Het Burundese leger is de toestand niet meer meester. De Hutu-guerrillagroepen slaan bijna overal in het land toe.
...

Het Burundese leger is de toestand niet meer meester. De Hutu-guerrillagroepen slaan bijna overal in het land toe. IN zijn nieuwjaarsboodschap waarschuwde de Burundese (Tutsi-)premier Antoine Nduwayo zijn volk dat het geweld nog zou toenemen. Hij krijgt helaas gelijk. De burgeroorlog laait nu in elf van de vijftien provincies. Regio's die de vorige jaren gespaard bleven, delen in de klappen. De invallen van de Hutu-guerrilla, de Forces de la Défense de la Démocratie (FDD), onder het bevel van ex-minister van Binnenlandse Zaken Léonard Nyangoma destabiliseren vrijwel het hele land. Dat geeft ook Charles Mukasi toe, de voorzitter van de Union pour le Progrès National (Uprona), waartoe de premier behoort. Volgens de organisatie Artsen zonder Grenzen werden in 1995 vijftienduizend mensen gedood. Dit jaar zou het cijfer hoger liggen. De boeren durven hun akkers niet meer bewerken. De winkels en markten zijn leeg en de voedselprijzen swingen de pan uit. Iedereen is bang. Niemand in de centrale provincie Gitega durft het aan gouverneur Macaire Hitimana op te volgen, nadat hij in april ontslag nam uit vrees voor zijn leven. De dood van de lokale legercommandant gesneuveld bij een guerrilla-aanval is daar niet vreemd aan. Het zuiden van het land lijdt zwaar onder het toeslaan van de FDD. Het uiterste zuiden was vroeger nochtans het kerngebied van de militaire elite die het land zo lang regeerde. Drie presidenten kwamen uit die streek : kapitein Michel Micombero, kolonel Jean-Baptiste Bagaza en majoor Pierre Buyoya. Bagaza en zijn aanhang van de Parti pour le Redressement National (PRN) voelden zich daar zo veilig dat ze van plan waren er hun Tutsi-land te stichten. Dat de rebellen daar toesloegen en zelfs enkele dagen de grootste stad bezetten, geeft aan dat het Burundese leger de toestand niet meer meester is. Tot grote ergernis van de plaatselijke Tutsi-bevolking. Dat alles ondermijnt het moreel van de Tutsi's. In werkelijkheid controleren die slechts de steden en de buurt om de militaire kampen op de heuvels. Nadat vorig jaar een guerrilla-eenheid de palen van de elektriciteitsleidingen in de hoofdstad Bujumbura had opgeblazen, viel een van de talrijke rebellengroepen er eind april het grootste ziekenhuis aan. Balans : vijf doden. WANTROUWEN.Dat het leger niet bij machte is de tegenstander doeltreffend te bevechten, veroorzaakt verdeeldheid in de militaire top. Sommige hoge officieren protesteren tegen de blinde represailles die, hoewel gericht tegen de guerrilla, vooral de burgerbevolking treffen. De FDD beweren dat bij die terreur honderden onschuldige burgers het leven laten en dreigen nu op hun beurt met bloedige wraak. Ze zouden voortaan de militairen achtervolgen die zich in de Tutsi-vluchtelingenkampen gaan verschuilen. Wat de vluchtelingen in gevaar zou brengen. Ondertussen doen de wildste geruchten de ronde over afrekeningen tussen aanhangers van de stafchef van de gendarmerie, Pascal Simbanduku de nieuwe sterke man, en de rest van het leger. Officieren die pleiten voor onderhandelingen met de guerrilla zouden geviseerd worden. Ook wordt gefluisterd dat sommige ambtenaren in het geheim samenwerken met de rebellen. De verhalen verpesten de sfeer onder de regeringspartners zodanig dat de aanhangers van Frodebu en Uprona niet meer met elkaar praten. Het leger lijkt van plan het politieke vacuüm op te vullen : ondergronds zouden plannen bestaan voor een staatsgreep. Een deel van het leger zou weer alle macht willen. Tegenstanders waarschuwen voor de internationale reactie op een coup. Wat er ook van zij, Burundi drijft langzaam in de richting van een volledige militarisering en daarmee naar een zoveelste bloedbad. Uprona-leider Charles Mukasi vindt dat in de gevaarlijke provincies verantwoordelijke militairen de plaats moeten innemen van de gouverneurs. Hij wil dat alle recruten die bij vorige selecties werden geweigerd nu onder de wapens moeten worden geroepen. Hij stelt ook voor het academisch jaar voor drie maanden op te schorten, zodat studenten en scholieren kunnen getraind worden in ?verdedigingstechnieken?. Tenslotte vraagt Mukasi dat alle ambtenaren en vluchtelingen zich in zelfverdedigingseenheden organiseren. Op die manier zouden dorpen omgevormd worden tot strategische eenheden, waarmee het leger contraguerrilla-operaties zou uitvoeren in de stijl van de Amerikaanse soldaten in Vietnam en het Guatemalteekse leger in de jaren zeventig en tachtig. Het is goed eraan te herinneren dat die strategie in Vietnam volledig mislukte en dat in Guatemala niet de guerrilla maar tienduizenden Indiaanse boeren werden uitgeschakeld. GELD.Het door Hutu gedomineerde Frodebu heeft de meerderheid in het parlement en kan dus proberen de plannen van Mukasi tegen te houden. Nu al worden verscheidene hoge Frodebu-vertegenwoordigers er door de Tutsi-partijen van beschuldigd de staatskas te plunderen en het geld naar de FDD door te sluizen. Zo'n gang van zaken is weinig waarschijnlijk. Waarnemers nemen met stelligheid aan dat Frodebu nauwelijks invloed heeft op de gebeurtenissen. Dat was anders na de verkiezingen van juni 1993 die Frodebu glansrijk won. In september 1944 moest de partij echter gedwongen door de omstandigheden een regeringsconventie ondertekenen. Waarbij overeengekomen werd dat de Hutu-meerderheid de macht zou delen met de Tutsi-oppositie. Sindsdien heeft Frodebu veel van zijn macht ingeboet. Het plan van Mukasi maakt dan ook een kans, vooral omdat het door een deel van de legertop wordt gesteund. Alleen is er veel geld nodig om de voornemens te verwezenlijken. Tenslotte komt het plan neer op een algemene militarisering van het land. Dat geld kan alleen komen van nieuwe belastingen, waarmee de Burundese bevolking Hutu en Tutsi niet erg gelukkig zal zijn. Dat een politiek leider zo'n onpopulair plan hardop verdedigt, allemaal met het oog op een snelle onderdrukking van de guerrilla, wijst erop dat de regering zeer om geld verlegen zit. De klassieke geldschieters willen almaar minder investeren in Burundi, dat op de rand van de vulkaan danst. Vandaar de herhaalde oproep tot een dialoog tussen Hutu en Tutsi. Maar Nduwayo, Mukasi en het leger weigeren die aan te gaan met het argument dat Nyangoma en de FDD bezig zijn met een genocide. Inmiddels kunnen de boeren de thee- en koffieoogsten niet binnenhalen omdat er wordt gevochten. Zolang geen oplossing in zicht is, houden het Internationaal Muntfonds (IMF), de Wereldbank en andere geldschieters de knip op de portemonnee. Zonder geld, geen algemene militarisering. Hoe het leger de oorlog tegen de opstandelingen kan winnen, blijft in die omstandigheden een raadsel. François MisserLeger en guerrilla vechten een bittere strijd uit. Het volk slaat overal op de vlucht.