In het B-H-V-dossier tikt de klok: midden oktober, bij het begin van het parlementaire jaar, loopt het nieuwe belangenconflict af dat de raad van de Franse Gemeenschapscommissie heeft ingeroepen tegen de Vlaamse wetsvoorstellen om de kieskring te splitsen. In de Kamer wacht dan een heruitgave van het slechte politiek theater dat begin mei al eens rond deze kwestie werd opgevoerd.
...

In het B-H-V-dossier tikt de klok: midden oktober, bij het begin van het parlementaire jaar, loopt het nieuwe belangenconflict af dat de raad van de Franse Gemeenschapscommissie heeft ingeroepen tegen de Vlaamse wetsvoorstellen om de kieskring te splitsen. In de Kamer wacht dan een heruitgave van het slechte politiek theater dat begin mei al eens rond deze kwestie werd opgevoerd. Maar achter deze procedureslag gaat volgens N-VA-voorzitter Bart De Wever veel meer schuil. 'Hoe onnozel dit dossier over een kieskring in se ook is, rond B-H-V botsen twee totaal verschillende politieke filosofieën: territorialiteit versus personaliteit', aldus De Wever. 'Overal in de wereld waar een grote en een kleine cultuur samenkomen, vraagt de kleine om bescherming en ambieert de grote de vrijheid. Maar de Franse priester-politicus Henri Lacordaire wist al in de 19e eeuw: Entre le fort et le faible, c'est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit. Dat discours over de vrijheid die onderdrukt en de wet die vrijmaakt, zouden Franstaligen toch moeten kennen.' De Wever ziet effecten op de mentaliteit van twee gemeenschappen. 'Een Vlaming die naar Wallonië verhuist, past zich aan en vraagt geen taal-, cultuur-, onderwijs- of kiesfaciliteiten. Een Franstalige die in Vlaanderen gaat wonen, vindt het in naam van de vrijheid en met zijn taal die de verlichting in zich draagt, een mensenrecht om zich niet aan te passen en een voorrecht voor anderen om opgenomen te worden in de grote Franse cultuur. Van die imperialistische mentaliteit zijn de Franstaligen zich niet eens bewust.' Tegelijk vindt De Wever de houding van de Franstaligen dubbelzinnig. 'Het personaliteitsprincipe willen ze enkel toepassen op het grondgebied van anderen. Het territorialiteitsbeginsel beschouwen ze dan weer als een vanzelfsprekendheid op het eigen grondgebied', aldus de N-VA-voorzitter. 'Als de Vlamingen respect voor hun bestuurstaal vragen, noemen Franstaligen dat racisme. Maar zelf passen ze die regel wel strikt toe. De enige keer dat Vlamingen faciliteiten vroegen - in 1979 voor de oprichting van een Vlaams schooltje in Komen - hebben de Franstaligen dat geweigerd. En toen Toon Van Overstraeten in 1985 in Nijvel voor de VU als senator werd verkozen en met het toenmalige dubbelmandaat ook zitting wilde hebben in de Waalse Gewestraad en Franse Gemeenschapsraad, werd hij manu militari geweerd. In het Vlaams Parlement daarentegen krijgt Christian Van Eycken van de Union des Francophones dezelfde behandeling als alle andere Vlaamse volksvertegenwoordigers.' 'De Franstaligen stellen de Vlamingen voor als de Serviërs van West-Europa. Maar eigenlijk zijn de Vlamingen het grootste klootjesvolk', zegt De Wever nog. 'Ik ken geen enkel meerderheidsvolk in de wereld dat meer dan gemiddeld de overheidsrekeningen betaalt en toch aanvaardt dat er in zijn hoofdstad geen cultuur van de eigen taal aanwezig is. Aan die botsing van twee opvattingen zal het land ten onder gaan. Ik zie ook geen beterschap. Achter de schermen geven Franstalige politici soms toe dat FDF'er Olivier Maingain overdrijft, maar in het publiek scharen ze zich allemaal resoluut achter hem. Van de airplay die hij bij de Franstaligen krijgt, geniet ik alleszins niet in Vlaanderen.' Patrick Martens