Vlaams minister van Landbouw en Leefmilieu Vera Dua (Agalev) heeft het niet onder de markt sinds het politieke gewicht van de Vlaamse liberalen in de Vlaamse regering midden vorig jaar met een kwart is toegenomen. Ze ging aanvankelijk in het offensief met een waslijst van maatregelen om vervuilde bodems te saneren, afvalstromen anders te oriënteren, het waterbeheer te verbeteren en de natuurgebieden uit te breiden. Van de tientallen miljoenen euro's extra die Dua toen vroeg, sleepte ze uiteindelijk maar een fractie uit de brand.
...

Vlaams minister van Landbouw en Leefmilieu Vera Dua (Agalev) heeft het niet onder de markt sinds het politieke gewicht van de Vlaamse liberalen in de Vlaamse regering midden vorig jaar met een kwart is toegenomen. Ze ging aanvankelijk in het offensief met een waslijst van maatregelen om vervuilde bodems te saneren, afvalstromen anders te oriënteren, het waterbeheer te verbeteren en de natuurgebieden uit te breiden. Van de tientallen miljoenen euro's extra die Dua toen vroeg, sleepte ze uiteindelijk maar een fractie uit de brand. Tegelijkertijd kreeg ze een liberaal 'schaduwkabinet' als waakhond, om haar af te remmen als het nodig is en om werk te maken van een eigen tienpuntenprogramma voor milieu en landbouw. Patrick Dewael (minister-president), Jaak Gabriëls (minister van Economie) en Dirk Van Mechelen (minister van Ruimtelijke Ordening) kwijten zich sindsdien met verve van die opdracht. Het weerwerk van allerlei belangengroepen doet het primaat van de politiek kennelijk snel verdampen. En Dua, die telt de blauwe deuken in haar groene blazoen. Eén conflictstof ? die van de kwetsbare gebieden ? is weliswaar al van de baan. Voorlopig althans, want Europa moet zijn zegen nog geven. Niet het misleidende strijdpunt over het percentage kwetsbare oppervlakte in Vlaanderen is van doorslaggevend belang (potentieel blijft het oppervlakte- en grondwater in heel Vlaanderen bedreigd door nitraatvervuiling), wél de methode die de boeren, andermaal, voor hun verantwoordelijkheid plaatst. Als ze minder en oordeelkundiger bemesten, kunnen ze hun akkers meer bewerken. Maar fraaie principes halen helaas weinig uit voor deze explosieve kwestie met gegarandeerd nieuw getouwtrek over meetpunten en normen, mestverwerking en de onvermijdelijke afbouw van de varkensstapel. Dua mag zich bovendien opmaken voor een rist andere confrontaties met de VLD, onder meer over de afbakening van natuurgebieden, het waterbeheer, Aquafin, de milieuheffingen en de Isvag-afvaloven in Wilrijk. De SP.A houdt zich daarbij opvallend gedeisd. 'Dua komt met te weinig dossiers die goed onderbouwd en uitgewerkt zijn', luidt het verontschuldigend. Op andere momenten trekken de Vlaamse socialisten gemakkelijker een rood-groene jas aan. Worstelend ook met de draagwijdte van Europese richtlijnen en met het ongeduld van haar groene achterban, streeft Dua naar eigen zeggen 'trendbreuken' voor landbouw en milieu na. Meer financiële ademruimte is er niet. En in een dichtbevolkt en geïndustrialiseerd Vlaanderen waar iedereen gedurende decennia vrij en vrolijk ruimte en grond in beslag kon nemen om zijn zin te doen, bedreigt elke ommekeer wel altijd de belangen van iemand. Maar als dat ook iedere keer weer een machtsspel van blauw tegen groen moet aanwakkeren op de as tussen economie en ecologie, dan zullen reële resultaten nog veel langer op zich laten wachten. Patrick Martens