Nog niet zo lang geleden zat Spanje helemaal achteraan in de Europese klas. Pas in 1986 trad het toe tot de Unie, het laatste grote West-Europese land dat erbij kwam. Het Iberische schiereiland - ook Portugal sloot zich pas in 1986 aan - zat voordien nauwelijks aan Europa vast. Aan de overkant van de Pyreneeën begon een ander continent, met economische cijfers die meer aan die van ontwikkelingslanden deden denken. Bijna twintig later is Spanje plots de beste leerling - of pretendeert dat toch te zijn. Al op 20 februari kunnen de Spanjaarden zich over de nieuwe Europese grondwet uitspreken. Premier José Louis Rodríguez Zapatero wilde absoluut de eerste zijn, de eerste van de tien landen die een referendum organiseren alvorens de grondwet te ratificeren. Het lijkt wel of Madrid verloren tijd wil inhalen.
...

Nog niet zo lang geleden zat Spanje helemaal achteraan in de Europese klas. Pas in 1986 trad het toe tot de Unie, het laatste grote West-Europese land dat erbij kwam. Het Iberische schiereiland - ook Portugal sloot zich pas in 1986 aan - zat voordien nauwelijks aan Europa vast. Aan de overkant van de Pyreneeën begon een ander continent, met economische cijfers die meer aan die van ontwikkelingslanden deden denken. Bijna twintig later is Spanje plots de beste leerling - of pretendeert dat toch te zijn. Al op 20 februari kunnen de Spanjaarden zich over de nieuwe Europese grondwet uitspreken. Premier José Louis Rodríguez Zapatero wilde absoluut de eerste zijn, de eerste van de tien landen die een referendum organiseren alvorens de grondwet te ratificeren. Het lijkt wel of Madrid verloren tijd wil inhalen. Onder José Maria Aznar (1996-2004) heeft Spanje zich niet meteen van zijn meest enthousiaste kant getoond. Aznar schoot niet al te goed op met zijn Europese collega's - en des te beter met Washington. Bij de verdeling van de stemmen voor de Europese Raad, vastgelegd in het verdrag van Nice (2000), veroverde Aznar er maar liefst 27. Nauwelijks twee stemmen minder dan Duitsland, Frankrijk en Verenigd Koninkrijk. Maar tegelijk blokkeerde Spanje de onderhandelingen over de Europese grondwet. Toen Aznar in maart vorig jaar het veld moest ruimen voor Zapatero werd meteen duidelijk dat hij een totaal andere koers zou varen. Tenslotte had zijn Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) Spanje destijds Europa binnengeloodst. In Catalonië, de voortrekker van die operatie, stonden en staat de socialistische PSC van Pasqual Maragall bijzonder sterk. De regio heeft zich altijd meer Europees dan Spaans gevoeld. Niet toevallig kreeg Barcelona in datzelfde 1986 de Olympische Spelen voor 1992 toegewezen, een evenement dat als geen ander de aansluiting van het nieuwe Spanje bij de rest van de wereld symboliseerde. Maragall was toen burgemeester van de Catalaanse hoofdstad. Vandaag is hij regiopremier en laat geen kans onbenut om samenwerkingsverbanden met Zuid-Franse steden en departementen te smeden. In juni 2004, nauwelijks twee maanden nadat hij in La Moncloa, het presidentieel paleis, was ingetrokken liet Zapatero het verdrag van Nice los. Daarmee slechtte hij een van de laatste obstakels op het pad naar de Europese grondwet. De Spaanse premier was bereid macht in te leveren, op voorwaarde dat het initiële voorstel voor de dubbele meerderheid, 50/60 procent, werd opgetrokken naar 55/65 procent. Als de Europese Raad van ministers moet beslissen bij meerderheid, heeft hij nu de steun nodig van 55 procent van de lidstaten die 65 procent van de 450 miljoen EU-burgers vertegenwoordigen. Dat zou Spanje, dat 8,75 procent van de Europeanen levert, voldoende garanties bieden om niet te worden weggestemd, redeneerde Zapatero. In zijn referendumcampagne herinnert de eerste minister zijn landgenoten er voortdurend aan dat Spanje zonder Europa nooit zou staan waar het vandaag staat. Zijn spectaculaire economische groei van de voorbije twintig jaar heeft Spanje vooral aan de subsidies uit Brussel te danken. Bruto kreeg het land sinds zijn toetreding 183 miljard euro, en ook netto, na aftrek van de Spaanse bijdragen, ziet het bedrag er nog altijd indrukwekkend uit: 85 miljard euro. Geen enkel land ontving zoveel Europese steun, zowel bruto als netto. Bijna de helft ging naar de landbouw, de andere helft naar de structuur- en cohesiefondsen voor regionale ontwikkeling. Daarmee werden de hogesnelheidslijn Madrid-Sevilla en duizenden kilometers autosnelweg aangelegd. Van elke tien kilometer autopista is vier kilometer met Europees geld betaald, berekende Zapatero. Bij de volgende begrotingsronde (2007-2013) zal Spanje zich met minder tevreden moeten stellen: niet alleen zitten er nu meer gasten aan de subsidietafel, verscheidene Spaanse regio's kenden ondertussen zo'n sterke groei dat ze niet meer voor Europese steun in aanmerking komen. Maar Zapatero maakt zich sterk dat er een akkoord komt dat de afbouw van de subsidies niet te bruusk laat verlopen. Met zo'n Europese geldkraan is de kans vrij klein dat Zapatero straks een blauwtje loopt met zijn referendum. Volgens alle enquêtes krijgen de si-stemmers zondag de meerderheid, de no-stemmers zouden geen tien procent halen. Maar de peilingen leggen ook iets anders bloot: een duidelijk gebrek aan enthousiasme. Ondanks een niet-aflatende informatiecampagne, ondanks de vijf miljoen grondwetboekjes die bij de kranten werden gevoegd, ondanks grote meetings waarin Zapatero schouder aan schouder met de Franse president Jacques Chirac verscheen, is de sfeer rond de volksraadpleging lauw. Minder dan de helft van de Spanjaarden zou naar de stembus trekken. Volgens gegevens van de Eurobarometer, die peilt naar de Europese publieke opinie, eind januari zou men niet eens aan veertig procent geraken. Bij de Europese verkiezingen van vorig jaar bracht amper 45 procent van de Spanjaarden zijn stem uit. Sinds het herstel van de democratie had geen enkele stembusgang zo'n slecht resultaat opgeleverd. Bruselas lijkt ook nu te veraf te liggen. De Europese grondwet zegt veel Spanjaarden helemaal niets. Een derde heeft er zelfs volgens de Eurobarometer nog nooit van gehoord. Amper een op de tien weet wat er in de voorgestelde constitutie staat. De weinige spanning die dit referendum nog had kunnen veroorzaken, ebde helemaal weg toen ook oppositiepartij Partido Popular (PP) zich vóór de Europese grondwet uitsprak. De PP en de PSOE samen vertegenwoordigen 80 procent van het electoraat. De conservatieven uiten nochtans felle kritiek. 'Wij zouden gevochten hebben voor een Europees grondwettelijk verdrag dat beter is voor Spanje', beweerde Aznars opvolger Mariano Rajoy vorige maand in het parlement. 'Een verdrag dat ons land binnen de Unie op zijn minst hetzelfde gewicht zou toekennen als het akkoord van Nice. Die macht die u, meneer Rodríguez Zapatero, niet kon of wilde verdedigen omdat u in uw ijver om Europeser te zijn dan wie ook, aan president Chirac en bondskanselier Schröder alleen maar hebt gevraagd waar u uw handtekening moest zetten.' Maar voor de rest kan de tekst rekenen op de goedkeuring van de PP. Een teken van staatszin, noemt Rajoy dat. Zelfs de rechts-nationalisten in Catalonië (CiU) en Baskenland (PNV) pleiten vóór de grondwet. In het geval van de Basken is dat opmerkelijk omdat de tekst de integriteit van de lidstaten verankert, terwijl de PNV naar een vrije associatie tussen Baskenland en Spanje wil - het controversiële plan-Ibarretxe - wat door velen als een onafhankelijkheidsvoorstel wordt geïnterpreteerd. Alleen klein-links voert campagne tegen de Europese grondwet. Nationaal zijn partijen als Izquierda Unida en Esquerra Republicana de Catalunya bondgenoten van Zapatero, op Europees vlak volgen ze hem niet omdat ze de voorgestelde grondwet te neoliberaal vinden. Een laatste factor die een acceptabele opkomst dreigt te verhinderen is Zapatero zelf. Zeker rechts Spanje trekt de legitimiteit van de socialistische overwinning van 14 maart 2004 nog steeds in twijfel. Zapatero heeft de verkiezingen alleen maar gewonnen dankzij de bloedige aanslag drie dagen voordien, luidt het zuur. De Europese verkiezingen drie maanden later hebben die twijfels alleen maar versterkt, want de PSOE won het toen met nauwelijks twee procent verschil van de PP. Een referendum met een ondermaatse participatie zou alleen maar koren op de molen zijn van die twijfelaars. De PP-kiezers - en die zijn nog altijd met bijna 10 miljoen - hebben zo een machtig wapen in handen. Wie Zapatero niet echt genegen is en iets te veel het gevoel heeft dat zijn stem zondag als een legitimering van het socialistische beleid kan worden uitgelegd, zou precies daarom wel eens thuis kunnen blijven. Rudy PietersEen derde van de Spanjaarden zou nog nooit over een Europese grondwet gehoord hebben.