Ik haat boeken. Al is het waar, moet ik bekennen, dat de geur van een bibliotheek mij aantrekt als de bloeiende lavendel een hommel. Méér zelfs, ik heb boeken nodig als de zuurstof in de lucht. Boeken zijn zuurstof, onmisbare teugen frisse lucht die me redden van een verstikking door verveling in deze videoclipcultuur. Ze zijn, wat mij betreft, het licht van de zon, want wat zou van deze wereld te zien zijn zonder alles wat mensen erover gedacht en geschreven hebben? Een greep in de boekenkast volstaat om alle rake en kromme, halfgare en geniale ideeën weer op te halen, oude verhalen te doen herleven, alles te laten herboren worden wat ooit opkwam in het hoofd van denkers en dromers, tien, honderd, of duizend jaar geleden. Zoals de zuurstof en de zon, laat ik boeken mijn huis binnenstromen, maar ik houd ze beter vast dan die twee. Er staan zo'n zesduizend exemplaren op mijn boekenplanken, en het zou me zwaar vallen daar één van te moeten missen.
...

Ik haat boeken. Al is het waar, moet ik bekennen, dat de geur van een bibliotheek mij aantrekt als de bloeiende lavendel een hommel. Méér zelfs, ik heb boeken nodig als de zuurstof in de lucht. Boeken zijn zuurstof, onmisbare teugen frisse lucht die me redden van een verstikking door verveling in deze videoclipcultuur. Ze zijn, wat mij betreft, het licht van de zon, want wat zou van deze wereld te zien zijn zonder alles wat mensen erover gedacht en geschreven hebben? Een greep in de boekenkast volstaat om alle rake en kromme, halfgare en geniale ideeën weer op te halen, oude verhalen te doen herleven, alles te laten herboren worden wat ooit opkwam in het hoofd van denkers en dromers, tien, honderd, of duizend jaar geleden. Zoals de zuurstof en de zon, laat ik boeken mijn huis binnenstromen, maar ik houd ze beter vast dan die twee. Er staan zo'n zesduizend exemplaren op mijn boekenplanken, en het zou me zwaar vallen daar één van te moeten missen. Maar boeken zijn ook een pest. Het volstaat er één te lezen om daarvan overtuigd te raken. Op uitzonderingen na, doet geen boek wat het na het openslaan verwacht mag worden te doen: gewoon blijven openliggen. Het omgekeerde is het geval: het geopende werk klapt meteen weer toe alsof het geen binnendringende blikken duldt. De bundel papier binnen de omslag is door de binder aan één kant zodanig samengeplakt of genaaid dat het geheel zich koppig tegen het openen verzet. Om het dichtverende boek toch te lezen, moet de lezer het met enige kracht openduwen en in die stand vasthouden. Hoewel de inspanning op zichzelf niet groot is, moet zij worden volgehouden zolang de lectuur duurt, en dat stelt het uithoudingsvermogen van polsen en vingers duchtig op de proef.Het is bovendien slechts mogelijk in de overzichtelijke situatie waarin men één boek leest en daarvoor beide handen ter beschikking heeft. Maar het leven van de lezer kan ingewikkelder zijn. Soms heeft hij nog een woordenboek nodig, een naslagwerk, een vertaling, een commentaar, en misschien drie of vier andere werken ter aanvulling van de tekst waarin hij zich verdiept. Mij overkomt het dat ik met een dozijn boeken tegelijk bezig ben. Bovendien wil ik notities nemen en heb ik plaats en handen nodig om een computer te bedienen. De situatie dreigt dan totaal onbeheersbaar te worden. Op de tafel en over de vloer liggen weerspannige hardcovers, paperbacks en pockets, oude folianten en moderne prullen, en ik kom handen en voeten tekort om alles in de geopende stand te houden. Om in de dichtgevallen werken de juiste bladzijde snel terug te vinden, werden lang geleden handige leeslintjes uitgevonden, maar die ontbreken in haast elk modern boek. Dus behelp ik me met strookjes papier, paperclips, lucifers en ander gerief. Nog beter is het, te beletten dat de boeken dichtspringen zodat de blik vlot van het ene getoonde blad naar het andere kan springen. Bij gebrek aan voldoende handen zijn daarvoor welgeplaatste gewichten nodig. Voor pockets bewijst de dichtstbijgelegen brillenkoker of gsm al goede diensten, maar voor het volumineuzere werk moet massiever materiaal worden aangewend. Het eenvoudigst is de boeken zélf daartoe te benutten; papier is zwaar en niets is geschikter om een boek plat te drukken dan een ander boek. De ene titel houdt dan een andere open, die op zijn beurt een derde tegenhoudt, enzovoort. Meestal lukt het me op die manier wel om de massa weerbarstig papier zichzelf in bedwang te laten houden. Tot het fatale moment waarop ik dat ene exemplaar opneem dat een cruciaal steunpunt vormde, met een kettingreactie van dichtklappende banden tot gevolg. Om het ingebonden papier voorgoed aan de wil van de lezer te onderwerpen, bestaat een manier die, helaas, al even weerzinwekkend is als adequaat. Men kan de weerstand van een boek definitief breken door de voor- en achterkant van de omslag met beide handen vast te nemen en zo ver rugwaarts te wringen tot een dof krakend geluid te horen is, als van een barstende wervelkolom. Dan nog een kleine snok, en het is gebeurd. Het zo behandelde boekdeel blijft voortaan willoos openliggen. Soms verstijft het zelfs in die positie, en krijgt men het nooit meer helemaal dicht. Aan de buitenkant tekent zich over de volle lengte van de rug een scherpe plooi af, litteken van de genadeslag. Het ontbindingsproces treedt nu ook snel in, en weldra vallen de bladen een voor een uit het ontzielde werk.Waarom worden zoveel boeken zo ergerlijk slecht gemaakt? Zeker niet omdat het technisch niet beter kan of onbetaalbaar zou zijn, want nog altijd verschijnen boeken die wél degelijk ingebonden zijn. Verrukkelijk zijn de deeltjes uit de bekende Franse Pléiade-reeks met hun lenige ruggen en vederlichte bladen. Geopend op om het even welke bladzijde, blijven ze gewillig in de handpalm liggen, zonder de minste stroefheid of verzet, alsof ze met de hand en het hele lichaam van de lezer één organisch geheel vormen. Ze zijn een lust voor het oog, voor de hand, en meestal ook voor de geest, deze onvolprezen Pléiades. Ook in het Nederlandstalige gebied gebeurt het dat boeken vakkundig worden ingebonden. De drie volumen van de dikke Van Dale zijn modelboeken (de dertiende uitgave zelfs met leeslintjes). Het welbekende Groene Boekje, dat misbaksel dat beveelt dat ik "tegelijkertijd" in één woord moet schrijven en "terzelfder tijd" in twee, octaaf met een c en oktober met een k, en dat me pannenkoeken en ruggengraten opdringt, dat onding is - het moet gezegd - een juweel van een boekje, prettig in de hand en makkelijk in het gebruik. Men zou ervan houden als van een paar goedzittende schoenen, indien dit autoritaire mispunt niet zoveel onzin uitkraamde. Er is gelukkig wel meer waarvan te genieten valt. Woordenboeken en encyclopediedelen, en af en toe een klassieke uitgave voldoen doorgaans aan de eisen. Bijbels zijn altijd prachtige boekwerken. Maar dat zijn witte raven in de bonte verzameling op de boekenplank. Het gewone leesboek, ook al moet men er duizend frank of meer voor neertellen, is meestal niet gemaakt om de lezer het plezier van een comfortabele lectuur te gunnen. Eerder om hem te pesten. Of om te testen hoe ver zijn liefde gaat.Gerard Bodifée