Elke belegger en kleine kapitalist herinnert zich het eerste semester van 1998 als was het gisteren. Prachtige weken en maanden. Een Bel-20 die door het plafond schoot. Na zes maanden - de gekte begon feitelijk al in december 1997 - stond de index op ruim plus 40 procent. Nooit gezien. Terwijl het in Amsterdam, Frankfurt, Londen en Parijs vroor en dooide tegelijkertijd, ging Brussel maar door. Geen onvertogen woord over de beurs viel er aan de toog, aan de koffietafel van Nonkel Fons of in de intimiteit van het kantoortje van de lokale bankdirecteur.
...

Elke belegger en kleine kapitalist herinnert zich het eerste semester van 1998 als was het gisteren. Prachtige weken en maanden. Een Bel-20 die door het plafond schoot. Na zes maanden - de gekte begon feitelijk al in december 1997 - stond de index op ruim plus 40 procent. Nooit gezien. Terwijl het in Amsterdam, Frankfurt, Londen en Parijs vroor en dooide tegelijkertijd, ging Brussel maar door. Geen onvertogen woord over de beurs viel er aan de toog, aan de koffietafel van Nonkel Fons of in de intimiteit van het kantoortje van de lokale bankdirecteur.Twee jaar later lijkt de stemming volledig omgeslagen. De Bel-20 verloor in enkele maanden afgerond een kwart. Steraandelen denderen met een rotvaart naar beneden, de jongste beursintroducties geven allesbehalve wat ervan werd verwacht. Terwijl Brussel in stilte crasht, blijven buitenlandse beurzen maar scoren. En beleggers denken niet meer aan 1998. Zij vergeten dat succes in deze materie nooit gegarandeerd kan worden. Omdat het geweeklaag overhands toenam, riep minister van Financiën Didier Reynders (PRL) de hoofden van Lebak samen. Schoon en belangrijk volk, dat daar vorige week bij hem op bezoek kwam: Fortis-voorzitter Maurice Lippens, de gouverneur van de Nationale Bank Guy Quaden, Solvay-patron Daniel Janssen, VBO-hopman Tony Vandeputte, zelfs Jean-Louis Duplat van de verguisde Commissie voor het Bank- en Financiewezen mocht er naast de top van de Brusselse beurs plaatsnemen. In meer dan één opzicht was dit een merkwaardig initiatief. Een minister van Financiën die probeert de kwakkelende beurs omhoog te praten. Bovendien een liberaal, die het plotseling niet meer begrepen heeft op de capriolen van de emanatie van het kapitalisme. Nu, veel kwam er niet uit deze topbijeenkomst. Was ook niet de bedoeling, heette het post factum. 'De sterke en zwakke punten van de Brusselse beurs zijn doorgelicht', meldde Reynders later op een persconferentie. De conclusies? Daar mocht een nog te vormen denktank zich mee bezighouden. Wel kondigde de minister initiatieven aan rond de aandelenparticipaties voor werknemers en het pensioensparen. Plus: misschien zou het helpen als de operator van Zaventem (BIAC) en Belgacom naar de beurs kwamen. Ook Olivier Lefebvre, voorzitter van het directiecomité van de Brussels Exchanges, mocht op deze vergadering zijn ideeën spuien. Samengevat: window dressing met roadshows, een nieuwe of vernieuwde website, misschien een internationaal magazine over de beurs... Het meest opmerkelijke voorstel van de beursmanager: een vaag project van Acces to Trading. Op die manier zou men in Brussel aandelen moeten kunnen kopen die op andere beurzen genoteerd staan. MOOIE JONGE GODENVraag is wie daarop zit te wachten. On line brokers zijn zelfs bij niet-professionele beleggers een bekend begrip. Gewoon Keytrade of een alternatief daarvan op de laptop en je jaagt de orders er zo door. Wie enigszins vertrouwd is met de moderne communicatiemiddelen heeft een bijkomend platform - een poort in Brussel naar de rest van de wereld - niet echt nodig. Tweede vraag: kan de Brusselse beurs met dit soort maatregelen wel worden opgekrikt? Laat de markt zich omhoog kletsen met een fiscaal wetje hier, een nieuwe notering daar en tussenin een hogere zichtbaarheid? Vaklui hebben daar een bijna eenduidig en zeer onthutsend antwoord op: nee. En waarom niet? Omdat de markt nu eenmaal haar eigen spel bepaalt. Wat op de Brusselse vloer echt gebeurt, lijkt deze specialisten vrij simpel. Informatietechnologie - van telecombedrijven over computerproducenten tot internetaanbieders - zuigt wereldwijd alle beurzen omhoog. Elke chart bewijst dit. Niet de klassieke industriële waarden, zelfs geen performante farmasector of uitmuntende distributie springen uit de band, wel IT. Een koers-winstverhouding van 100 lijkt perfect acceptabel in deze branche. Van dit soort hemelbestormers staan er helaas geen in de Brusselse Bel-20. Erger nog: heel Brussel kent nauwelijks genoteerde technologiebedrijven. Wel herbergt onze index ongemeen veel rentegevoelige aandelen en die presteren de jongste maanden - zie de obligatiecrash - gewoon ondermaats. Zonder die mooie, jonge goden kan niemand vandaag de dag een beurs laten exploderen. Bovendien zit Brussel met een bijkomende handicap: de massale aanwezigheid van klikfondsen die slaafs de Bel-20 moeten volgen. Met als resultaat dat elke beweging - dus ook de neergaande trend van de jongste maanden - wordt versterkt. Dit lijkt de ironie van het lot, want het eerste semester van 1998 zorgden diezelfde klikfondsen mee voor de daverende hausse in Brussel. Belgische spaarders, verzot op obligaties en kasbons, ontdekten het aandelenspel. Klikfondsen garandeerden hun inzet en dat was de zekerheid die zij tot dan misten. Een volledig nieuw publiek van brave huisvaders dook in kluis en sokken, kocht de nieuwe fondsen en de Bel-20 steeg als een komeet. Het succesnummer, dat nu de doodgraver van de beurs heet, vormt slechts één van de vele handicaps van Brussel. De vloer kent er helaas ook geen echte kleppers van Europees formaat. Als een Amerikaanse financiële instelling een zogenaamd small caps-fonds bijeenharkt in Europa, mag daar in het beste geval een Barco in figureren. Andere in Brussel genoteerde bedrijven? Te klein, zelfs voor small caps. Verder heeft Brussel noodgedwongen moeten passen toen een recente trend opdook: de creatie van nieuwe indexen, van sectoren. En zo blijft het beursgebeuren in ons land een relatief klein gedoe; bijna een lokale markt met een beperkte kapitalisatie en weinig grote spelers. In - onder andere - Duitsland sneuvelden juist daarop een handvol kleinere beurzen. Als het gaat om liquiditeit, is de belegger in Brussel niet meteen aan het beste adres. Die liquiditeit vindt hij zelfs niet meer op klassieke beurzen, maar op de markten die met afgeleide producten als opties en futures werken. Vandaar de messcherpe concurrentiestrijd tussen Londen en Frankfurt. 'Op die beurzen vindt tegenwoordig het spel plaats', stelt Peter De Proft, bestuurder-directeur van de Bank Nagelmackers, nuchter vast. 'De liquiditeit is er enorm, zelfs zo groot dat sommige analisten zich hardop afvragen of beurzen die gespecialiseerd zijn in kleinere aandelen nog wel een grote toekomst voor zich hebben.'EUROPA ROEPT SCHANDEDit soort tekortkomingen valt niet te repareren door onder andere de bestaande fiscale vrijstelling voor pensioensparen (22.000 frank op dit ogenblik) te verhogen. Over de wettelijke verplichting van pensioenfondsen om met een gedeelte van het ingelegde kapitaal in eigen land te blijven, roept Europa nu al enige tijd schande. Op termijn lijkt die vorm van protectionisme tot verdwijnen gedoemd. Maar ook vanuit beleggersstandpunt is het verplicht thuis investeren niet altijd verantwoord. Ook omdat sectoren - geen landen of nationale indexen - nu de referentie uitmaken. Dromers hopen intussen op een herhaling van de weldadige effecten van de wet-Cooreman-De Clercq. Ruim vijftien jaar na datum lijkt de kans op een herhaling van dat sprookje - kleine beleggers van hun spaarboekjes losweken en naar de beurs drijven - veeleer klein. Individuele beleggers ontdekten, jaren na de institutionelen, de zegeningen van het buitenland en van de technologie. Zij kunnen nu live op hun pc de esbattementen op welke beursvloer, waar ook ter wereld, volgen. De komst van de euro heeft hen van de angst voor wisselverliezen afgeholpen. De aankoop van 50 Nikons in Tokio handelen zij nu even makkelijk - zoniet makkelijker - af als de aanschaf van 100 Barco's in Brussel. Peter De Proft ziet op onze markt nog altijd liever het halfvolle glas. 'Brussel kampt ontegensprekelijk met handicaps', geeft hij toe. 'Zelfs het koersverloop van een mooi bedrijf als Agfa Gevaert zet - ondanks de enorme belangstelling van Belgische investeerders bij de introductie - tot denken aan. Nu is zo'n initiatief als dat van minister Reynders zeker lovenswaardig, maar of het echt allemaal helpt? In Brussel staan op dit ogenblik aandelen van goede bedrijven tegen een spotprijs. Vroeg of laat worden die herontdekt. Wat Brussel nu overkomt, is zonder meer een overdrijving in negatieve zin. Wij hebben echter de neiging ons zeer kortzichtig op te stellen. Maar beleggen is niet iets van vandaag en morgen, bekijk het eens over tien jaar. Tegen dan is datgene wat wij nu meemaken, misschien alleen nog een rimpeling.'Jos Grobben