'Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is niet ondergefinancierd. Maar een belangrijk deel van de middelen van dat gewest en ook van de Brusselse gemeenten dient voor een oneigenlijke financiering van de Franse Gemeenschap. Dat gaat dan in de eerste plaats over onderwijs. Het gevolg is dat gewestelijke uitgaven, vooral dan voor economie en werkgelegenheid, in de verdrukking komen.' Dat zegt professor Koen Algoed van de K.U.Leuven. Hij illustreert deze stelling met cijfers en tabellen in een nieuwe beleidspaper van het door hem voorgezeten Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES), een...

'Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is niet ondergefinancierd. Maar een belangrijk deel van de middelen van dat gewest en ook van de Brusselse gemeenten dient voor een oneigenlijke financiering van de Franse Gemeenschap. Dat gaat dan in de eerste plaats over onderwijs. Het gevolg is dat gewestelijke uitgaven, vooral dan voor economie en werkgelegenheid, in de verdrukking komen.' Dat zegt professor Koen Algoed van de K.U.Leuven. Hij illustreert deze stelling met cijfers en tabellen in een nieuwe beleidspaper van het door hem voorgezeten Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES), een onafhankelijke denktank van economen en politieke wetenschappers die het debat over de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de regio's wil aanzwengelen. Als grootstad en hoofdstad (ook van Europa) heeft Brussel veel extra uitgaven, bijvoorbeeld voor mobiliteit. Tegelijk loopt Brussel veel belastinginkomsten van pendelaars en van internationale ambtenaren en instellingen mis, zo vinden Brusselse politici en wetenschappers. Om die reden heeft Brussel volgens hen nood aan meer (federale) middelen. Zo was in een eerste fase van een nieuwe staatshervorming, waarover begin vorig jaar onderhandeld werd, opnieuw 65 miljoen euro extra per jaar voorzien voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Maar Brussel kan al rekenen op veel bijkomende financiering, meent Koen Algoed. In 2007 ging het om ruim 550 miljoen euro (een solidariteitsbijdrage om de lagere opbrengst van de personenbelasting te compenseren, het Belirisfonds voor infrastructuurinvesteringen, federale dotaties voor de gemeenschapscommissies en de Brusselse gemeenten). Het hoofdstedelijk gewest en ook de negentien Brusselse gemeenten 'sponsoren' echter in aanzienlijke mate (Franstalige) gemeenschapsmateries (onderwijs vooral, maar ook bijvoorbeeld gezondheidszorg en so-ciale hulp). Dit gaat ten koste van gewestelijke uitgaven voor economie en werk. De middelen daarvoor worden verder beknot omdat de Brusselse gemeenten hun uitgaven voor verkeer en afval doorschuiven naar het gewest. In de VIVES-paper De onderfinanciering van Brussel: een mythe? merkt Algoed op dat de financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Brusselse gemeenten 'communicerende vaten' zijn. 'De financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan dus niet op zichzelf worden bekeken', aldus de VIVES-voorzitter. Zijn aanbevelingen reiken veel verder dan alleen maar 'meer geld voor Brussel'. Algoed spreekt over een 'interne staatshervorming' om de bestuurlijke slagkracht van Brussel te vergroten, een doorgedreven analyse van de kosten en baten van de hoofdstedelijke functie en een bevoegdheidsverdeling die toelaat dat Brussel onderwijs, opleiding en arbeidsbemiddeling beter op elkaar kan afstemmen. Ook herhaalt Algoed zijn voorstel om de financiering van de gewesten en gemeenschappen te koppelen aan fiscale responsabilisering. http://www.econ.kuleuven.be/vives/ (beleidspaper 7).Patrick Martens