Monseigneur, Nu de troonsopvolging ook qua tijdstip een zekerheid is geworden, neem ik in alle bescheidenheid de vrijheid om een stukje geschiedenis onder uw aandacht te brengen. Meer bepaald gaat het om een uitspraak van uw oom, wijlen koning Boudewijn, op 31 maart 1981. Die ochtend bleek dat er binnen de toen regerende coalitie van socialisten en christendemocraten geen compromis mogelijk was over het economisch herstelbeleid waar ons land in die dagen dringend aan toe was. Zoals het hoort in onze democratie stapte toenmalig premier Wilfried Martens na de vaststelling van de complete politieke patstelling naar de vorst en bood het ontslag van zijn regering aan. Koning Boudewijn ontbood prompt een aantal vooraanstaande figuren uit de politieke en economische wereld en sprak hen toe. Ik baseer mij voor het citaat op de memoires van Wilfried Martens.
...

Monseigneur, Nu de troonsopvolging ook qua tijdstip een zekerheid is geworden, neem ik in alle bescheidenheid de vrijheid om een stukje geschiedenis onder uw aandacht te brengen. Meer bepaald gaat het om een uitspraak van uw oom, wijlen koning Boudewijn, op 31 maart 1981. Die ochtend bleek dat er binnen de toen regerende coalitie van socialisten en christendemocraten geen compromis mogelijk was over het economisch herstelbeleid waar ons land in die dagen dringend aan toe was. Zoals het hoort in onze democratie stapte toenmalig premier Wilfried Martens na de vaststelling van de complete politieke patstelling naar de vorst en bood het ontslag van zijn regering aan. Koning Boudewijn ontbood prompt een aantal vooraanstaande figuren uit de politieke en economische wereld en sprak hen toe. Ik baseer mij voor het citaat op de memoires van Wilfried Martens. 'Het is de hoogste tijd', zo stelde koning Boudewijn na aangegeven te hebben dat we in een diepe economische crisis terechtgekomen waren, 'om geschillen, van welke aard ook, aan de kant te schuiven en voorrang te geven aan de overleving. Dat is wat wij zouden doen, mochten we in oorlog zijn. Welnu, dit is oorlog: oorlog voor het behoud van onze economie, voor het welzijn van allen en vooral voor de minstbedeelden, voor onze plaats in de wereld.' L'histoire se répète, maar nooit op dezelfde manier. Ons land bevindt zich vandaag opnieuw in een precaire economische situatie, om het woord oorlog niet in de mond te nemen. De ontoereikende voorbereiding op de aanrollende vergrijzingsgolf dreigt onze begrotings- en schuldposities onbeheersbaar te maken. Een torenhoge fiscaliteit en te complexe, vaak zelfs perverse regulering maken dat steeds meer investeerders ons de rug toekeren. Te hoge loon- en energiekosten hollen het internationale concurrentievermogen van onze ondernemingen uit, met alle gevolgen van dien voor onder meer de werkgelegenheid. Onze complexe staatsstructuur voedt de inefficiëntie en verspilling. Onze nationale perikelen enten zich bovendien op een nog veel turbulentere internationale omgeving dan die van dertig jaar geleden. Het zal u, Mon seigneur, tijdens uw vele missies in het buitenland en via uw uitgebreide netwerk van eminente contacten zeker niet ontgaan zijn dat de wereld meer dan ooit in beweging is. Ons land met zijn zeer open economie moet overleven en bruggen slaan naar de toekomst in een bruisende, ja zelfs kolkende internationale omgeving met veel opportuniteiten, maar ook met menige bedreiging. Het grootste verschil tussen de situatie dezer dagen en zoals ze was eind maart 1982, is dat ons land nu niet meer over de optie beschikt om over te gaan tot een devaluatie van de munt. België hanteerde in februari 1982 met groot succes het wapen van de muntdevaluatie. Alzo kon het internationale concurrentievermogen van de ondernemingen in één beweging worden hersteld. Bovendien zorgde de psychologische schok van de devaluatie ervoor dat onder meer op het vlak van de publieke financiën en de arbeidsmarkt maatregelen mogelijk werden die zonder die devaluatie voor bepaalde belangengroepen in het land onaanvaardbaar zouden zijn gebleven. Door de invoering van de euro beschikken de lidstaten van de eurozone, waaronder België, niet meer over de mogelijkheid om over te gaan tot een devaluatie van de munt. Het feit dat de eurozone in een soort van chronische crisis is terechtgekomen, heeft heel veel te maken met het feit dat bij het ontwerp van de monetaire unie in Europa onvoldoende rekening werd gehouden met de consequenties van het wegvallen van de devaluatieoptie als beleidsinstrument. De nieuwe realiteit als gevolg van de invoering van de euro maakt dat een proactief economisch beleid veel dwingender geworden is. Achteraf onevenwichten opnieuw corrigeren, is zoveel moeilijker geworden. De ervaring van de laatste jaren in de perifere eurolanden illustreert dat treffend. De huidige regering geeft niet altijd blijk van de sense of urgency die zich wel degelijk opdringt rond ons economisch beleid. In het belang van het volk, en zeker, zoals ook uw oom reeds aangaf, 'van de minstbedeelden', is het van uitzonderlijk belang dat onze huidige politieke bewindvoerders vriendelijk doch kordaat worden gewezen op de noodzaak van een doortastend handelen. De natie zal er u als nieuwe koning der Belgen eeuwig dankbaar voor zijn. Met de allergrootste hoogachting groet ik u, Johan Van Overtveldt - Hoofdredacteur van Trends