Bernie Ecclestone woont in Chelsea, houdt kantoor bij Hyde Park en vertoeft negentien keer per jaar vier dagen lang in zijn buitenverblijf: een grijze bus in de formule 1-paddock. Ondertussen schuiven ze kwijlend aan om op audiëntie te gaan, de captains of industry , de uitgenodigde steracteurs, rijders en teambazen. Lokale politici ook. Serge Kubla, MR-politicus en in de vorige regering bevoegd voor Economie, klopte er de voorbije jaren misschien wel een bluts in de deur. Net zoals hij voor de start van de Belgische Grand Prix steevast met collega's over de start grid schuifelde, meestal in het gezelschap van Ecclestone. Die gebood Michael Schumacher een handje te geven aan MR-minister Didier Reynders of PS-senator Jean-Marie Happart. Eén keer per jaar laten Waalse politici zich graag zien in Francorchamps. Eind september waren we erbij toen Happart in de motorhome van Red Bull, na alweer een drukke dag, het glas kwam heffen met de journalisten. Au Grand Prix de Francorchamps.
...

Bernie Ecclestone woont in Chelsea, houdt kantoor bij Hyde Park en vertoeft negentien keer per jaar vier dagen lang in zijn buitenverblijf: een grijze bus in de formule 1-paddock. Ondertussen schuiven ze kwijlend aan om op audiëntie te gaan, de captains of industry , de uitgenodigde steracteurs, rijders en teambazen. Lokale politici ook. Serge Kubla, MR-politicus en in de vorige regering bevoegd voor Economie, klopte er de voorbije jaren misschien wel een bluts in de deur. Net zoals hij voor de start van de Belgische Grand Prix steevast met collega's over de start grid schuifelde, meestal in het gezelschap van Ecclestone. Die gebood Michael Schumacher een handje te geven aan MR-minister Didier Reynders of PS-senator Jean-Marie Happart. Eén keer per jaar laten Waalse politici zich graag zien in Francorchamps. Eind september waren we erbij toen Happart in de motorhome van Red Bull, na alweer een drukke dag, het glas kwam heffen met de journalisten. Au Grand Prix de Francorchamps. Die Grand Prix breekt politiek Wallonië nu zuur op. Toen Ecclestone in 2003 wegens het verbod op tabaksreclame niet naar de Ardennen kwam, wilde Wallonië de glimmende machines koste wat het kost terug. Zo gretig om een nieuw contract te tekenen dat de kleine lettertjes niet werden gelezen. De man die de pen bediende, las zelfs de rest niet. Jean-Marie Happart (PS), actief in de beheersmaatschappij van het circuit, verklaarde vorige week zonder enige schroom dat hij het moeilijk had kunnen lezen, ' parce que c'était en anglais'.Het gevolg is dat Wallonië tot 2010 met handen en voeten aan Ecclestone gebonden is. Tot dan staat de Waalse regering borg om eventuele tekorten bij te passen. Meer zelfs: tot 2010 bedong Ecclestone een schadevergoeding van 15 miljoen euro als de race niet wordt georganiseerd. De goedkoopste oplossing is het zwaar verlieslatende evenement (eind oktober ging de organisator failliet) te blijven inrichten. Waarnemers becijferden dat het de Waalse belastingbetaler zo'n 20 euro per jaar zal kosten. Misschien zelfs langer, want vorige week bleek dat Ecclestone het contract eenzijdig kan verlengen tot 2015. Een contract met Charles Bernard Ecclestone tekenen zonder het te lezen, is als in een leeuwenkuil springen en hopen dat het beest je een hand geeft. De 74-jarige Brit, die zijn contracten laat opstellen door een batterij duurbetaalde topjuristen, is een deal maker sinds hij twee vuist hoog was. In zijn kantoor bij het Londense Hyde Park staat een bronzen sculptuur: vier miljoen dollar in bankjes. 'Ik heb altijd geld op zak gehad', zegt Ecclestone. De man begon dan ook te 'werken' op zijn tiende. Kocht iedere dag twee schooltassen vol snoep en verkocht alles op de speelplaats. Met woekerwinst. Later waren het vulpennen, motorfietsen en tweedehands auto's. Bernie zegt graag dat dat hem rijk maakte, maar eigenlijk vergaarde hij zijn fortuin in vastgoed. Dat hij kon gebruiken voor zijn grote passie: de autosport. Aanvankelijk zat hij zelf achter het stuur - 'maar ik ontwaakte te vaak in het ziekenhuis' - later werd hij manager van Jochen Rindt. Toen Rindt in 1970 verongelukte, stapte Ecclestone even uit de racerij 'en zwoer ik nooit meer bevriend te raken met een autoracer'. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en een jaar later kocht hij het Brabham-team. Toen ging het snel. Ecclestone ver-enigde de teams in de zogenaamde FOCA om front te vormen tegen de organisatoren, eiste ieder jaar meer startgeld (vandaag zo'n 15 miljoen voor Francorchamps) en kocht overal de televisierechten op. In de jaren tachtig greep hij definitief de macht toen hij FIA-voorzitter Jean-Marie Ballestre na een lange oorlog opzijschoof en verving door een vriend: Max Mosley, een briljante jurist en autosportminnaar. En dan, in de eerste helft van de jaren negentig, tekende Ecclestone het contract van zijn leven: in ruil voor een vast bedrag gaf de FIA hem voor honderd jaar alle commerciële rechten van de formule 1, ondertussen een miljardenbusiness. Die miljarden zette Ecclestone definitief op zijn rekening toen hij tussen 1999 en 2001 75 procent van zijn F1-holding verkocht aan drie banken. Typisch Ecclestone: aan de onderhandelingstafel kreeg hij het voor mekaar om ondanks zijn minderheidspositie alle raden van bestuur te blijven controleren. Pas vorig jaar dwongen de banken via de rechter eindelijk medezeggenschap af. Om daarna vast te stellen dat ze Ecclestone alles toch maar beter alleen laten runnen. De voorbije twintig jaar maakte Bernie van de F1 namelijk een complexe puzzel van holdings en bedrijven, die niet meer klopt als hij er één stukje uit weghaalt. Maar bovenal bezit hij een neus. Zo is de formule 1 opnieuw verdeeld in een machtsstrijd. In 2008 moet een nieuwe versie van de Concorde-akkoorden ingaan, het huwelijkscontract tussen Eccelstone, de teams, organisatoren en de FIA. De constructeurs dreigen er al jaren mee dan hun eigen kampioenschap te zullen opstarten, zonder Bernie. De kans is klein dat ze dat doen. Omdat Ecclestone al lang de rechten op de naam 'formule 1' kocht, en omdat hij met veel geld het belangrijke Ferrari lokte, dat vorig seizoen brak met de andere constructeurs en trouw zwoer aan Ecclestone. Omdat Bernie in complexe financiële en juridische materies altijd oog heeft voor de essentiële dingen: hij weet dat geen enkele naam de magische uitstraling van 'formule 1' kan overtreffen. En hij weet dat een kampioenschap zonder Ferrari nooit tot de verbeelding zal spreken. Boerenverstand in een miljardenwereld. En zijn uitspraken durven al eens boertig zijn. Toen in 1999 zijn eerste beursgang met de F1-holding door de bemoeienis van de Europese Commissie fout liep, verklaarde hij: 'Ze denken dat ze me bij m'n kloten hebben, maar hun handen zijn daarvoor niet groot genoeg.'Mister E., zoals hij zich door zijn medewerkers laat noemen, is dan ook een eenvoudige man, hoewel hij zich graag in mysterie hult en vaag doet over zijn verre verleden en zijn leeftijd. Een hilarisch leuke tafelgenoot ook, als je ooit die eer krijgt. Niet in maatpak, maar in een pullover met rolkraagje. Dan doet hij familiair en verkondigt de wonderbaarlijkste theorieën over politiek en sport. Rechtuit en in mensentaal. Hij heeft een hekel aan alles wat 'cultuur' is. Toen zijn vrouw Slavica hem in 2001 eindelijk kon overtuigen eens vakantie te nemen, gingen ze op safari in Kenia. Ecclestone ergerde zich er mateloos. 'Ik snap niet waarom de mensen niet gewoon een video kopen met die hele beestenhandel erop. Kun je er thuis gezellig naar kijken, met een pilsje.' En toen hij in oktober 2002 in China het contract voor de Grand Prix ging tekenen, wilde Slavica absoluut mee om de Grote Muur te zien. Een journalist vroeg Bernie wat hij van die Muur vond. Bloody long, was zijn commentaar. Wie zich in de constructie van zijn miljardenholdings probeert te verdiepen, houdt het niet voor mogelijk, maar Bernie Ecclestone heeft ook een menselijke kant. Bevriende journalisten met échte privé-problemen weten dat ze in hoge nood altijd bij hem kunnen aankloppen. En de meeste mecaniciens die in de jaren zeventig aan zijn auto's sleutelden, hebben nu leuke en dikbetaalde jobs in het F1-management. Maar aan de onderhandelingstafel is Bernie een haai, zo getuigt FIA-voorzitter Max Mosley. 'Een gewone onderhandelaar puurt 50 procent uit een deal. Een goede onderhandelaar misschien 80 procent. Bernie zit tegen de 100 procent.'Mosley kan het weten. Ze zijn twee handen op één buik sinds de vroege jaren zeventig. Er is stof voor honderden anekdotes. Zoals toen Bernie na een meeting in Genève leuk speelgoed voor zijn kinderen zag in een etalage. Hij bleef onvermoeibaar onderhandelen tot de afgepeigerde winkelier hem 50 euro korting gaf. Buiten zei Mosley dat twintig minuten van zijn tijd meer dan 50 euro kostten. Waarop Bernie: 'Ja, maar af en toe moet ik dit doen om in vorm te blijven.' Legende of niet, schaamte is een gevoel dat Ecclestone niet kent. Zo wil het verhaal dat hij in zijn grote oorlog met toenmalig FIA-voorzitter Ballestre Max Mosley beval om het tafeltje van de Fransman omver te lopen. Een zeer attente Bernie haastte zich om de gevallen dossiers voor de voorzitter van de grond te rapen. Aan het begin van de meeting merkte een verbijsterde Ballestre dat hij een cruciaal document kwijt was. Bernie zat erop te kijken. Als het verhaal klopt, dan zal Bernie in zijn vuistje gelachen hebben toen Jean-Marie Happart le grand contrat tekende dat de formule 1 terug moest halen: daarvoor hoefde hij niet eens tafels omver te lopen. Jo BossuytEen contract met Bernie Ecclestone tekenen zonder het te lezen, is als in een leeuwenkuil springen en hopen dat het beest je een hand geeft.