Swissair is dé schuldige. Dat is het belangrijkste besluit in het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie die het faillissement van de nationale luchtvaartmaatschappij Sabena tegen het licht heeft gehouden. Juist, de beroemde Zwitserse maatschappij kwam haar financiële verplichtingen tegenover haar Belgische dochter niet na (nadat ze eerder al sluiks vluchten, passagiers en geld uit Brussel had weggezogen). Maar de Zwitsers konden niet anders, ze gingen nog sneller over de kop dan de Belgen.
...

Swissair is dé schuldige. Dat is het belangrijkste besluit in het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie die het faillissement van de nationale luchtvaartmaatschappij Sabena tegen het licht heeft gehouden. Juist, de beroemde Zwitserse maatschappij kwam haar financiële verplichtingen tegenover haar Belgische dochter niet na (nadat ze eerder al sluiks vluchten, passagiers en geld uit Brussel had weggezogen). Maar de Zwitsers konden niet anders, ze gingen nog sneller over de kop dan de Belgen. De onderzoekscommissie heeft een keurig diplomatiek werkstuk afgeleverd. Niemands hoofd is geëist. De Belgische bestuurders zijn uit de wind gezet, zij konden de stille doodstrijd van de minderheidsaandeelhouder en hoofdmanager in Zürich niet bevroeden. Het gaat dan wel om door de wol geverfde financiers als Valère Croes (topman financiële dienstengroep Fortis) en Jan Huyghebaert (baas Almanij-KBC). En dat premier Guy Verhofstadt (VLD, met Begrotingsminister Johan Vande Lanotte, SP.A) op de valreep het debacle poogde te voorkomen door stiekem het hotelakkoord te sluiten met de virtueel failliete Mario Corti van Swissair, heeft bij de parlementaire speurders evenmin grote vragen opgeroepen. Zij tillen er nauwelijks aan dat de premier in hotel Astoria op alle vlakken de vennootschapswetgeving met de voeten heeft getreden. De Belgen hadden het wél kunnen weten. Al is Swissair inderdaad wel een bedrieger geweest. In opdracht van de Zwitserse curator heeft consultant Ernst & Young de boeken van Swissair onderzocht en is daarbij op een permanente manipulatie gestuit. De grote aandeelhouders - de keurige Zwitserse bankiers dus - hebben, voor het eigen gewin, de kleinere medeaandeelhouders bij de neus genomen. De gereputeerde luchtvaartmaatschappij en haar belangrijkste eigenaars hebben niet anders gehandeld dan de Amerikaanse crooks bij de energiegigant Enron of de technologische mediagroep WorldCom, twee van de schandalen die de wereldwijde beurs-malaise mee hebben veroorzaakt. Die ontdekking heeft ertoe geleid dat de curator van Sabena 2,4 miljard euro eist van Swissair en zijn banken, in de (ijdele) hoop daarmee de schuldeisers en het personeel van de opgedoekte Belgische maatschappij te kunnen vergoeden. Het troost ook de veelgeplaagde minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (VLD), die zich nu juridisch wat sterker voelt staan. Hij eist namens de Belgische staat 874 miljoen euro van Swissair, wegens menigvuldige contractbreuken. Maar dat behoort allemaal tot de nasleep van een van de meest dramatische faillissementen uit de Belgische sociaal-economische geschiedenis. Kennelijk willen maar weinigen eraan herinneren dat het akkoord van 4 mei 1995 tussen Sabena en Swissair niet méér was dan het samengaan van een blinde en een kreupele. Sabena was in ruzie gevallen met zijn partner Air France, waardoor het bedrijf het alleen moest zien te redden. De hoogmoedige Zwitsers waren op dat moment al doodziek. Swissair kon in 1993 alleen het hoofd boven water houden door de uitzonderlijke inkomsten van de verkoop van vliegtuigen. Het jaar daarop was het zwartste in de geschiedenis van de Zwitserse luchtvaartmaatschappij. De aandeelhouders kregen geen dividend uitbetaald, een doodzonde voor een 'kwaliteitsmaatschappij'. Sabena leek de redding voor Swissair, niet omgekeerd. De Zwitserse toplui hadden het succes van de overname in het hart van Europa nodig om op hun stoel te kunnen blijven. De analisten van de Zwitserse banken meldden die financiële nood niet, wegens té betrokken bij Swissair. Maar kranten en weekbladen, die al eerder kronieken van een aangekondigde dood hadden gepubliceerd, maakten er geen geheim van. The Wall Street Journal ontdekte dat de inkomsten uit vliegtickets gestaag achteruitgingen en alleen die van de hotels en de catering nog een en ander goed konden maken. En het gezaghebbende Zwitserse economische blad Cash vermoedde dat Swissair kwistig met budgettaire cosmetica omsprong. Zij kregen gelijk. De Belgen namen die waarschuwingen over de kreupele redder niet ter harte. De toenmalige eerste minister Jean-Luc Dehaene (CVP) was niet weinig blij dankzij de Zwitsers van de eeuwig verlieslatende nationale maatschappij verlost te zijn. Verkeersminister Elio Di Rupo (PS), die de onderhandelingen met Swissair leidde, was meer begaan met José Happart die in de Voer alweer keet aan het schoppen was, dan met zijn luchtvaartdossier. De Belgische financiers, die de overheid graag adviezen influisteren, waren vooral met hun eigen geldzaken begaan. Albert Frère, het Gemeentekrediet en talrijke andere financiële instellingen telden hun zegeningen toen de Zwitsers Air France uitkochten en de overheid haar schulden aanzuiverde. En iedereen bleef vertellen hoe gelukkig Sabena wel mocht zijn Swissair als partner te krijgen. De regering gaf de nieuwe minderheidsaandeelhouder zelfs alle volmachten om Sabena te besturen. Tiens, in het rapport van de parlementaire Sabena-commissie valt niets te lezen over de 'vakbondsdictatuur' of de 'nukkigheid van de piloten' op Zaventem die, naar jarenlang werd verteld, aan de basis lagen van de ondergang van Sabena. Guido Despiegelaere