Hebben beheerders van Boel geknoeid met Europees subsidiegeld ? Het Vlaams parle- ment wil de waarheid terzake achterhalen.
...

Hebben beheerders van Boel geknoeid met Europees subsidiegeld ? Het Vlaams parle- ment wil de waarheid terzake achterhalen.WAT ER GEBEURT als arrogantie, onbekwaamheid en hebzucht de handen in elkaar slaan, daarover kunnen ze bij Boelwerf Vlaanderen in Temse meepraten. Want daar hebben de onbekwaamheid van de Vlaamse overheid om een deugdelijke oplossing te vinden voor de scheepsbouw, de arrogantie van de Vlaamse overheidsholding Gimvindus en de hebzucht van de Nederlandse aandeelhouder Begemann de grootste scheepswerf van het land om zeep geholpen. Boelwerf Vlaanderen ging al in november 1994 over de kop en nog rollen geregeld lijken uit de kast. ?Het lijkt alsof letterlijk alles in dit dossier faliekant uitdraait,? zucht de Dendermondse curator Jef Dauwe. Hij begeleidt het tweede Boel-faillissement en recupereerde de afgelopen maanden al zo'n 1,8 miljard frank. Dauwe werkt zich dezer dagen, willens nillens, doorheen de honderden meters archieven van de failliete werf. De stukken werden grotendeels opgeslagen in een depot van het rijksarchief in Beveren. Nog een deel zou, althans volgens vakbondsvertegenwoordigers, voorlopig onvindbaar blijven. Een ander deel werd ondergebracht bij het scheepvaartmuseum in Antwerpen. Nadat hij onlangs voor een commissie in het Vlaamse parlement getuigde, sprak Dauwe : ?Alles wat bij Boel verkeerd kon lopen, liep ook verkeerd. De episode rond het reconversiegeld is slechts één van de vele voorbeelden.? Maar dan wel een spectaculair voorbeeld, dat enige toelichting vergt. De Boelwerf ging een eerste keer onderuit eind '92. Hoewel sommigen de leefbaarheid van de onderneming betwijfelden, ondernam de Vlaamse overheid onder druk van de lokale bevolking en de vakbonden een laatste poging om ze overeind te houden. In april '93 werd de werf opnieuw tot leven gewekt, ditmaal als Boelwerf Vlaanderen. De belangrijkste twee aandeelhouders waren de Nederlandse Begemann-groep en de Vlaamse overheidsholding Gimvindus. Begemann, meer bepaald bestuurder André Deleye, en de investeringsmaatschappij kenden elkaar al van vorige avonturen, onder meer rond de Kempense Steenkolenmijnen. Hoewel die relatie zeker geen aanbeveling was om opnieuw samen te werken. Maar één van de commissarissen in de raad van bestuur van Begemann was gewezen premier Wilfried Martens (CVP). Dat stelde ze dan weer, min of meer, gerust in de omgeving van diens partijgenoot, de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande. Trouwens, veel keuze was er niet : het was Begemann of de definitieve sluiting. VASTGOED.Van bij de start liep het verkeerd. Begemann had vooraf laten weten slechts voor 1.100 werknemers emplooi te hebben. Dat was het bedrijf door de onderhandelaars van de Vlaamse regering toegezegd. In onderhandelingen die, nota bene, steeds door Luc Van den Brande werden voorgezeten, maar in werkelijkheid door Roger Malevé van Gimvindus werden geleid. Tegelijk stemde de Vlaamse overheid in met de vakbondseis 1.320 mensen aan het werk te houden. Terwijl de vakbonden akkoord gingen dat de werknemers al hun wettelijke claims bij het eerste faillissement lieten varen, kwestie van de oprichting van Boelwerf Vlaanderen mogelijk te maken, liet de Vlaamse overheid toe dat de nieuwe aandeelhouders, Begemann en Gimvindus, het vastgoedpatrimonium onder elkaar verdeelden. Een opschortende bepaling in de vastgoedopdeling, waarin werd voorzien door de juridische diensten van Boel, bleek na passage bij de notaris uit de akte geschrapt. Door wie ? Het werd nooit achterhaald. Maar zeker is dat het gebeurde met de goedkeuring, minstens, van de overheidsholding Gimvindus en die van de Vlaamse voogdij-overheid. Toen al achtten enkele vakbondsvertegenwoordigers de toekomstkansen van de nieuwe werf uiterst gering. Want de verdeling van het vastgoedpatrimonium diende geen ander doel dan Begemann, dat op droog zaad zat, toe te laten de gronden te belenen. Wat de Nederlandse groep ook prompt deed. Tegelijk legde ze de exploitatiemaatschappij een fikse huurprijs op. Volgens de aandeelhouders valt op die operatie juridisch niets aan te merken. Toch betwijfelen curator Jef Dauwe en vakbondsvertegenwoordiger René Stroobant (ABVV) dat ze werd doorgevoerd met het oog op de industriële belangen van de werf. Daarom poogt de curator die verdeling via de rechtbank ongedaan te maken. Hij krijgt daartoe de steun van de vakbonden die, nadat ze eerst wekenlang met de curator overhoop lagen, zich nu als zijn objectieve bondgenoot opstellen. Wellicht vanuit de wetenschap dat, door de guerrilla die ze destijds tegen Dauwe voerden wat ze de sympathie van de publieke opinie opleverde , kostbare tijd verloren ging. EUROPA.Na de oprichting van Boelwerf Vlaanderen stond de industriële activiteit er op een laag pitje. Want na het eerste faillissement, eind '92, bleef de werf een winter lang bezet door de werknemers. Waardoor het materiaal verkommerde en leidingen en apparatuur, op vraag van de verzekeraars, opnieuw moesten worden geïnspecteerd. Het heropstarten van de werf nam daardoor weken, zoniet maanden in beslag. Van het afwerken van schepen, laat staan van het beginnen met de bouw van nieuwe vaartuigen, was geen sprake. Nieuwe bestellingen liepen hoe dan ook niet binnen. Alle professionals in de scheepvaart en scheepsbouw kenden de ware toedracht bij Boel en beseften dat het avontuur niet lang zou duren. Omdat de werf eerst aan een grote schoonmaak toe was, zodat het overgrote deel van de werknemers voorlopig werkloos bleef, liet het gebrek aan middelen zich niet meteen gevoelen. Het nijpende gevoelen kwam er toen de schepen in aanbouw voort werden afgewerkt. Dat werk ging tot verbazing van velen gewoon door. Hoewel de opdrachtgevers het vertikten hun financiële verplichtingen, zoals het betalen van voorschotten, na te komen. Toch besloten de nieuwe beheerders materiaal aan te kopen, mensen in dienst te nemen en door te bouwen. Midden '94 echter was alles opgesoupeerd. De notulen van de raden van bestuur uit die tijd laten zich lezen als klaaglitanieën. Er was zelfs sprake van de lonen met vertraging uit te betalen. Begemann, zelf geplaagd door schuldeisers, vorderde de achterstallige huur van zijn gronden op : 54 miljoen frank. En plotseling herinnerde iemand zich dat er nog een potje stond met reconversiegeld, ten bedrage van een klein half miljard, 443 miljoen frank om precies te zijn, dat met de goedkeuring van de Europese Commissie mocht worden uitbetaald. Aan de uitkering daarvan waren weliswaar strikte voorwaarden verbonden. Het reconversiegeld was alleen bestemd voor de omscholing van de ontslagen Boel-arbeiders. Zo staat het in een vertrouwelijke nota van de Europese Commissie van oktober '93 : De Vlaamse overheid heeft zich ertoe verbonden deze steun enkel te betalen na het vertrek van de betrokken werknemers, zodat geen betalingen mogen plaatsvinden zolang deze mensen nog in de productie van de werf ingeschakeld zijn. Zodoende wordt vermeden dat de werf deze gelden gebruikt om de loonkosten van haar werknemers te dragen. En dat laatste is precies wat de bestuurders van Boelwerf Vlaanderen deden. FACTUREN.Het kwam erop aan een bedrijf te vinden dat als scherm wou fungeren om die zogenaamde herscholing te organiseren. Gelet op de uiteindelijke bedoelingen, de reconversiesteun gebruiken om de lonen mee te betalen, kon geen beroep worden gedaan op de diensten van de VDAB. Begemann-baas André Deleye, zo blijkt uit de notulen van de bestuursvergadering, herinnerde zich nog de handige Lode Boeckx, een adviseur, met wie hij bij Kempense Steenkolenmijnen nog had samengewerkt. Die Boeckx had dan weer een maat, Marc De Cock, van Global Trading International (GBI), die voor de nodige facturen kon zorgen. Waarop de Vlaamse overheid, medeplichtig zoniet schuldig door verzuim in deze affaire, ondanks de zevende Europese richtlijn, het geld overmaakte. Het gerecht, dat de zaak nu onderzoekt, maar ook de Europese fraudediensten zijn verbaasd dat niemand merkte dat het geld bij Boel arriveerde maar nooit aan het herscholingsbedrijf werd gestort. De hele handel kwam pas aan het licht nadat GBI over de kop ging. Toen vonden de BTW-diensten de valse facturen. Dat niemand nooit eerder het geknoei bij Boel ontdekte, is een wonder. Want ogenschijnlijk werd de herscholing van de werknemers georganiseerd door Global Training International, zogezegd een nevenbedrijf van Global Trading International. Alleen gebruikte Global Training voor zijn facturen het handelsregister en het BTW-nummer van Global Trading. Middels drie facturen werd op die manier minstens 196 miljoen frank overheidsgeld in het Boel-circuit gebracht. Global Training/Trading hield aan de hand- en spandienst een commissie van 1,8 miljoen frank over. Bij de eerste berichten over de subsidiecarrousel toonde Gimvindus-bestuurder Roger Malevé, een veteraan van enkele CVP-kabinetten, zich ten zeerste verontwaardigd, omdat zowel curator Dauwe als vakbondsafgevaardigden het vermoeden van fraude en corruptie hadden geopperd. ?Wij handelden voor het goede doel,? betoogde Malevé. ?Om de overtollige arbeiders te kunnen betalen.? Hij herhaalde die beweringen voor de commissie van het Vlaams Parlement die zich over de affaire buigt. Deze week verschijnt ABVV-vertegenwoordiger René Stroobant voor de commissie. Die heeft, zo te horen, zijn huiswerk gemaakt. Het zou niemand verbazen, mocht Stroobant voor de commissie komen aantonen dat de hele reconversie een farce is geweest. Want hij stelde via steekproeven vast dat op de Boel-lijsten arbeiders voorkomen die al lang elders werkten. Hoe Boel, zoals Malevé beweerde, met het reconversiegeld de salarissen van die schimmen betaalde, zal velen benieuwen. Puur juridisch hebben de gewezen Boel-beheerders zich evenwel al ingedekt. Zij lieten directeur-generaal Luc Bossyns en financieel directeur Carlos Soors destijds documenten ondertekenen waardoor beheerders als Malevé en Deleye buiten schot blijven. De volle verantwoordelijkheid voor de operatie komt daarmee op de schouders van de kaderleden terecht. De documenten in dat verband werden in de loop van de voorbije week opgevist. R.V.C. Roger Malevé : verantwoordelijk voor de montage.De eerste factuur van Global Training International.