De kaarspopulier werd in de 18e eeuw wereldwijd verspreid vanuit Italië via stekken. Omdat het om klonen gaat, hebben alle kaarspopulieren dezelfde genetische informatie. Toch groeien exemplaren uit zuidelijke zones in serres langer dan exemplaren uit ko...

De kaarspopulier werd in de 18e eeuw wereldwijd verspreid vanuit Italië via stekken. Omdat het om klonen gaat, hebben alle kaarspopulieren dezelfde genetische informatie. Toch groeien exemplaren uit zuidelijke zones in serres langer dan exemplaren uit koudere gebieden. Ze lijken zich het klimaat van hun oorspronkelijke leefgebied te 'herinneren'. Bio-ingenieur An Vanden Broeck van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en haar collega's beschrijven in Frontiers in Plant Science hoe de bomen daarvoor een epigenetisch besturingssysteem gebruiken. Signaalmoleculen op het DNA kunnen, in functie van de leefomstandigheden, genen aan- of uitschakelen. Daarmee vormen ze herinneringen. Het is niet duidelijk hoelang die blijven hangen: de experimenten gebeurden met jonge planten. Bio-ingenieur Paul Pardon van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek en zijn collega's stellen in Agriculture, Ecosystems and Environment dat populierenrijen op akkers gunstig zijn om het gehalte aan nutriënten in een bodem en de populaties van plaagbestrijdende insecten te verhogen. De competitie met de bomen leidt tot wat opbrengstverlies bij sommige gewassen, maar over meerdere jaren gerekend is de totale opbrengst aan biomassa hoger op akkers met bomen.