In de overlijdensakte van Louis Paul Boon, gestorven op 10 mei 1979, staat dat de schrijver "zonder beroep" was. Daar schuilen veel wrange ironieën in. Het belangrijkste document dat aan die akte voorafgaat, is het dagboek dat Boon aan het eind van zijn leven bijhield en dat nu verschijnt in het jongste nummer van het literaire tijdschrift Maatstaf.
...

In de overlijdensakte van Louis Paul Boon, gestorven op 10 mei 1979, staat dat de schrijver "zonder beroep" was. Daar schuilen veel wrange ironieën in. Het belangrijkste document dat aan die akte voorafgaat, is het dagboek dat Boon aan het eind van zijn leven bijhield en dat nu verschijnt in het jongste nummer van het literaire tijdschrift Maatstaf. Het dagboek ontstond eind 1977, toen Boon ophield met zijn Boontje, zijn dagelijkse cursiefje in de krant Vooruit. Hij wekt de indruk dat hij daarin niet kon schrijven wat hij wou - en kennelijk kon dat in een dagboekachtige tekst wel. Boon wou dus niet zomaar een klassiek privé-dagboek schrijven. En zie, hij speelt een rol, als "meneerke Boin". Dit personage is autobiografischer dan "Boontje", maar Louis Paul Boon, nee. (Zou dat kùnnen, dat iemand een tekst maakt die geheel congruent is met zijn auteur? Natuurlijk niet.) Via voorpublicaties kreeg dit dagboek een schandaalkarakter: Boons tirade tegen de politicus Marc Galle, zijn kritiek op kunstbroeder Hugo Claus, de omstreden rol van wonderdokter Herman Le Compte, de vraag of Boon al dan niet voor zelfmoord koos. Zeker is, meneerke Boin is niet gelukkig: hij voelt de dood naderen, eenzaamheid en melancholie vermengen zich met kilte en leegte, en ondertussen schildert hij blote meisjes en allegorische taferelen en schrijft hij voort aan grote projecten als "Het Geuzenboek". Alles wringt; hij klaagt dat de media hem links laten liggen, maar wanneer ze dan toch komen aanbellen, is het ook niet goed. Waarom niet? Omdat het altijd naast de kwestie is. Doorheen alle fysieke en sociale ongemak sluimeren frustratie en vergeefsheid, dat hij roept en dat niemand luistert. Tot zijn laatste snik blijft Boon gevangen door het onbegrip voor waar het hem om te doen is. En dat is, in de woorden van Boon-biograaf Kris Humbeeck, de medemens waarschuwen voor de dwaasheid die naar de ondergang voert. Boon is bijvoorbeeld niet echt jaloers op de volgens hem poenscheppende Claus, wel stoort het hem dat die van talent overstromende Claus dat talent niet voor een beter doel inzet. Schrijven is inderdaad geen beroep. Maatstaf is een uitgave van De Arbeiderspers.Marc Reynebeau