaire strijd" overvloedig de media. Politici en vakbonden speelden een prominente rol in de discussie en de Belgische en Europese rechtscolleges hadden hun handen vol met het bussendossier. Als (gedeeltelijk) antwoord op de Waalse kreet over lokale werkgelegenheid sloot Van Hool een alliantie met Caterpillar Belgium uit Gosselies, dat motoren levert. Die bussenoorlog hing lange tijd als een rookgordijn over Koningshooikt. Het verborg menig ander probleem, en vooral dat van de generatiewissel. De zeven broers Van Hool ( Leopold is overleden) zijn inmiddels respectabele zestigers. Voor de zonen en dochters breekt de tijd aan om het bedrijf over te nemen. Dat veroorzaakt behoorlijk wat gehakketak. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de familieleden-directeurs zijn niet goed afgelijnd. Het aantal familieleden in het bedrijf zwol zo aan, dat men met recht en reden mag gaan twijfelen aan het professioneel management bij Van Hool. Bovendien zouden de relaties tussen de clans niet steeds even hartelijk zijn. In Koningshooikt spreken ze van "een wespennest". ONTWIJKENDE VERKLARINGENHet evenwicht tussen de clans lijkt nu verbroken te zijn. Er doen zich bij Van Hool dingen voor die niemand een jaar geleden nog had durven voorspellen. In april verkochten bestuursvoorzitter Alfons en zijn neef Carl, de zoon van wijlen Leopold, hun participatie in de groep aan de rest van de familie. Dat deed zopas ook commercieel directeur Paul. Kortom, drie van de acht clans keren het bedrijf de rug toe. Waarom dit gebeurt, is niet duidelijk. De busbouwer heeft toch al niet de gewoonte om de vuile was buiten te hangen en doet nu zijn reputatie van geslotenheid alle eer aan. Geen van de Van Hools werd ooit geïnterviewd en woordvoerder Jef Schools - eigenlijk de lobbyman van het bedrijf - is uitzonderlijk bekwaam op het vlak van ontwijkende verklaringen. De werknemers ontvingen weliswaar een mededeling over de aandelentransacties, maar de tekst bleef ver weg van elke verantwoording of commentaar. Dus moet men afgaan op wat er links en rechts wordt gefluisterd: dat Van Hool probeert zijn aandeelhouderschap te concentreren en de zaken overzichtelijker te maken en zo een eenvoudiger structuur op te zetten die het pad effent voor de derde generatie. Daarentegen heeft Alfons Van Hool er intern nooit een geheim van gemaakt dat zijn groep niet de 21ste eeuw kan binnenstappen met het oude clanmodel. De ex-voorzitter zou gefrustreerd zijn omdat hij dit model niet heeft kunnen doorbreken. Ter verklaring van het vertrek van Paul circuleren er vage gezondheidsredenen, maar die leggen niet uit waarom zijn kinderen mee opstapten. Van een mogelijke beursgang, die een en ander in de familie zou kunnen oplossen, is geen spoor. Hoewel Van Hool zich daarop in het verleden al voorbereidde met een lege schelp op de Brusselse beurs. Intussen is het huidig en toekomstig management ten gevolge van de aandelentransacties flink uitgedund. Isabelle Van Hool verliet samen met haar vader Alfons het bedrijf. Zij was er personeelsdirecteur. Met Paul vertrokken ook zijn zonen, onder meer Wim die het succes in de Verenigde Staten op zijn krediet mag schrijven, en broer Marc. Ook Carl trok de deur achter zich dicht, zodat van de troonopvolgers alleen nog Filip, de zoon van Denis, overblijft. Afgezien van de financiële perikelen moet de autobusbouwer zeker op zoek naar verse bestuurskracht. GEEN GEBREK AAN KANDIDAAT-KOPERSVoorlopig blijft Van Hool binnen de familie. Maar op de werkvloer en in vakbondskringen worden de geruchten over een buitenlandse overname almaar hardnekkiger. Dat de groep sinds een paar jaar stevige winstcijfers publiceert, voedt die vermoedens. In het verleden werden de winstcijfers altijd geminimaliseerd. Is dit een bewijs dat de groep zich aantrekkelijk (lees: verkoopbaar) wil maken? Aan kandidaat-kopers zou het Van Hool zeker niet ontbreken. Het Zweedse Volvo bijvoorbeeld nam in de voorbije jaren een aantal koetswerkbouwers in Europa en Noord-Amerika over en wil zijn capaciteit uitbreiden om grote busorders uit te voeren. Of het Duits-Amerikaanse DaimlerChrysler ( Evobus) en het Zweedse MAN. Zelfs het Amerikaanse conglomeraat General Electric zou op Van Hool azen. Het dossier-Van Hool ligt op het bureau van de Vlaamse minister van Economie, de VLD'er Dirk Van Mechelen. Guido Despiegelaere