Onze beenderen zijn opgebouwd uit 2 soorten botweefsel: het compacte bot aan de buitenkant en spongieus bot binnenin. Compact bot geeft beenderen hun sterkte, terwijl het spongieuze bot is samengesteld uit een sponsachtig netwerk van dunne beenbalkjes waarvan de holten gevuld zijn met beenmerg. Beenmergcellen zorgen voor de aanmaak van nieuwe bloedcellen en voor voeding van het botweefsel zelf.

Als je een been breekt, toont een röntgenfoto een onderbreking van het compacte bot. De impact van een breuk op de binnenkant van het bot, het spongieuze botweefsel, was lang niet duidelijk en is bovendien niet te zien op een klassiek röntgenbeeld of een CT-scan. Dat is veranderd met de komst van de MRI-scan (magnetic resonance imaging) in de jaren 90, waarbij ook veranderingen van het inwendige botweefsel zichtbaar worden. Bij een trauma, zoals een breuk, blijken ook beenbalkjes binnenin het bot te breken en treedt ter plekke een vochtopstapeling op. Een belangrijke vochtopstapeling is zichtbaar als een witte vlek op een MRI-scan en noemt men botoedeem. Je kunt botoedeem vergelijken met een blauwe plek die in de huid ontstaat bij een kwetsuur. Botoedeem is de 'blauwe plek' in het bot.

Soms duurt het 2 jaar alvorens alle vocht uit het bot is weggetrokken.

Marathonlopers

Van botoedeem was geen sprake voor de introductie van MRI-scans. Het vrij recente concept, waarvan de betekenis niet geheel duidelijk is, wordt afhankelijk van uitgebreidheid en lokalisatie in verschillende categorieën ondergebracht. Botoedeem is 9 op de 10 keer het gevolg van een blessure, zoals een breuk, of van chronische overbelasting, maar kan ook voorkomen bij ziekte, zoals reumatoïde artritis en botkanker. Bij marathonlopers vindt men frequent botoedeem in het botweefsel van voeten en enkels en bij voetballers in de knie. Het is niet duidelijk of botoedeem zelf aanleiding geeft tot klachten. De aanwezige pijn en de bewegingsbeperking kunnen het gevolg zijn van het botletsel zelf. Botoedeem treedt niet altijd op bij een breuk. Naar de redenen daarvoor is het nog gissen.

De aanwezigheid van dergelijk botvocht heeft geen duidelijke impact op de genezingsduur, zo tonen de eerste studies over het fenomeen aan. In een onderzoek waarin 95 sporters met een in ernst vergelijkbare enkelverstuiking werden opgevolgd, bleek de groep met begeleidend botoedeem even snel hersteld als degenen zonder oedeem. Als het ontstaat, blijft het vaak wel lang ter plaatse: gemiddeld 6 maanden. Soms duurt het 2 jaar alvorens alle vocht uit het bot is weggetrokken.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.